Terug

2013_CBS_12264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tabaknatie nv, Kruisweg 5, 2040 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/602/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/12/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_12264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tabaknatie nv, Kruisweg 5, 2040 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/602/AVG - Goedkeuring 2013_CBS_12264 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Tabaknatie nv, Kruisweg 5, 2040 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/602/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Tabaknatie nv - Van de Wervestraat 66, 2060 Antwerpen. De aanvraag omvat uitbreiding van een op- en overslagbedrijf voor tabak (magazijn Apollo).

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Tabaknatie nv, Van de Wervestraat 66, 2060 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2040 Antwerpen, Kruisweg 5, een op- en overslagbedrijf voor tabak (magazijn Apollo) uit te breiden.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale voorwaarden:

bedrijfsafvalwaters – afdeling 5.3.2 en bijlage 5.3.2, sector 59a;

elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders – afdeling 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen – afdeling 5.17.5;

doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebieden – hoofdstuk 5.48.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • de verslagen van de controles van de ondergrondse houders worden overgemaakt, waaruit kan worden opgemaakt dat de tekortkomingen – zoals vermeld in de keuringsverslagen van 2010 – werden opgelost. De verslagen worden voor 1 juni 2014 overgemaakt aan Uniek Loket Haven, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen;
  • het bewijs van plaatsing van een individuele behandeling van afvalwater (IBA) alsook een inplantingsplan ervan wordt ten laatste 6 maanden na de datum van dit besluit bezorgd aan Uniek Loket Haven, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 – bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 – dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels + muurhydrant

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Bovengrondse hydranten BH 100, conform de norm NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen voorzien op de percelen met de magazijnen, langs de Kruisweg en op onderlinge afstanden van circa 80 meter.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare water bedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt, hetzij in eigen beheer gevoed.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 6 december 2013 en eindigt op 6 december 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.