Terug

2013_CBS_12266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/698/PV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 06/12/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_12266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/698/PV - Kennisneming 2013_CBS_12266 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Aannemingsmaatschappij CFE nv, Kattendijkdok-Westkaai zonder nummer (zn), 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/698/PV - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichtingen werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
algemene milieuvoorwaarden - lucht hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
algemene milieuvoorwaarden - licht hoofdstuk 4.6;
elektriciteit hoofdstuk 5.12;
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen hoofdstuk 5.15;
gassen - gemeenschappelijke bepalingen afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;
gassen - koelinrichtingen / compressoren afdeling 5.16.3;
gassen - opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten afdeling 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen afdeling 5.17.5;
hout - algemeen afdeling 5.19.1;
bouwmaterialen en minerale producten - algemene bepalingen afdeling 5.30.0;
winning van grondwater hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • men dient er rekening mee te houden dat de kaaimuren van het Kattendijkdok een beschermd monument zijn. Er mag dus niets aan de kaaimuur vastgemaakt worden of dergelijke;
  • het lozingswater mag niet langs het voorvlak van de kaaimuur stromen. De lozingsbuis dient zich tot onder het dokwater te bevinden;
  • uitstekende delen uit het voorvlak van de kaaimuur dienen beschermd te worden door een fenderconstructie ter bescherming van de scheepvaart;
  • indien het Gemeentelijke Havenbedrijf Antwerpen (GHA) werken uitvoert aan de kaaimuren van het Kattendijkdok, zal op vraag van GHA en op kosten van CFE de lozingsconstructie (meerdere malen) verplaatst moeten worden;
  • als de lozing hinder zou geven, ongeacht de aard van de hinder, zullen er maatregelen genomen moeten worden door CFE en op kosten van CFE op vraag van GHA;
  • inlichtingen kaaimuren kan men bekomen bij de dienst Natte Infrastructuur, contactpersoon is ing. Johan Bogaerts (T +32 3 229 68 30 - F +32 3 229 68 41).

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.