De gemeenteraad keurde op 21 september 2009 (jaarnummer 1251) het reglement voor het verkrijgen van een toelage voor de arbeidsmarktgerichte ondersteuning van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken in Antwerpen goed.
Dit reglement heeft tot doel het voltijds engagement en de doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken te doen toenemen. Hiertoe worden door het reglement de volgende toelagen voorzien:
Het onderwerp van de toelage omvat :
De aanvrager moet aan een aantal algemene kwaliteitseisen voldoen:
De organisaties die ingetekend hebben op het reglement (WELA vzw, De Ploeg vzw) voldoen op dit moment niet aan de 40%-norm zoals vermeld staat onder punt 4 van de algemene kwaliteitseisen.
In artikel 14 van het reglement staat "Voor zover niet wordt afgeweken van de doelstelling en het onderwerp van deze toelage kan het college van burgemeester en schepenen mits motivering afwijkingen toestaan op dit reglement."
Er wordt aan het college gevraagd om een afwijking op het reglement toe te staan.
Op 24 september 2013 heeft een overleg plaats gevonden tussen WELA, het kabinet van de schepen voor haven, industrie en werk en de dienst ondernemen en stadsmarketing/Werk en Economie, waaruit duidelijk bleek dat de resultaatsverbintenissen die het reglement leren en werken van de stad voorziet niet gehaald zullen worden. Dit blijkt ook uit de cijfers die verzameld werden. Op 17 september 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden met De Ploeg vzw waaruit bleek dat men ook geen 40% doorstroom kan bewijzen. Het reglement heeft als voorwaarde voor toepassing gesteld dat enkel promotoren voor subsidiëring in aanmerking komen die een doorstroom van 40% hebben kunnen realiseren het jaar voordien. Het gaat over de doorstroom van jongeren na het deeltijds onderwijs die via de middelen van het reglement een brugproject hebben gevolgd.
Het niet halen van deze doorstroomnorm is gedeeltelijk te verklaren door de economische conjunctuur. Jongeren uit het deeltijds onderwijs vinden moeilijk een duurzame job, zowel tijdens hun deeltijdse studie als nadien. Daarom zou kunnen worden overwogen om een uitzondering toe te staan op de doorstroomnorm.
Hiervoor wordt echter van de intekenende organisaties verwacht dat er meer gerichte acties worden opgezet om de tewerkstelling van de jongeren te verhogen. De stad wil voorwaardelijk akkoord gaan om over te gaan naar een inspanningsverbintenis voor 2013 mits een degelijk actieplan waarvan onderstaande afspraken deel uitmaken. De promotor van brugprojecten zal samen met de scholen deeltijds onderwijs, VDAB en andere organisaties streven naar een betere meting van de tewerkstelling en doorstroom van alle jongeren uit het deeltijds onderwijs. De bedoeling is om relevante statistische gegevens te verzamelen om de werking van het systeem leren en werken te verbeteren en arbeidsmarktgerichter te maken. Vanaf 2014 zal overgegaan worden van het reglement leren en werken, naar een uitvoeringsovereenkomst op basis van volgende elementen:
De promotor van brugprojecten zal een kwaliteitssysteem opzetten om de interne en externe brugprojecten op geregelde tijdstippen te evalueren waardoor jongeren na deze projecten meer kansen hebben op een duurzame job. De verschillende aspecten van een traject worden bekeken:
Om dit te realiseren zal de promotor een engagement van de scholen deeltijds onderwijs moeten krijgen om hieraan mee te werken:
Het college keurt de afwijking op de doorstroomnorm van 40%, zoals vermeld in artikel 4 van het reglement voor het verkrijgen van een toelage voor de arbeidsmarktgerichte ondersteuning van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken in Antwerpen, goed. Deze afwijking houdt in dat men overgaat naar een inspanningsverbintenis voor 2013 mits een degelijk actieplan om de tewerkstelling van de jongeren te verhogen.