Terug

2013_CBS_12362 - Werk en Economie - Reglement verkrijgen toelage arbeidsmarktgerichte ondersteuning leerlingen stelsel Leren en Werken in Antwerpen. Afwijking - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/12/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_12362 - Werk en Economie - Reglement verkrijgen toelage arbeidsmarktgerichte ondersteuning leerlingen stelsel Leren en Werken in Antwerpen. Afwijking - Goedkeuring 2013_CBS_12362 - Werk en Economie - Reglement verkrijgen toelage arbeidsmarktgerichte ondersteuning leerlingen stelsel Leren en Werken in Antwerpen. Afwijking - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde op  21 september 2009 (jaarnummer 1251) het reglement voor het verkrijgen van een toelage voor de arbeidsmarktgerichte ondersteuning van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken in Antwerpen goed.

Dit reglement heeft tot doel het voltijds engagement en de doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken te doen toenemen. Hiertoe worden door het reglement de volgende toelagen voorzien:

  1. de toelage voor een leerling in het stelsel van Leren en Werken in een brugproject, bedraagt maximaal 2.560,00 EUR;
  2. de toelage voor een leerling in het stelsel van Leren en Werken die trajectbegeleiding aangeboden krijgt, bedraagt maximaal 844,00 EUR;
  3. de toelage voor een leerling in het stelsel van Leren en Werken die doorstroomt naar de reguliere arbeidsmarkt, bedraagt maximaal 95,00 EUR.

Het onderwerp van de toelage omvat :

  1. de toelage kan enkel worden toegekend aan een rechtspersoon met het statuut van vereniging zonder winstoogmerk;
  2. organisaties die wensen in te tekenen op dit reglement dienen cumulatief aan de onderstaande voorwaarden te voldoen :
    - gevestigd zijn op het grondgebied van de stad Antwerpen;
    - in het geval van brugprojecten, plaatsen hebben gegund door de dienst beroepsopleiding van het Vlaams departement Onderwijs en Vorming;
    - arbeidsmarktgerichte ondersteuning bieden voor leerlingen van maximaal 25 jaar oud die officieel ingeschreven zijn in één van de zes centra deeltijds onderwijs in het ambtsgebied van het RESOC Antwerpen of bij Syntra Metropool én als deeltijds lerende geregistreerd staan in het cliëntvolgsysteem van de VDAB;
    - het e-portfolio My Digital Me of de C-stick aanbieden aan de leerlingen;
    - een voorafgaandelijke erkenning van de stad Antwerpen gekregen heeft in het kader van het reglement voor het verkrijgen van een toelage voor de arbeidsmarktgerichte ondersteuning van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken.

De aanvrager moet aan een aantal algemene kwaliteitseisen voldoen:

  1. de aanvrager dient minimum drie jaar ervaring aan te tonen in het werken met jongeren in het stelsel van Leren en Werken en het samenwerken met de centra voor deeltijds onderwijs;
  2. de aanvrager moet houder zijn van een kwaliteitslabel;
  3. organisaties die voor minder dan 40% van de leerlingen een voltijds engagement realiseren in het kader van dit reglement, kunnen het volgende schooljaar niet meer intekenen op dit reglement. De organisator dient deze resultaten aan te tonen voor het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarop de organisator intekent op het reglement;
  4. organisaties die voor minder dan 40% van de leerlingen binnen het jaar na afloop van hun opleiding een doorstroom naar werk realiseren, in het kader van dit reglement, kunnen in het schooljaar volgend op de meting van de doorstroom niet meer intekenen op dit reglement. De aanvrager dient deze resultaten aan te tonen.

De organisaties die ingetekend hebben op het reglement (WELA vzw, De Ploeg vzw) voldoen op dit moment niet aan de 40%-norm zoals vermeld staat onder punt 4 van de algemene kwaliteitseisen.

In artikel 14 van het reglement staat "Voor zover niet wordt afgeweken van de doelstelling en het onderwerp van deze toelage kan het college van burgemeester en schepenen mits motivering afwijkingen toestaan op dit reglement."

Er wordt aan het college gevraagd om een afwijking op het reglement toe te staan. 

Argumentatie

Op 24 september 2013 heeft een overleg plaats gevonden tussen WELA, het kabinet van de schepen voor haven, industrie en werk en de dienst ondernemen en stadsmarketing/Werk en Economie, waaruit duidelijk bleek dat de resultaatsverbintenissen die het reglement leren en werken van de stad voorziet niet gehaald zullen worden. Dit blijkt ook uit de cijfers die verzameld werden. Op 17 september 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden met De Ploeg vzw waaruit bleek dat men ook geen 40% doorstroom kan bewijzen. Het reglement heeft als voorwaarde voor toepassing gesteld dat enkel promotoren voor subsidiëring in aanmerking komen die een doorstroom van 40% hebben kunnen realiseren het jaar voordien. Het gaat over de doorstroom van jongeren na het deeltijds onderwijs die via de middelen van het reglement een brugproject hebben gevolgd.

Het niet halen van deze doorstroomnorm is gedeeltelijk te verklaren door de economische conjunctuur. Jongeren uit het deeltijds onderwijs vinden moeilijk een duurzame job, zowel tijdens hun deeltijdse studie als nadien. Daarom zou kunnen worden overwogen om een uitzondering toe te staan op de doorstroomnorm.

Hiervoor wordt echter van de intekenende organisaties verwacht dat er meer gerichte acties worden opgezet om de tewerkstelling van de jongeren te verhogen. De stad wil voorwaardelijk akkoord gaan om over te gaan naar een inspanningsverbintenis voor 2013 mits een degelijk actieplan waarvan onderstaande afspraken deel uitmaken. De promotor van brugprojecten zal samen met de scholen deeltijds onderwijs, VDAB en andere organisaties streven naar een betere meting van de tewerkstelling en doorstroom van alle jongeren uit het deeltijds onderwijs. De bedoeling is om relevante statistische gegevens te verzamelen om de werking van het systeem leren en werken te verbeteren en arbeidsmarktgerichter te maken. Vanaf 2014 zal overgegaan worden van het reglement leren en werken, naar een uitvoeringsovereenkomst op basis van volgende elementen:

De promotor van brugprojecten zal een kwaliteitssysteem opzetten om de interne en externe brugprojecten op geregelde tijdstippen te evalueren waardoor jongeren na deze projecten meer kansen hebben op een duurzame job. De verschillende aspecten van een traject worden bekeken:

  1. screening en oriëntatie: jongeren toeleiden naar arbeidsmarktgerichte projecten die in het verlengde van hun talenten liggen;
  2. monitoring wordt opgezet, waarbij wordt nagegaan welke behoefte er is aan brugprojecten. Op basis daarvan worden brugprojecten afgebouwd/uitgebreid of opnieuw opgezet;
  3. inhoud van het brugproject en aansluiting op de arbeidsmarkt. Alle projecten die minder tewerkstelling realiseren in vergelijking met het gemiddelde worden gescreend en er wordt een verbeterplan opgesteld. Hierbij wordt gestart met de slechtst presterende projecten;
  4. op basis van de monitoring wordt ook nagegaan hoeveel interne brugplaatsen er nodig zijn. Op basis daarvan wordt nagegaan in welke mate de overgang van interne naar externe brugprojecten dient te worden gemaakt;
  5. een begeleiding gericht op competentieversterking;
  6. jobhunting en trajectbegeleiding door de promotor en de tewerkstellingscellen van de scholen: actieve jobmatching voor jongeren uit het deeltijds onderwijs, in afstemming tussen de verschillende scholen en promotoren.

Om dit te realiseren zal de promotor een engagement van de scholen deeltijds onderwijs moeten krijgen om hieraan mee te werken:

  1. de scholen en de promotor evalueren de tewerkstellingscellen en engageren zich om acties op te zetten die tewerkstelling van jongeren binnen het normaal economisch circuit kunnen verhogen. Hiervoor kan men rekenen op de ondersteuning van de dienst ondernemen en stadsmarketing/Werk en Economie en de promotor. Er wordt samengewerkt met de Talentenhuizen waar mogelijk;
  2. de promotor rapporteert driemaandelijks over de voortgang van deze kwaliteitsmetingen en de verbetervoorstellen die werden uitgevoerd.

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
De Antwerpse arbeidsmarktparadox is structureel aangepakt
De stad zorgt voor een betere afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt met extra aandacht voor kansengroepen en jeugd
De jeugdwerkloosheid is aangepakt

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de afwijking op de doorstroomnorm van 40%, zoals vermeld in artikel 4 van het reglement voor het verkrijgen van een toelage voor de arbeidsmarktgerichte ondersteuning van leerlingen in het stelsel van Leren en Werken in Antwerpen, goed. Deze afwijking houdt in dat men overgaat naar een inspanningsverbintenis voor 2013 mits een degelijk actieplan om de tewerkstelling van de jongeren te verhogen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.