In het kader van het openbaar onderzoek, dat een onderdeel is van de wettelijke procedure, werd een bekendmaking door de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg op 7 november 2013 aan het stadhuis en op de brug zelf aangeplakt. Binnen de voorziene periode van 30 dagen werden bij het stadsbestuur geen bezwaarschriften ingediend.
Op 29 oktober 2013 ontving de stad Antwerpen een aangetekende brief van de Vlaamse minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand die bevoegd is voor onroerend erfgoed met in bijlage een ministerieel besluit houdende de vaststelling van een ontwerp van lijst met de bescherming als monument van de Siberiabrug-noord Siberiastraat, 2030 Antwerpen, met inbegrip van de landhoofden en bijhorend bedieningshuis.
Het beschermingsdossier werd opgemaakt door het agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid. De Siberiabrug-noord wordt beschermd omwille van de industrieel-archeologische waarde.
De Siberiabrug-noord is een goed bewaard en steeds zeldzamer wordend voorbeeld van een basculebrug, van het type Strauss. Ze dateert van 1938-1943. De geklonken stalen brugconstructie werd uitgevoerd door de SA “Les Ateliers Métallurgiques-Nivelles” onder leiding van ingenieur-architect M. Delens. De landhoofden en het bedieningshuis maken deel uit van de bescherming.
Het beschermingsdossier omvat een goede inhoudelijke onderbouwing en argumentatie van de verschillende erfgoedwaarden. Voor alle criteria die bij een bescherming als monument afgetoetst worden (zeldzaamheid, gaafheid, herkenbaarheid, authenticiteit, representativiteit, ensemblewaarde en contextwaarde) scoort de Siberiabrug-noord hoog.
Typologisch past de bescherming binnen het geheel van een aantal beschermde bruggen (Willembrug, Nassaubrug en de Mexicobruggen) met een andere en soms oudere typologie in de nabije omgeving. Ze is kenschetsend en vervolledigt de diversiteit van de bruggen in het Antwerpse havengebied en is een illustratie van de internationale ontwikkelingen en technologische inventiviteit in de bruggenbouw in de voorbije 200 jaar en meer bepaald tijdens het interbellum.
Zowel in constructiemethode, architecturale vormgeving als mechanische werking vormt de Siberiabrug-noord een representatief voorbeeld van het Strausstype. Er zijn 12 basculebruggen van het type Strauss bekend in de Antwerpse haven. Deze bruggen werden gebouwd tussen 1928 en 1992. Van de oudste reeks bleven twee exemplaren bewaard (Wilmarsdonkbrug en Siberiabrug), drie andere werden al gesloopt (Straatsburgbrug, Albertbrug en Luikbrug). De overige exemplaren dateren uit de tweede helft van de 20ste eeuw: Petroleumbrug (reeds gesloopt), Meestoofbrug, Boudewijnbrug, Lillobrug, Van Cauwelaertbrug, Noordkasteelbruggen en Kruisschansbrug. Deze laatste dateert oorspronkelijk uit 1928 maar werd in 1992 vernieuwd.
Het voor bescherming voorgestelde exemplaar behoort samen met de Wilmarsdonkbrug tot de oudste en is het enige bewaard gebleven exemplaar in dit gedeelte van de haven. De brug tussen het Suez- en Amerikadok ligt op de grens tussen de “oude haven”, met het opvallend noord-zuid en oost-west georiënteerd dokkenpatroon uit 1811-1888 en de noordelijk daarvan gelegen dokken, aangelegd vanaf 1887. Gesitueerd op de grens van het negentiende-eeuwse havengebied maakt ze deel uit van een cluster van verschillende waardevolle zowel beschermde als niet-beschermd bouwkundige, maritieme en havenindustriële erfgoederen. De site is in de loop der jaren gewijzigd. De identieke zuidelijke brug werd in 1991 gesloopt en in 1997 vervangen door de huidige ophaalbrug. Aan de bewaarde noordelijke Siberiabrug hebben zowel naar type, als naar constructiemethode, architecturale vormgeving en mechanische werking geen grondige wijzigingen/herstellingen plaatsgevonden. Samen met het bewaarde bedieningshuis vormt de noordbrug op de site een samenhangend functioneel geheel. In het bedieningshuis werden wel alle technische installaties alsook de oorspronkelijke aandrijving met een Ward-Leonardgroep verwijderd en gemoderniseerd. Zowel het exterieur als de planindeling bleven bewaard. Volgens een inspectieverslag van het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen uit 2010 verkeert de brug echter in een slechte bouwfysische toestand. De brug is momenteel buiten bedrijf gesteld en kan zonder grondige onderhouds- en herstellingswerken niet opnieuw functioneren. In geval van bescherming kunnen de grote kosten die hiervoor moeten gemaakt worden door middel van een restauratiepremie gemilderd worden.
De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg zou op basis van bovenstaande overwegingen de bescherming van de Siberiabrug gunstig adviseren omwille van de industrieel-archeologische waarde en de belangrijke aanvulling die de brug vormt op het reeds beschermde havenindustrieel erfgoed in de onmiddellijke omgeving. In het licht van de bezwaren bij de bescherming door andere stedelijke diensten valt mogelijk te overwegen om in plaats van de Siberiabrug de Wilmarsdonkbrug te beschermen als voorbeeld van dit brugtype. Deze brug behoort eveneens tot de oudste reeks basculebruggen van het type Strauss en is nog operationeel.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen besliste in haar directiecomité van 9 december 2013 om een verzoekschrift in te dienen tot nietigverklaring van de voorlopige bescherming als monument van de Siberiabrug (zie bijlage). Het havenbedrijf had reeds eerder de intentie om over te gaan tot de sloop en verschroting van de noordelijke Siberiabrug. Met een ouderdom van 70 jaar heeft de brug haar levensduur bereikt, wat bleek uit de resultaten van de driejaarlijkse en tussentijdse inspecties. De brug vertoont scheuren in de staalstructuur, in hoofdzaak in de balansconstructie. De herstelling van deze scheuren heeft gelet op de vermoeiingsproblematiek bij beweegbare bruggen met een ouderdom van 70 jaar geen of weinig zin meer. Het bouwen van een nieuwe balansconstructie is daarom noodzakelijk wil men de brug opnieuw in bedrijf nemen. De kosten daarvoor zouden hoog oplopen. Sinds 2011 werd de ballastkist en de balansconstructie ondersteund om het naar beneden vallen van de kist te vermijden en worden er geen onderhouds- of herstellingswerken meer uitgevoerd. In 2012 werden bijkomende veilgheidsmaatregelen uitgevoerd. Het Gemeentelijk Havenbedrijf is van oordeel dat een functionele noordelijke Siberiabrug geen noodzaak vormt en blijft bij haar standpunt dat het slopen van de brug de beste oplossing is.
Als mogelijk toekomstig beheerder adviseert de dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud de bescherming van de Siberiabrug ongunstig (advies in bijlage), daarbij gebruikmakend van twee inspectieverslagen uit respectievelijk 2010 en 2013 ter beschikking gesteld door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. Na de buitendienststelling werden maatregelen getroffen om de brug veilig te verankeren. Bovendien drongen zich extra maatregelen op om de veiligheid te garanderen. Het advies van de dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud hanteert op basis van de bouwfysische toestand van de brug vier scenario’s die vanuit onderhouds- en beheerstandpunt op hun financiële haalbaarheid getoetst worden:
Omwille van financiële redenen en onderhoudskosten gekoppeld aan de opties 1, 2 en 3 is voor de dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud het laatste scenario de beste optie. De eenmalige afbraakkost is laag, er zijn geen onderhoudskosten meer en het blijft mogelijk om op termijn een nieuwe brug te bouwen. De dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud kan de bescherming van de brug en de het herstel daarvan niet ondersrteunen en adviseert om de brug af te breken en te verschroten.
Er werd een ministerieel besluit houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten opgemaakt, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
Het college neemt kennis van het resultaat van het openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorgenomen bescherming als monument van de Siberiabrug-noord, Siberiastraat, 2030 Antwerpen met inbegrip van de landhoofden en het bijhorend bedieningshuis.
Het college beslist de voorgenomen bescherming ongunstig te adviseren maar suggereert om in de plaats van de Siberiabrug de bescherming van de Wilmarsdonkbrug te overwegen.