Volgens artikel 57 §2 van het gemeentedecreet oefent het college de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 43, § 1, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen.
Artikel 182 §2 en §4 van het gemeentedecreet bepaalt dat de reglementen, de verordeningen, de beslissingen en de akten van de burgemeester en van het college en de briefwisseling van de gemeente moeten worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de gemeentesecretaris.
In het bestuursakkoord 2013-2018 van het Antwerpse stadsbestuur (goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 januari 2013, jaarnummer 35) wordt het belang van de erkenning als toeristisch centrum benadrukt:
Binnen de huidige wetgeving zijn handelaars verplicht om zich in regel te stellen met twee wetgevingen:
Dit betekent respectievelijk dat:
Maar door de erkenning als toeristisch centrum mogen handelszaken:
Van het verbod op de tewerkstelling na 20.00 uur in de distributiesector kan geen afwijking worden gegeven omdat dit nachtarbeid is.
Voor de aanvraag tot erkenning moeten er twee dossiers worden opgemaakt die moeten voldoen aan bepaalde criteria en waarvan:
Het gedeelte van de binnenstad van Antwerpen waarvoor de erkenning als toeristisch centrum wordt gevraagd is als volgt afgebakend:
Het stadsgebied waarvoor de erkenning van toeristisch centrum wordt aangevraagd wordt afgebakend door:
Deze straten zitten binnen de afbakening, zowel de pare als de onpare zijde van de straat.
De sector werd geïnformeerd over en betrokken bij het dossier voor de erkenning:
De werkgroep communicatie werkt momenteel de communicatiestrategie naar de verschillende doelgroepen (bewoners, handelaars, bezoekers) uit. Deze communicatiestrategie wordt nog aan het college voorgelegd.
Het college keurt de twee dossiers in het kader van de erkenning van een deel van Antwerpen als toeristisch centrum goed.
Het college keurt de twee collegiale brieven met betrekking tot de aanvraag van een deel van de Antwerpse binnenstad als toeristisch centrum aan de Minister voor Middenstand, mevrouw S. Laruelle en aan de Minister voor Werk, mevrouw M. De Coninck goed.