Het milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen de procedures aangaande milieuvergunningsaanvragen. Met name artikel 6, §1,1° e) juncto artikel 35, 3°, b) Vlarem I vermelden de procedure van advisering van het college van burgemeester en schepenen over aanvragen ingediend door openbare besturen of een door hen opgerichte instelling.
De huidige milieuwetgeving (Vlarem) voorziet in drie klassen van milieuvergunningen:
Er bestaat een uitzonderingsprocedure voor milieuvergunningsaanvragen voor een inrichting van klasse 2 van openbare besturen of een door hen opgerichte instelling, de zogenaamde klasse 2 overheid. Hierover beslist de deputatie.
Een milieuvergunningsaanvraag voor een inrichting van klasse 2 overheid, wordt ingediend bij de provincie. Volgens de Vlarem-wetgeving is de provincie bij dit type milieuvergunningsaanvraag verplicht om een advies te vragen aan de stad op wiens grondgebied de inrichting gelegen is. Deze stad is wettelijk niet verplicht een advies uit te brengen.
Momenteel geeft het college steeds een advies aan de provincie Antwerpen over een milieuvergunningsaanvraag voor een inrichting van klasse 2 van stad Antwerpen. Eén van de adviesverlenende organen is dus het orgaan dat de aanvraag ingediend heeft. Dit is geen logische of objectieve werkwijze.
Volgens artikel 35, 3°, b) Vlarem I wordt de mogelijkheid voorzien geen advies te formuleren aan de provinciale milieuvergunningscommissie.
Voorstel:
Het college beslist om bij de milieuvergunningsaanvragen van de groep stad Antwerpen een technisch verslag van de dienst milieuvergunningen bij te voegen en geen advies meer uit te brengen op vraag van de deputatie.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| PO CS BW |
Bij voorbereiding van een milieuvergunningsaanvraag de dienst SW/V/MV om advies vragen voorafgaand aan de indiening van de aanvraag bij de provincie zodat preventieve maatregelen kunnen opgelegd worden ter voorkoming van milieuhinder. |