Op 19 april 2013 werd Möbius door het college (jaarnummer 3809) aangesteld voor de uitvoering van de “Optimalisatieaudit naar de overhead binnen de groep stad Antwerpen”, op basis van bestek met nummer GAC/2013/1725.
Op vrijdag 18 oktober 2013 presenteerde Möbius de resultaten van deze optimalisatieaudit aan het college. Op donderdag 17 oktober 2013 stelden zij de resultaten van de optimalisatieaudit ook voor aan het managementteam van de stad en vertegenwoordigers van de verzelfstandigde entiteiten.
In het bestuursakkoord 2013-2018 heeft de bestuursploeg een aantal beleidsopties opgenomen omtrent een meer efficiënte en transparante groepsarchitectuur:
Tijdens de budgetopmaak werd becijferd dat de groep stad Antwerpen in haar personeelsbestand 1420 VTE dient te besparen om tegemoet te komen aan de pensioenproblematiek en om de nodige beleidsruimte voor investeringen te kunnen realiseren.. Het stadsaandeel bedraagt 636 VTE.
Na de toelichting van de resultaten van de Möbiusstudie op het college van 18 oktober, werd aan alle schepenen de kans gegeven hun bemerkingen te geven op de optimalisatieaudit. Voorliggend besluit is hier een weergave en samenvatting van.
Het college beslist het bijgevoegde functie-organogram als uitgangspunt te nemen voor de toekomstige groepsarchitectuur. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen horizontale overheadtaken (die uitgeoefend worden voor de gehele groep stad Antwerpen) en de verticale beleidsdepartementen / bedrijfseenheden / autonome gemeentebedrijven.
Het college geeft opdracht aan het managementteam, om in samenwerking met de betrokken kabinetten, de nodige motivatienota’s uit te werken.
Het college beslist principieel dat de verzelfstandigde entiteiten geen verdere participaties mogen aangaan (d.w.z. geen ‘klein’-dochters mogen oprichten) zonder voorafgaandelijke toestemming van het college, en geeft opdracht om dit principe in de statuten en beheersovereenkomsten in te schrijven. Het college verzoekt de bevoegde beslissingsorganen van het OCMW een gelijkaardig principe goed te keuren.
Het college beslist de optie van een 'holding-managementteam' niet te weerhouden. Het college geeft opdracht aan het managementteam om, samen met het managementcomité, een werkwijze uit te denken voor een groepsoverleg en een eventueel apart klantenoverleg per gemeenschappelijke dienst te voorzien.
Het college neemt bij de verdere uitwerking van de nieuwe groepsstructuur, tenzij gemotiveerd onderbouwd anders aangetoond wordt, steeds als uitgangspunt dat de financieel / fiscaal meest interessante optie gelicht wordt en dat de rechten en het patrimonium van de stad niet worden geschaad.
Het college verzoekt het OCMW om dezelfde uitgangspunten voor hun organisatie te overwegen.
Het college beslist, en stelt aan het bevoegde beslissingsorgaan van het OCMW voor, om het principe van de gemeenschappelijke diensten zo maximaal mogelijk te implementeren. Waar mogelijk worden de diensten van de stad, OCMW en alle verzelfstandigde entiteiten samengevoegd. Betere samenwerking met de stadsdiensten is het uitgangspunt, en wie beroep doet op een externe dienstverlener, dient zijn beslissing vooraf gemotiveerd aan het college, respectievelijk OCMW-raad, voor te leggen.
Het college beslist opdracht te geven aan het managementteam om in overleg met het managementcomité van het OCMW en met de betrokken schepenen een voorstel uit te werken omtrent de positie en taakomschrijving van volgende diensten:
Het college beslist opdracht te geven aan het managementteam om zo snel mogelijk een gemotiveerd ontwerpbesluit voor te leggen.
Het college beslist opdracht te geven aan het managementteam om, in overleg met het managementcomité van het OCMW, volgende principes van de nieuw op te richten gemeenschappelijke diensten verder uit te werken, en gemotiveerde ontwerpbesluiten daaromtrent voor te leggen:
Het college bevestigt dat het OCMW autonoom blijft en dat de decretale (beleids)taken van het OCMW onafhankelijk uitgeoefend zullen blijven.
Het college stelt aan het bevoegde beslissingsorgaan van het OCMW voor om het departement 'gezondheid, wonen, welzijn en senioren' in te kantelen naar de stad, onder de bedrijfseenheid 'samen leven'.
Het college stelt aan het bevoegde beslissingsorgaan van het OCMW voor om het voortbestaan van het departement ‘patrimonium, infrastructuur en beveiliging’ te onderzoeken.
Het college geeft opdracht aan de financieel beheerder van de stad om samen met de financieel beheerder van het OCMW te onderzoeken welke subsidies door deze inkanteling in het gedrang zouden kunnen komen en een passend oplossingsvoorstel uit te werken om dit te voorkomen.
Het college beslist dat de verzelfstandigde entiteiten die nu reeds volgens het Gemeentedecreet werken, en zullen blijven voortbestaan, een voorstel tot evaluatieverslag dienen op te maken tegen uiterlijk 31/03/2014. Om te voldoen aan de evaluatieverplichting, beslist het college telkens een ambtelijke werkgroep samen te stellen bestaande uit de strategisch coördinator, de directeur van de dienst interne audit, en een (paritaire) afvaardiging van de betrokken verzelfstandigde entiteit.
Het college beslist de juridische structuur van het autonoom gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs te behouden.
Het college beslist AG VESPA en delen van AG Stadsplanning en GAPA, om te vormen tot een nieuw autonoom gemeentebedrijf AG VESPA (Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen).
Het college beslist om AG Stadsplanning en GAPA maximaal in te kantelen, deels bij de stad (bedrijfseenheid stadsontwikkeling) en deels bij AG VESPA (Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen) om vervolgens deze autonome gemeentebedrijven te vereffenen.
Het college geeft opdracht aan interne audit (eventueel met externe partij) om een volledige “due diligence” procedure met betrekking tot deze inkantelingen op te starten, om finaal over een volledige inventaris te beschikken van alle rechten en plichten bij de overname door de stad, of AG VESPA (Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen).
Met betrekking tot de inkanteling van AG Stadsplanning geeft het college opdracht aan:
| SW en AG VESPA | in samenspraak met AG Stadsplanning de activiteiten te verdelen en deze over te dragen naar SW en AG VESPA (Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen) |
| PM | de overname van het personeel door de stad te begeleiden |
| FI | de overdracht van de middelen te begeleiden |
| de voorzitter van AG Stadsplanning | deze inkanteling vanuit de raad van bestuur volledig te ondersteunen |
| BZ/JUR | opmaak van een gemotiveerd gemeenteraadsbesluit tot opheffing van AG Stadsplanning |
Met betrekking tot de inkanteling van GAPA geeft het college opdracht aan:
| SW | de activiteiten van het luik parkeerbeleid van GAPA te organiseren binnen SW vanaf 1 januari 2014 |
| FB in samenwerking met de werkgroep verzelfstandiging | om extern een fiscale audit te bestellen met het oog op de maximale inkanteling van de overige activiteiten van GAPA binnen SW en mogelijks AG VESPA (Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen) |
| directeur SW | in afwachting van verdere beslissingen over de inkanteling, met ingang van 1 januari 2014 het personeel van GAPA aan te sturen |
| PM | de overname van het personeel door de stad te begeleiden |
| FI | de overdracht van de middelen te begeleiden |
| de voorzitter van GAPA | deze inkanteling vanuit de raad van bestuur volledig te ondersteunen |
| BZ/JUR | opmaak van een gemotiveerd gemeenteraadsbesluit tot opheffing van GAPA indien dit mogelijk blijkt uit de resultaten van de fiscale audit |
Het college beslist het autonoom gemeentebedrijf Energiebesparingsfonds (voorlopig) te behouden tot bekend is welke wetgevende initiatieven hieromtrent genomen worden door de hogere overheid. Uitgangspunt is evenwel dat het AG ingekanteld wordt indien dit kan.
Het college beslist het autonoom gemeentebedrijf Kinderopvang en dienst voor onthaalouders voorlopig te behouden. Het college beslist de studie van KPMG af te wachten om de toekomstige werking van AG KOP verder te bepalen. De studie van KPMG zal als startbasis gebruikt worden bij de evaluatie van AG KOP.
Het college beslist principieel om binnen de beleidsdomeinen sport, cultuur en toerisme/stadsmarketing telkens één EVA-vzw te behouden. Het concept van één overkoepelende EVA 'Evenementen' uit de Möbius-studie wordt bijgevolg verlaten.
Het college beslist een nieuwe EVA-vzw ‘ Stadsmarketing en toerisme’ (werknaam) op te richten, of hiervoor een bestaande structuur te gebruiken, en de taken die onder een louter verzelfstandigde vorm uitgevoerd dienen te worden, en momenteel uitgevoerd worden door vzw Promotie stad Antwerpen en vzw VVV, daarin onder te brengen.
Het college beslist vzw Werk en Economie principieel in te kantelen, en verder te onderzoeken welke taken van vzw Werk en Economie onder een louter verzelfstandigde vorm uitgevoerd dienen te worden. Voor die taken die onder een verzelfstandigde vorm uitgevoerd moeten worden, dient de betrokken bedrijfsdirecteur een gemotiveerd voorstel te doen over waar deze taken best ondergebracht kunnen worden.
Het college beslist vzw Antwerpen Sportstad te behouden en om te vormen conform het Gemeentedecreet.
Het college beslist een nieuwe stichting voor openbaar nut op te richten om een oplossing te bieden met betrekking tot musea en erfgoed.
Het college beslist de vzw Antwerpen Open te behouden en om te vormen tot een EVA-vzw ‘Antwerpen Open’.
Het college beslist de vzw Antwerpen Studentenstad te behouden. De regiefunctie van vzw Antwerpen Studentenstad werd opgenomen binnen de bedrijfseenheid ondernemen en stadsmarketing.
Het college beslist de regie over sociale tewerkstelling en sociale economie binnen de groep, en de uitvoering van sociale tewerkstelling binnen de groep onder te brengen bij de bedrijfseenheid personeelsmanagement. Vzw Werkhaven wordt voorlopig behouden als uitvoerende EVA voor sociale economie binnen de groep.
Het college geeft opdracht aan personeelsmanagement, ondernemen en stadsmarketing en vzw Werkhaven de noodzaak van een eigen uitvoerend sociale economiebedrijf te onderzoeken.
Het college beslist, enkel indien nodig, een nieuwe EVA-vzw 'Fondsen' op te richten die zal ressorteren onder de gemeenschappelijke dienst financiën, die zal instaan voor transparantie, rapportering en controle. Middelen die via de nieuwe EVA-vzw ‘Fondsen’ ontvangen worden, kunnen enkel gespendeerd/uitgegeven worden binnen het beleidsdomein (of binnen de doelstelling) waarvoor ze initieel ontvangen werden.
Het college beslist om het aantal vzw's maximaal in te perken en waar mogelijk de vzw's te vereffenen.
Het college beslist volgende vzw's te vereffenen en in te kantelen binnen de stadsadministratie, waarbij het personeel wordt overgenomen door de stad:
Het college beslist dat alle vzw's en AG's die behouden blijven, volgende beleidslijnen in acht moeten nemen:
Deze bepalingen worden opgenomen in de afzonderlijke beheersovereenkomsten.
Het college beslist dat volgende denkpistes verder onderzocht dienen te worden en geeft daartoe opdracht aan het managementteam om gemotiveerde voorstellen voor te leggen:
Het college beslist een ambtelijke werkgroep onder voorzitterschap van de strategisch coördinator op te starten om de beslissingen in dit besluit verder uit te werken.
Het college beslist dat voor alle verzelfstandigde entiteiten maximaal gestreefd wordt naar eenvormige statuten en beheers- / samenwerkingsovereenkomsten.
Het college beslist opdracht te geven aan de stadssecretaris om samen met de OCMW-secretaris een nieuw groepscharter uit te werken, waarin minstens alle bovenstaande principes vervat zijn.
Het college beslist opdracht te geven aan het managementteam om ten laatste tegen 1/1/2014 een gedetailleerd voorstel van stappenplan aan het college voor te leggen.
Het college geeft opdracht aan de stadssecretaris en bestuurszaken/juridische dienst om de nodige ontwerp-gemeenteraadsbesluiten op te maken aangaande bovenstaande beslissingen.