De bedrijfseenheid stadsontwikkeling zal de nodige signalisatie aanpassen. Er zijn dus geen rechtstreekse financiële gevolgen.
De gemeenteraadsbeslissing van 28 januari 2013 (jaarnummer 50) waarin, krachtens het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, de bevoegdheid wordt gedelegeerd aan het college.
Op 19 december 2011 (jaarnummer 1326) keurde de gemeenteraad het aanvullend reglement tot de politie van het wegverkeer voor het Mastplein in het district Wilrijk goed.
Op 12 februari 2013 ontving het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (Parkeerbedrijf) de vraag om te onderzoeken of het mogelijk is om extra parkeerplaatsen te voorzien op het Mastplein.
Het Mastplein is gelegen in de zone 30, gekend als zone 30 nummer 44 ‘omgeving Sint Bavostraat - Koning Leopoldstraat’.
Op het Mastplein geldt de zonereglementering op het parkeren met beperkte parkeertijd.
De te reglementeren openbare weg behoort tot het beheer van de stad Antwerpen.
Onderzoek wees uit dat het mogelijk is om het langsparkeren zowel aan de oostelijke als de westelijke zijde toe te laten aangezien de rijbaan hier voldoende breed is. Het is voor de verkeersveiligheid dan wel noodzakelijk om het dubbelrichtingverkeer toe te laten in het gedeelte ter hoogte van de nummers 30 tot 70, zodat vrachtwagens niet langer verplicht zijn om tegen de klok in rond het plein te rijden om de laad- en loszone te bereiken. Op vraag van de dienst mobiliteit wordt het fietsen in beide richtingen rond het plein toegelaten.
De districtsraad adviseerde om in artikel 1 "uitgezonderd voor fietsers" te schrappen.
De dienst mobiliteit geeft volgende argumentatie om fietsers toch in beide richtingen toe te laten:
"Dienst mobiliteit adviseert het Beperkt Eenrichtingsverkeer op het Mastplein toe te passen. Het Beperkt EenrichtingsVerkeer (BEV) is het toelaten van fietsverkeer in beide richtingen in eenrichtingsstraten voor gemotoriseerd verkeer. Het BEV is bedoeld om het fietsen te bevorderen. Voor fietsers zijn vooral de veiligheid, het comfort, de directheid, de aantrekkelijkheid en de samenhang van fietsvoorzieningen van belang. Het BEV speelt hier op in door het vermijden van omwegen en het verbeteren van de veiligheid voor de fietsers.
Fietsers proberen steeds de kortste route te nemen. Dit is begrijpelijk aangezien ze, anders dan autobestuurders, onbeschermd zijn ten aanzien van de weersomstandigheden en aangezien ze zelf de inspanningen moeten leveren voor hun verplaatsing. Als de wegbeheerders er in slagen om de fietsers omwegen te besparen wordt er werk gemaakt van het wegwerken van missing links en zullen wellicht meer weggebruikers er toe aangezet worden om de fiets te gebruiken voor hun verplaatsing.
In de praktijk blijken veel fietsers, ook op de plaatsen waar het niet is toegelaten, in de tegenrichting te rijden in eenrichtingsstraten. Zeker op het Mastplein zal men er niet in kunnen slagen om fietsers rond te laten rijden waar het in tegenrichting fietsen een verkorting is van hun reisweg, tenzij met constante handhaving, iets wat niet realistisch is.
Hoewel het gedrag van deze fietsers op het eerste gezicht zeer gevaarlijk lijkt, valt het aantal ongevallen in de praktijk mee. Dit is een gevolg van het optimale oogcontact tussen de kruisende fietsers en autobestuurders, waardoor eventuele conflicten zichzelf oplossen. Ook het feit dat het hier een parking betreft maakt dat automobilisten hun rijgedrag sowieso aanpassen en oplettend zijn, en dit niet alleen voor fietsers, maar ook voor voetgangers van en naar hun auto.
Door het gecombineerd Koninklijk en Ministerieel Besluit van 18 december 2002 is het verplicht om het BEV in te voeren in straten waar de snelheid ≤50 km/u en de rijbaan ten minste 3 meter bedraagt. Enkel die straten waarin volgens de wegbeheerder het BEV niet op een veilige manier kan gerealiseerd worden mogen uitgesloten worden. Op het mastplein wordt aan beide voorwaarden voldaan en adviseert de dienst mobiliteit om het beperkt eenrichtingsverkeer toe te passen."
Het Parkeerbedrijf stelt voor het aanvullend verkeersreglement als volgt aan te passen:
Door deze maatregelen neemt de parkeerbalans toe met 13 parkeerplaatsen.
De districtsraad verleent gunstig advies om het aanvullend verkeersreglement voor het Mastplein, gestemd in de zitting van 19 december 2011 (jaarnummer 1326), op te heffen en te vervangen door, mits volgende aanpassingen:
- schrappen "uitgezonderd voor fietsers" in artikel 1 van het reglement;
- de bijkomende parkeerplaatsen (langsparkeren) met witte markeringen worden afgebakend.
Het college keurt goed om het aanvullend verkeersreglement voor het Mastplein, gestemd in de zitting van 19 december 2011 (jaarnummer 1326), op te heffen en te vervangen door:
A. Bovengrondse parkeerplaats:
Artikel 1: het eenrichtingsverkeer wordt, uitgezonderd voor fietsers, ingevoerd tegen de wijzers van de klok in, uitgezonderd in het gedeelte ter hoogte van de nummers 30 tot 70.
De verkeersborden C1 en F19 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 2: de verplichting wordt opgelegd naar rechts te rijden ter hoogte van de Heistraat, uitgezonderd voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A.
Het verkeersbord D1f met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 3: het parkeren wordt verboden langs de bebouwde zijde:
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirband aangebracht.
Artikel 4: het parkeren wordt verboden
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 5: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap, op de aangelegde parkeerplaats ter hoogte van nummer 115 (twee plaatsen).
De verkeersborden E9a, met onderbord, worden aangebracht.
Artikel 6: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor autodelen tegenover nummer 21 (twee plaatsen).
Het verkeersbord E9a met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 7: parkeervakken worden gemarkeerd door witte markeringen.
Artikel 8: parkeervakken worden gemarkeerd door witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
B. Ondergrondse parkeerplaats:
Artikel 9: de toegang tot de ondergrondse parkeerplaats wordt verboden voor bestuurders van voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, groter is dan 1.90 meter.
Het verkeersbord C29 wordt aangebracht.
Artikel 10: het verbod wordt opgelegd met een grotere snelheid te rijden dan 10km/uur in de ondergrondse parkeerplaats.
Het verkeersbord C43 wordt aangebracht.
Artikel 11: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor motorfietsen, personenauto’s, auto’s dubbel gebruik en minibussen in de ondergrondse parkeerplaats.
De verkeersborden E9b worden aangebracht
Artikel 12: de toegang tot de ondergrondse parkeerplaats wordt verdeeld in rijstroken.
Artikel 13: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.
Dit aanvullend reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan de afdeling beleid, mobiliteit en verkeersveiligheid van het Vlaamse gewest.