Met het collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) en het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2001 (jaarnummer 2307) werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verfijnd.
Op 4 april 2013 ( jaarnummer 2013_DRWI_00023) keurde de districtsraad de samenwerkingsovereenkomst goed met de vzw Kindervreugd. Hierin werden de afspraken opgenomen in verband met speelpleinwerking tijdens de zomermaanden. In deze overeenkomst werd afgesproken om na de zomervakantie een evaluatie op te maken over de werking tijdens de zomermaanden van het Gekkootje Wilrijk.
Op woensdag 2 oktober hebben de jeugdconsulent en de speelpleinmedewerker overleg gehad over de werking en werd de afgelopen zomervakantie geëvalueerd. De resultaten kan je terug vinden in het verslag dat als bijlage werd toegevoegd.
Het districtscollege keurt de evaluatie nota goed van speelpleinwerking vzw Kidnervreugd. Mits het behoud van de voorrangsregel voor werkende ouders van het district Wilrijk.
Vzw Kindervreugd weet hierdoor wat de verwachtingen zijn voor het volgende jaar en kan hierdoor hun opdracht goed uitvoeren.
Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000, jaarnummer 619, en bij collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnummer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 16 maart 2000, jaarnummer 3984, zijn bevoegdheid voor lokaal jeugdbeleid over te dragen aan de bureaus van de districtsraden.
Het districtscollege Wilrijk keurt eenparig het volgende besluit goed.
Het districtscollege keurt de evaluatie nota van vzw Kindervreugd goed.