Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing : decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Broydenborglaan in het district Hoboken:
Voorgesteld wordt voor de Broydenborglaan een nieuw aanvullend reglement op te stellen naar aanleiding van een infrastucturele ingreep:
Door het aanbrengen van de verkeersgeleider is er 1 parkeerplaats minder maar door deze ingreep wordt het kruispunt veiliger voor de zwakke weggebruiker.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Broydenborglaan in het district Hoboken, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 28 april 1997 (jaarnummer 556):
Artikel 1: een fietspad, uitgezonderd voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, wordt aangelegd langs de beide zijden vanaf de Verenigde Natieslaan tot de Krijgsbaan.
Het verkeersbord D7, met onderbord, wordt aangebracht.
Artikel 2: tussen de Meerlenhoflaan en de Marneflaan wordt langs de even zijde een gedeelte van de openbare weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A.
Het verkeersbord D9 wordt aangebracht.
Artikel 3: het stilstaan en parkeren wordt verboden langs de even zijde vanaf de Marneflaan tot de Krijgsbaan.
De verkeersborden E3 worden aangebracht.
Artikel 4: de rijbaan wordt verdeeld in rijstroken:
Artikel 5: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, langs de oneven zijde, ter hoogte van nummer 123.
Artikel 6: een stopstreep wordt gemarkeerd voor de verkeerslichten:
Artikel 7: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 8: een verkeersgeleider wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen ter hoogte van nummer 1.
Artikel 9: een verdrijvingsvlak wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen ter hoogte van nummer 123:
Artikel 10: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.