De gecoördineerde Grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.
Artikel 42 §3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.
De stad Antwerpen rekent sinds 1998 administratie- en aanmaningskosten door aan wanbetalers van niet-fiscale schuldvorderingen, zoals voorzien in het collegebesluit van 28 mei 1998 (jaarnummer 7013), de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603) en het retributiereglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 maart 2012 (302). Dat reglement voorzag reeds een retributie van 15,00 EUR voor het verzenden van een tweede aanmaning, het doorrekenen van kosten van een aangetekende rappelbrief en een retributie van 15,00 EUR bij de aanmaak van een dwangbevel.
Het bestaande reglement blijft bestaan en wordt verlengd.
In de toekomst beoogt de stad Antwerpen nog meer werk te maken van een efficiënte invordering. Het voorliggende reglement vult het bovengenoemde reglement dan ook aan en voegt een gelijkaardige retributie bij de invordering van fiscale schuldvorderingen.
Naast een retributie voor de door de stad Antwerpen gemaakte administratie- en aanmaningskosten voorziet het bijgevoegde reglement tevens in een vergoeding van de kosten die de stad Antwerpen dient te maken wanneer de debiteur woont in of verhuist naar het buitenland en niet spontaan overgaat tot betaling. Deze retributie zal zowel bij de invordering van niet-fiscale als fiscale vorderingen worden geheven. In de eerste plaats zal de stad Antwerpen de kosten doorrekenen die de stad Antwerpen dient te betalen aan een derde (deurwaarder, advocaat, incassobureau, …) waar de stad Antwerpen met het oog op de invordering noodgedwongen beroep op doet. Bijkomend zal een beperkte retributie worden gevraagd van 15,00 EUR, die onder meer de kosten dekt van adresopzoekingen, inwinnen van inlichtingen, portkosten, overmaken dossier aan de derde, …
Ingeval de stad Antwerpen beroep kan doen op de procedure van internationale invorderingsbijstand zoals voorzien in Richtlijn 2010/24/EU van 16 maart 2010, zal de debiteur eveneens een beperkte retributie van 15,00 EUR dienen te betalen, die de door de stad Antwerpen te vervullen formaliteiten/kosten vergoedt.
Tenslotte voorziet het reglement in een retributie voor een openbare verkoop na uitvoerend beslag op onroerend goed. Deze procedure wordt slechts aangewend wanneer de belastingplichtige manifest nalaat de verschuldigde belastingen (en kosten) te betalen en/of het vaststaat dat de verdere instandhouding van zijn/haar verwaarloosde of leegstaande woning slechts tot gevolg zal hebben dat de verschuldigde belasting nog verder oploopt, in die zin dat betrokkene deze niet meer binnen een redelijke termijn kan betalen. Bovendien wordt deze stap slechts gezet wanneer de ‘gebruikelijke’ invorderingsprocedures ontoereikend bleken en de kosten alsmaar ophogen.
Tot op heden vorderde de stad Antwerpen geen enkele vergoeding voor deze extra prestaties. Doordat de betrokkene zelf niet overgaat tot verkoop van zijn pand teneinde zijn belastbare toestand te beëindigen en/of zijn schulden aan te zuiveren, dient de stad Antwerpen dit in zijn plaats te doen. Dergelijke procedures vereisen bovendien intensieve juridische ondersteuning en expertise en veroorzaken in hoofde van de stad Antwerpen oplopende kosten.
De procedures voor de invordering van de fiscale en niet-fiscale schulden kunnen kort als volgt worden geschetst:
Bij dit alles dient met klem te worden benadrukt dat een burger die van goede wil is en betalingsmoeilijkheden ondervindt altijd de kans zal krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel beheerder is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur te goeder trouw een voorstel doet om de schuld binnen een redelijke termijn af te betalen.
Niet alleen voor de invordering van niet-fiscale (cf. het hierboven vermelde reglement 2012_GR_00302), maar ook voor de invordering van fiscale vorderingen dienen de wanbetalers in te staan voor de meerkosten die ze veroorzaken.
De in het hieronder vermelde reglement bepaalde retributies vergoeden de meerkost voor administratie die de invordering van schulden met zich brengt wanneer de debiteur duidelijk onwillig is. Het betreft vermijdbare kosten die de wanbetaler door eigen inertie heeft veroorzaakt. Het is evident dat de debiteur die niet tijdig betaalt, niet reageert op de correspondentie van de stad en/of geen bereikbaar adres opgeeft, de kosten draagt die daarvan het rechtstreekse gevolg zijn. Dit geldt ongeacht of de debiteur zich binnen of buiten de landsgrenzen bevindt, al spreekt het voor zich dat de kosten nog meer oplopen wanneer de debiteur in het buitenland woont.
In de eerste plaats wil dit reglement de administratie de mogelijkheid geven om de kosten veroorzaakt door wanbetalers te recupereren. Het komt weinig billijk over dat de kosten van de administratie in dezelfde mate zouden dienen te worden gedragen door alle burgers, nu de passieve houding van sommige wanbetalers immers leidt tot aanzienlijke meerkosten voor de administratie (papier, materiaal, verzendingskosten, eventueel extern juridisch advies of adresopzoekingen door een deurwaarder, …).
In de tweede plaats beoogt dit reglement een stimulans te zijn om de wanbetaler ertoe aan te zetten tijdig te betalen of minstens tijdig de administratie te contacteren ingeval hij of zij betalingsproblemen ondervindt. De burger wordt op die manier ook aangesproken op zijn verantwoordelijkheid om een geldig adres te hebben en de correspondentie van de stad niet ongelezen te laten.
Voor de retributie voor de kosten van de procedures inzake de openbare verkoop na uitvoerend beslag op onroerend goed dient bijkomend op de specificiteit van dergelijke procedures te worden gewezen. Zoals hoger reeds werd aangehaald, betreft het zeer ingewikkelde, tijdrovende, arbeidsintensieve en kostelijke procedures. Wanneer de stad dergelijke procedures niet zou voeren, zou er een gevoel van financiële straffeloosheid optreden. Het voeren van deze procedure is dan ook een must, wil men een doortastend beleid voeren tegen leegstand en verkrotting in Antwerpen. Het is echter door de onmogelijkheid om de kosten van deze procedure te recupereren dat andere steden en gemeenten vaak niet overgaan tot uitvoerend beslag op onroerend goed.
Artikel 94, 2° van het Gemeentedecreet bepaalt dat de financieel beheerder voor niet-fiscale vorderingen een dwangbevel kan uitvaardigen dat wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
Op basis van artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, artikel 298§2 Wetboek Inkomstenbelastingen (W.I.B. 1992) en artikel 147 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het W.I.B. 1992 kan de financieel beheerder voor fiscale vorderingen een dwangschrift uitvaardigen dat wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
De gemeenteraad beslist het retributiereglement voor administratie- en aanmaningskosten van niet-fiscale vorderingen goed te keuren.
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Aanrekening retributie invorderingskosten | 80.000,00 EUR per jaar | budgetplaats: 5172000000 budgetpositie: 705 functiegebied: 1HSB010102A00000 subsidie: SUB_NR fonds: INTERN begrotingsprogramma: 1SA070111 budgetperiode: 1400-1900 |
NVT |