Het bestuursakkoord 2013-2018 stelt dat de stad streeft naar een optimale mix van vervoersmiddelen waarbij elk vervoermiddel op zijn sterke punten wordt uitgespeeld. Zo kunnen mensen de beste keuze maken in functie van hun verplaatsingsmotieven. Er wordt voorzien in voldoende alternatieven opdat de Antwerpenaar zich op andere manieren dan met de auto kan verplaatsen binnen de stad. Hiervoor zet het bestuursakkoord in op het fietsverkeer als volwaardige verplaatsingsmodus om zo Antwerpen verder te verfietsen.
Onder meer volgende concrete acties dienen hiertoe bij te dragen:
Verkeersveiligheid blijft een prioritaire doelstelling.
Ook in de bestuursakkoorden van de verschillende districten is er bijzondere aandacht voor het verder verfietsen van de stad Antwerpen en de districten. Er worden verschillende concrete acties met betrekking tot fietsen opgelijst. Het uitbreiden van systeem van leenfietsen naar de districten is in dat opzicht een vaak gegeven voorbeeld. Daarnaast geven de districten aandacht aan fietsinfrastructuur in de vorm van fietspaden, fietsstraten en veilige fietsparkeerplaatsen.
Op 21 september 2009 (jaarnummer 1384) keurde de gemeenteraad het eerste fietsbeleidsplan van de stad goed. Het fietsbeleidsplan 2009-2012 omvatte maatregelen die het rijden met de fiets in Antwerpen faciliteerden (onder meer de aanleg van fietspaden), die het stallen van de fiets gemakkelijker maakten, en maatregelen die het fietsgebruik promootten. De integrale aanpak zoals uitgewerkt in het fietsbeleidsplan en de realisatie van concrete acties zorgde ervoor dat stad Antwerpen op 23 juni 2012 bekroond werd als winnaar van de wedstrijd Fietsstad Vlaanderen 2012 in de categorie van steden met meer dan 50.000 inwoners.
Op 23 maart 2012 (jaarnummer 2998) besliste het college een momentopname te maken van het kwaliteitsniveau van het Antwerpse fietsbeleid. Deze momentopname gebeurde door middel van de fietsaudit BYPAD (Bicycle Policy Audit). Op basis van de evaluatie van het fietsbeleid wordt een uitgebreid voorstel gedaan van mogelijke maatregelen. Deze set van maatregelen biedt een logische basis voor de herziening van het fietsbeleid en het opstellen en uitwerken van een nieuw fietsplan voor de stad Antwerpen.
BYPAD evalueerde het fietsbeleid op vlak van resultaten op het terrein (fietsinfrastructuur, fietsparkeren, fietscampagnes,…) en de manier waarop het fietsbeleid verankerd is in de hele Antwerpse besluitvorming. De evaluatie gebeurde door de politieke bestuurders, de uitvoerende diensten en de gebruikers (onder andere fietsersbond, jeugdraad, senioren,…). Aan de hand van 9 modules werd een score gegeven van 0 tot 4. Dit leidde tot volgende resultaten:
| gebruikersbehoefte | 1.8 |
| leiderschap en coördinatie | 2.5 |
| beleid op papier | 3.0 |
| personeel en middelen | 2.5 |
| infrastructuur | 1.8 |
| communicatie en promotie | 2.5 |
| educatie | 2.0 |
| complementaire maatregelen | 1.0 |
| evaluatie en effecten | 2.0 |
De scores liggen grotendeels in lijn met het fietsrapport 2012 van de Fietsersbond Antwerpen. De scores bevestigen dat de stad Antwerpen de lat voor haarzelf hoog legt. In de BYPAD wordt op basis van bovenstaande scores per module ook een overzicht gegeven van mogelijke maatregelen en acties om het fietsbeleid verder te versterken, waaronder:
Het college neemt kennis van de resultaten van de BYPAD. De BYPAD vormt de logische eerste basis voor de herziening van het fietsbeleid.
Het Fietsplan 2014-2018 wil een overzicht bieden van de strategische lijnen die nodig zijn om Antwerpen verder te verfietsen. Het Fietsplan geeft daarenboven een duidelijk beeld (van de aard) van de maatregelen en acties die nodig zijn om dit effectief te realiseren.
Hiervoor geeft het Fietsplan een antwoord op 2 vragen.
Het waarborgen van de veiligheid voor fietsers is een essentiële randvoorwaarde.
Samen met het bestuursakkoord 2013-2018 vormen de resultaten van de BYPAD de vertrekbasis voor het uitwerken van het Fietsplan.
A. Plan van aanpak: 4 fasen
In een eerste fase (oriëntatie en analyse) worden het concept en de scope van het Fietsplan bepaald. Volgende acties worden hiervoor ondernomen:
Dit leidt tot de procesnota die aan het college wordt voorgelegd.
In een tweede fase wordt een eerste draft van het Fietsplan opgemaakt. Deze draft wordt gestructureerd volgens drie assen: fietscomfort, fietsaanbod en fietsinfo. De eerste draft vormt de basis voor gesprekken met beleid, districten en sleutelactoren.
Op basis van bijkomend onderzoek en een consultatieronde wordt in een derde fase het eigenlijke Fietsplan opgemaakt. Het eigenlijke Fietsplan bouwt logischerwijze verder op de draft zoals die in de tweede fase is uitgewerkt.
In de vierde fase wordt de formele goedkeuringsprocedure doorlopen. Het Fietsplan wordt formeel goedgekeurd door het college. Voorafgaand wordt het geagendeerd op een Inter Kabinetten Werkgroep (IKW) en een Raad van Overleg met de districten (RVO).
B. Overlegstructuur
C. Timing
In de procesnota wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de timing voor de uitwerking van het Fietsplan en de relatie tot de besluitvorming. De totale doorlooptijd van het proces – inclusief de formele goedkeuringsprocedure – bedraagt 9 maanden. Het Fietsplan zal in mei 2014 aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd ter goedkeuring.
Het college neemt kennis van de resultaten van de fietsaudit BYPAD.
Het college keurt de procesnota voor de opmaak van het Fietsplan 2014-2018 goed.