Ja
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvrager: | Karel De Grote Hogeschool |
| De aanvraag omvat: | verbouwen en nieuwbouw Campus Zuid van Karel De Grote Hogeschool |
| Dossiernummer: | AN2/B/school/20133770 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Wat betreft de parkeervoorzieningen in het project merkt het college op dat gelet op de omvang van voorliggend project een Mober (mobiliteitseffectenrapport) werd opgemaakt. Uit het Mober blijkt dat er een realistische nood is aan 106 parkeerplaatsen. De stedelijke dienst mobiliteit merkt hierbij terecht op dat het Mober aantoont dat de campus zich sterk richt op openbaar vervoer en in tweede instantie op de fiets. Uit de plans blijkt dat de aanvraag een ondergrondse parkeergarage voorziet van twee bouwlagen. Op de eerste ondergrondse parkeerlaag bestaat de mogelijkheid tot het stallen van 125 wagens. De parkeerbehoefte van de aanvrager kan, gelet op het voorgaande, volledig worden opgevangen op de eerste ondergrondse laag. Enkel met de eerste ondergrondse laag is er ten opzichte van de aangetoonde behoefte nog een overschot van 19 parkeerplaatsen. In het kader van een stedenbouwkundige aanvraag, dient een aanvrager uitsluitend te voorzien in het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid voor het eigen project.
Gelet op het feit dat er in de eerste ondergrondse parkeerlaag totaal 125 parkeerplaatsen kunnen voorzien worden, wat ruim voldoende is voor de medewerkers van de campus, wordt het wenselijk geacht de tweede ondergrondse parkeerlaag te schrappen uit de vergunning. Voor deze schrapping wordt geen nieuw Mober meer opgemaakt aangezien de hypothese van 125 parkeerplaatsen hierin reeds werd besproken en gunstig beoordeeld. Het Mober maakt weliswaar ook melding van een scenario van 154 parkeerplaatsen, dit scenario wordt in het Mober echter als niet duurzaam bestempeld, zodat het onzorgvuldig zou zijn een tweede ondergrondse laag te vergunnen voor in totaal 165 plaatsen. Het creëren van een kennelijk overtal aan parkeerplaatsen zou mogelijk aanleiding kunnen geven tot het aantrekken van vermijdbare wagenbewegingen. De inrit ligt in de Montignystraat en wordt voorzien van een slagboom. De bufferruimte tussen de slagboom en voetpad is echter te beperkt (4,30 m) zodat er amper een kleine wagen kan staan. Als er dan een tweede wagen aankomt blokkeert die al snel het fiets- en voetpad. In de bufferruimte zouden toch twee wagens moeten kunnen staan, zoals opgenomen in voorwaarde bij de vergunning.
Om deze redenen kan de vergunning afgeleverd worden onder de hierna vermelde voorwaarden en met de beperking dat de tweede ondergrondse parkeerlaag niet mee vergund wordt en derhalve niet mag uitgevoerd worden. De eerste ondergrondse parking dient te worden ingericht voor 125 parkeerplaatsen.
Aan de aanvrager wordt wel opgelegd om de parking open te stellen als buurtparking.
Het college acteert tevens de bereidheid van de aanvrager deel te nemen aan initiatieven als het pendelfonds en bij te dragen in de kosten voor aanleg van publieke pocketparkings.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het college neemt kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie, met uitbreiding van hierbovenvermelde overwegingen aangaande de ondergrondse parking.
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, met dien verstande dat de tweede ondergrondse parkeerlaag niet mee vergund wordt en derhalve niet mag uitgevoerd worden. De eerste ondergrondse parking dient te worden ingericht voor 125 parkeerplaatsen.
De aanvrager is er tevens toe gehouden :