Volgende reglementen worden hernieuwd en verlengd voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2019) om de continuïteit te verzekeren:
- het belastingreglement op de verwaarloosde woningen of gebouwen;
- het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen;
- het belastingreglement op de verwaarloosde en/of leegstaande bedrijfgebouwen;
- de activeringsheffing op de onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op de braakliggende industriegronden;
- het belastingreglement op de tweede verblijven;
- het belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen.
Hierna worden de wijzigingen aan de reglementen aangehaald en toegelicht. Eerst en vooral worden de algemene wijzigingen weergegeven die gelden voor alle of meerdere reglementen en vervolgens de specifieke wijzigingen per reglement.
Deze specifieke wijzigingen zijn over het algemeen tekstuele verfijningen.
Algemene wijzigingen
- De structuur van de reglementen wordt aangepast. Deze nieuwe structuur is gebaseerd op het algemeen sjabloon dat ter beschikking wordt gesteld door het Agentschap Binnenlands Bestuur Vlaanderen.
Er wordt onder andere gewerkt met tussentitels waardoor de leesbaarheid van de reglementen wordt verhoogd.
- Conform de mogelijkheid die wordt geboden door het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt in de reglementen een administratieve geldboete ten bedrage van 250,00 EUR opgenomen voor de weigering om mee te werken aan een fiscale controle of om boeken of bescheiden voor te leggen.
Zoals bepaald wordt in de omzendbrief van 10 juni 2011 kan deze boete zowel worden opgelegd aan de belastingplichtige als aan een derde, niet belastingplichtige.
De boete zal worden gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als de regels die gelden voor de kohierbelastingen.
Ook het recht van bezwaar en de bezwaarprocedure is van toepassing. De persoon aan wie een administratieve geldboete wordt opgelegd, beschikt dus over de mogelijkheid om tegen deze boete een bezwaar in te dienen.
- In de reglementen waar nog de term 'dienstjaar' werd gebruikt, wordt deze vervangen door de term 'aanslagjaar'.
Specifieke wijzigingen
Belasting op de verwaarloosde woningen of gebouwen
- In het belastingreglement worden een aantal verfijningen/verduidelijkingen aangebracht. Er wordt uitdrukkelijk opgenomen dat er voor een ongeschikt- en/of onbewoonbare woning of gebouw slechts een einde kan gemaakt worden aan de belastbare toestand door het bekomen van een opheffing van de ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring. Als een aanvraag tot opheffing wordt ingediend vóór het einde van een bepaald aanslagjaar en deze aanvraag leidt tot een opheffing van de ongeschikt- en/of onbewoonverklaring, is de woning/het gebouw niet belastbaar voor dat aanslagjaar.
De bepaling met betrekking tot de kennisgeving van de belastbare toestand stelde dat er een controleverslag wordt meegestuurd. Dit is niet het geval voor de ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaarde gebouwen, aangezien de belastbaarheid dan niet blijkt uit een controleverslag van een controleur maar uit het besluit van de burgemeester tot ongeschikt en/of onbewoonbaarverklaring. Er wordt aan de bepaling met betrekking tot de kennisgeving dan ook toegevoegd dat een controleverslag, in voorkomend geval, wordt meegestuurd.
- De onafgewerkte woningen of gebouwen worden niet langer vermeld in dit belastingreglement. Het grond- en pandendecreet voorziet de mogelijkheid om nieuwe woningen of gebouwen als leegstaand te beschouwen indien de woning of het gebouw binnen de 7 jaar na afgifte van de stedenbouwkundige vergunning niet worden aangewend in overeenstemming met de functie. De woningen en gebouwen die aan deze voorwaarden voldoen, zullen dan ook vallen onder de toepassing van het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen. Om een dubbele belasting te vermijden worden dergelijke woningen of gebouwen niet langer vermeld in het belastingreglement op de verwaarloosde woningen of gebouwen.
- In het belastingreglement zijn vrijstellingen voorzien voor nieuwe eigenaars gedurende één aanslagjaar na het verlijden van de authentieke akte en voor nieuwe eigenaars gedurende twee aanslagjaren na het verlijden van de authentieke akte wanneer de woning of het gebouw hun enige eigendom is. De laatste vrijstelling geldt voor natuurlijke personen gedurende vijf aanslagjaren na het verlijden van de authentieke akte wanneer de woning of het gebouw hun enige eigendom is en zij het eigendom zelf bewonen.
Deze vrijstellingen worden beperkt en meer specifiek, deze vrijstellingen gelden niet indien de nieuwe eigenaar:
- een vennootschap is waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
OF
- een VZW is waarvan de vorige zakelijk gerechtigde lid van is;
OF
- bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad van de vorige zakelijke gerechtigde, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament.
Deze beperking wordt voorzien om fiscale constructies te voorkomen, waarbij dezelfde belanghebbenden steeds opnieuw op deze vrijstelling een beroep doet voor dezelfde woning of hetzelfde gebouw.
- Naar analogie met de vrijstellingen die zijn voorzien in het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen worden in het belastingreglement op de verwaarloosde woningen of gebouwen vrijstellingen ingebouwd voor belastingplichtigen die werken uitvoeren, al dan niet met stedenbouwkundige vergunning, om een einde te maken aan de belastbare toestand.
Deze vrijstellingen gelden voor het aanslagjaar waarin de werken worden gestart, respectievelijk het aanslagjaar waarin het renovatieschemadossier wordt ingediend en het daaropvolgende aanslagjaar.
Deze belastingplichtigen voeren werken uit om een einde te maken aan de belastbare toestand. De stad Antwerpen wenst dat er zo spoedig mogelijk een einde wordt gemaakt aan de belastbare toestand. Daarom wordt voor een termijn van 2 aanslagjaren een vrijstelling verleend. Deze vrijstellingen zijn redelijk verantwoord, rekening houdend met het nevendoel van deze belasting.
- Daar er algemene vrijstellingen worden voorzien voor het uitvoeren van werken met het oog op het beëindigen van de belastbare toestand wordt de vrijstelling voor belastingplichtigen die een aanvraagdossier indienen voor de renovatiepremie met als doel de renovatie van de gevel geschrapt uit het belastingreglement. Deze belastingplichtigen kunnen beroep doen op de algemene vrijstellingen.
- De uitdrukkelijke vrijstelling voor de autonome gemeentebedrijven wordt geschrapt daar het, rekening houdend met het nevendoel van dit belastingreglement en met het feit dat de stad Antwerpen in de strijd tegen verwaarlozing strenger wenst op te treden, niet nodig is om voor de autonome gemeentebedrijven nog langer een algemene vrijstelling te voorzien. De autonome gemeentebedrijven kunnen op basis van algemene rechtsbeginselen reeds beschikken over bepaalde vrijstellingen.
De stad Antwerpen wil hiermee het goede voorbeeld geven.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- De vrijstelling voor de "sociale woonorganisaties" wordt vervangen door een vrijstelling voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), de door de VMSW erkende huisvestingsmaatschappijen, het Vlaamse Woningfonds en de sociale verhuurkantoren. Deze dragen allen bij aan een taak van sociale woonvoorziening zodat het, rekening houdend met het nevendoel van deze belasting, gerechtvaardigd is om een vrijstelling te voorzien.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- Tot slot wordt er een meldingsplicht aan de stad Antwerpen opgenomen voor de notaris in geval van overdracht van de zakelijke rechten van woningen en gebouwen die door de stad Antwerpen gekend zijn als verwaarloosd. De stad Antwerpen en ook de eigenaar van onroerende goederen hebben er namelijk alle belang bij dat de stad Antwerpen over de meest actuele en correcte gegevens beschikt met betrekking tot de zakelijke rechten van deze onroerende goederen. Daar de notaris reeds contact dient op te nemen met de stad Antwerpen om na te gaan of bepaalde onroerende goederen gekend zijn als verwaarloosd, leegstaand,... wordt de meldingsplicht bij de notaris gelegd. Deze meldingsplicht vervangt de meldingsplicht van de belastingplichtige.
Vermits deze meldingsplicht uitdrukkelijk wordt opgenomen in het belastingreglement en iedere inbreuk van het belastingreglement kan bestraft worden met een geldboete, wordt voor het niet naleven van deze meldingsplicht een administratieve geldboete van 90,00 EUR bepaald.
Belasting op de leegstaande woningen of gebouwen
- Om de leesbaarheid en de begrijpbaarheid te verhogen worden de bepalingen van dit reglement verdeeld in drie delen. Een eerste deel, de algemene bepalingen, bevat het belastbaar voorwerp en de definities. Zo is voor de lezer onmiddellijk duidelijk waarop dit reglement betrekking heeft. In een tweede deel, het leegstandsregister, worden alle bepalingen opgenomen die specifiek betrekking hebben op het leegstandsregister: de opname in het leegstandsregister, het beroep tegen de opname, de schrapping en het beroep tegen de weigering tot schrapping. Het derde en laatste deel bevat alle bepalingen met betrekking tot de belasting.
- Er worden in het reglement verschillende tekstuele verfijningen aangebracht. Zo wordt de bepaling met betrekking tot de opname en de kennisgeving van de opname in het leegstandsregister verfijnd om de leesbaarheid te verhogen. Hiervoor wordt er ook een definitie opgenomen van het beschrijvend verslag.
In het reglement staat vermeld dat een belasting zal worden gevestigd voor leegstaande woningen of gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Omdat de woningen of gebouwen die zijn opgenomen in het leegstandsregister per definitie leegstaand zijn, wordt het woord 'leegstaande' uit deze bepaling geschrapt.
In de bepaling met betrekking tot de belastingplichtige staat vermeld dat de belasting verschuldigd is door diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de belasting eigenaar is van de leegstaande woning of gebouw. Dit komt er op neer dat de belasting verschuldigd is door diegene die op het ogenblik van het verstrijken van de belastbare periode eigenaar is van de leegstaande woning of gebouw. Dit wordt dan ook zo gesteld.
- Zoals hierboven reeds is aangehaald voorziet het decreet op het grond- en pandenbeleid de mogelijkheid om nieuwe woningen of gebouwen als leegstaand te beschouwen indien de woning of het gebouw binnen de 7 jaar na afgifte van de stedenbouwkundige vergunning niet wordt aangewend in overeenstemming met de functie. Dit was nog niet voorzien in het reglement en wordt dan ook toegevoegd.
De woningen en gebouwen die aan deze voorwaarden voldoen, zullen vanaf 1 januari 2014 worden opgenomen in het leegstandsregister. Tegen deze opname is, zoals voor elke nieuwe opname, een beroep mogelijk. Voor de woningen en gebouwen waarvoor geen gegrond beroep wordt ingediend, zal een eerste belastbare periode verstrijken ten vroegste op 1 januari 2015. Zij zullen dus voor de eerste keer belast worden in 2015.
Daar deze woningen of gebouwen thans nog vallen onder de toepassing van het reglement op de verwaarloosde en onafgewerkte woningen en gebouwen, zullen zij voor het aanslagjaar 2013 nog belast worden in toepassing van het reglement op de verwaarloosde en onafgewerkte woningen en gebouwen.
- In het belastingreglement is een vrijstelling voorzien voor nieuwe eigenaars gedurende twee aanslagjaren na het verlijden van de authentieke akte.
Deze vrijstelling wordt beperkt en meer specifiek, deze vrijstelling gelden niet indien de nieuwe eigenaar:
- een vennootschap is waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
OF
- een VZW is waarvan de vorige zakelijk gerechtigde lid van is;
OF
- bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad van de vorige zakelijke gerechtigde, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament.
Deze beperking wordt voorzien om fiscale constructies te voorkomen, waarbij dezelfde belanghebbenden steeds opnieuw op deze vrijstelling een beroep doen voor dezelfde woning of hetzelfde gebouw.
- In het belastingreglement is een vrijstelling voorzien voor belastingplichtigen die werken uitvoeren, al dan niet met stedenbouwkundige vergunning, om een einde te maken aan de belastbare toestand. Deze vrijstellingen gelden voor de belastbare periode waarin de werken worden gestart, respectievelijk de belastbare periode waarin het renovatieschemadossier wordt ingediend en twee daaropvolgende belastbare periodes.
De stad Antwerpen wenst strenger op te treden tegen leegstand. De vrijstellingsperiode van deze vrijstellingen wordt dan ook verkort tot de belastbare periode waarin de werken worden gestart, respectievelijk de belastbare periode waarin het renovatieschemadossier wordt ingediend en de daaropvolgende belastbare periode.
De belastingplichtigen aan wie reeds voordien een vrijstelling werd verleend op basis van deze vrijstellingsgronden kunnen, rekening houdend met verworven rechten, blijven genieten van de vrijstelling die reeds werd verleend.
- De uitdrukkelijke vrijstelling voor de autonome gemeentebedrijven wordt geschrapt daar het rekening houdend met het nevendoel van dit belastingreglement en met het feit dat de stad Antwerpen in de strijd tegen leegstand strenger wenst op te treden, niet nodig is om voor de autonome gemeentenbedrijven nog langer een algemene vrijstelling te voorzien. De autonome gemeentebedrijven kunnen op basis van algemene rechtsbeginselen reeds beschikken over bepaalde vrijstellingen.
De stad Antwerpen wil hiermee het goede voorbeeld geven.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- De vrijstelling voor de "sociale woonorganisaties" wordt vervangen door een vrijstelling voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), de door de VMSW erkende huisvestingsmaatschappijen, het Vlaamse Woningfonds en de sociale verhuurkantoren. Deze dragen alle bij aan een taak van sociale woonvoorziening waarvoor het, rekening houdend met het nevendoel van deze belasting, gerechtvaardigd is om een vrijstelling te voorzien.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- Tot slot wordt er een meldingsplicht opgenomen, zoals reeds is voorzien in het grond- en pandendecreet, voor de notaris aan de stad Antwerpen in geval van overdracht van de zakelijke rechten van woningen en gebouwen die zijn opgenomen in het leegstandsregister. De stad Antwerpen en ook de eigenaar van onroerende goederen hebben er namelijk alle belang bij dat de stad Antwerpen over de meest actuele en correcte gegevens beschikt over de zakelijke rechten van deze onroerende goederen. Daar de notaris reeds contact dient op te nemen met de stad Antwerpen om na te gaan of bepaalde onroerende goederen gekend zijn als verwaarloosd, leegstaand,... wordt de meldingsplicht bij de notaris gelegd.
Vermits deze meldingsplicht uitdrukkelijk wordt opgenomen in het belastingreglement en iedere inbreuk van het belastingreglement kan bestraft worden met een geldboete, wordt voor het niet naleven van deze meldingsplicht een administratieve geldboete van 90,00 EUR bepaald.
Belasting op de verwaarloosde en/of leegstaande bedrijfsgebouwen
Naar analogie met de wijzigingen aan het belastingreglement op verwaarloosde woningen of gebouwen en het belastingreglement op leegstaande woningen of gebouwen worden de onafgewerkte bedrijfsgebouwen ondergebracht onder de definitie van leegstaande bedrijfsgebouwen.
- In het belastingreglement is een vrijstelling voorzien voor nieuwe eigenaars gedurende twee aanslagjaren na het verlijden van de authentieke akte.
Deze vrijstelling wordt beperkt en meer specifiek, deze vrijstelling gelden niet indien de nieuwe eigenaar:
- een vennootschap is waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
OF
- een VZW is waarvan de vorige zakelijk gerechtigde lid van is;
OF
- bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad van de vorige zakelijke gerechtigde, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament.
Deze beperking wordt voorzien om fiscale constructies te voorkomen, waarbij dezelfde belanghebbenden steeds opnieuw op deze vrijstelling een beroep doen voor hetzelfde bedrijfsgebouw.
- In het belastingreglement is een vrijstelling voorzien voor het uitvoeren van werken. Voor deze vrijstelling is er geen onderscheid gemaakt tussen het uitvoeren van werken met stedenbouwkundige vergunning en het uitvoeren van werken zonder stedenbouwkundige vergunning.
Naar analogie met het belastingreglement op de verwaarloosde woningen en gebouwen en het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen wordt deze vrijstelling opgesplitst in twee delen. Eén voor het uitvoeren van werken zonder stedenbouwkundige vergunning en één voor het uitvoeren van werken met stedenbouwkundige vergunning.
- De uitdrukkelijke vrijstelling voor de autonome gemeentebedrijven wordt geschrapt daar het rekening houdend met het nevendoel van dit belastingreglement en met het feit dat de stad Antwerpen in de strijd tegen leegstand strenger wenst op te treden, niet nodig is om voor de autonome gemeentebedrijven nog langer een algemene vrijstelling te voorzien. De autonome gemeentebedrijven kunnen op basis van algemene rechtsbeginselen reeds beschikken over bepaalde vrijstellingen.
De stad Antwerpen wil hiermee het goede voorbeeld geven.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- De vrijstelling voor de "sociale woonorganisaties" wordt vervangen door een vrijstelling voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), de door de VMSW erkende huisvestingsmaatschappijen, het Vlaamse Woningfonds en de sociale verhuurkantoren. Deze dragen alle bij aan een taak van sociale woonvoorziening waarvoor het, rekening houdend met het nevendoel van deze belasting, gerechtvaardigd is om een vrijstelling te voorzien.
Dit gebeurt ook in andere belastingreglementen. Hierdoor wordt er meer éénvormigheid gecreëerd tussen de verschillende reglementen.
- Tot slot wordt er een meldingsplicht aan de stad Antwerpen opgenomen voor de notaris in geval van overdracht van de zakelijke rechten van bedrijfsgebouwen die door de stad Antwerpen gekend zijn als verwaarloosd en/of leegstaand. De stad Antwerpen en ook de eigenaar van onroerende goederen hebben er namelijk alle belang bij dat de stad Antwerpen over de meest actuele en correcte gegevens beschikt met betrekking tot de zakelijke rechten van deze onroerende goederen. Daar de notaris reeds contact dient op te nemen met de stad Antwerpen om na te gaan of bepaalde onroerende goederen gekend zijn als verwaarloosd, leegstaand,... wordt de meldingsplicht bij de notaris gelegd. Deze meldingsplicht vervangt de meldingsplicht van de belastingplichtige.
Vermits deze meldingsplicht uitdrukkelijk wordt opgenomen in het belastingreglement en iedere inbreuk van het belastingreglement kan bestraft worden met een geldboete, wordt voor het niet naleven van deze meldingsplicht een administratieve geldboete van 90,00 EUR bepaald.
Activeringsheffing op de onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op de braakliggende industriegronden
- Beide belastingreglementen worden samengevoegd in één belastingreglement, zodat alle belastingen met betrekking tot onbebouwde gronden zijn terug te vinden in één reglement. Dit verhoogt de fiscale transparantie.
Deze samenvoeging doet geen afbreuk aan de dwingende bepalingen van het decreet op het grond- en pandenbeleid.
- In de vrijstelling met betrekking tot de onbebouwde kavels, waarvan de verkavelingsvergunning werken omvat, stond een verkeerde verwijzing naar de Vlaamse codex ruimtelijke ordening. Er wordt namelijk verwezen naar artikel 4.2.9 VCRO in de plaats van naar artikel 4.2.16 VCRO. Deze foutieve verwijzing wordt rechtgezet.
- In de activeringsheffing was een vrijstelling opgenomen voor de sociale woonorganisaties. De Vlaamse wooncode stelt dat onder sociale woonorganisaties wordt verstaan: de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, een sociale huisvestingsmaatschappij, het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, een sociaal verhuurkantoor of een huurdersbond. In het belastingreglement op de onbebouwde industriegronden stond nog geen vrijstelling opgenomen voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, ondanks de decretale verplichting.
Voor beide belastingen wordt de vrijstelling hervormd, respectievelijk ingebouwd, voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), de door de VMSW erkende huisvestingsmaatschappijen, het Vlaamse Woningfonds en de sociale verhuurkantoren. Daar de huurdersbond tot doel heeft de belangen van de huurders te vertegenwoordigen is er geen grondslag om deze vrij te stellen van de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en de belasting op braakliggende industriegronden.
- De uitdrukkelijke vrijstelling voor de autonome gemeentebedrijven wordt geschrapt daar het, rekening houdend met het nevendoel van dit belastingreglement, niet nodig is om voor de autonome gemeentebedrijven nog langer een uitdrukkelijke algemene vrijstelling te voorzien. De stad Antwerpen wil hiermee het goede voorbeeld geven.
Belasting op de tweede verblijven
In het belastingreglement staan een aantal zaken vermeld die uitdrukkelijk worden uitgesloten van de definitie van een tweede verblijf, onder andere een lokaal dat uitsluitend bestemd is voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit. De term beroepsactiviteit dekt niet de volledige lading. Deze bepaling wordt dan ook verfijnd door de toevoeging van de zinsnede 'en/of handelsactiviteit'.
Voor het overige worden er geen wijzigingen aangebracht aan het belastingreglement.
Belasting op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen
- Daar de mogelijkheid om belastingen in consignatie te geven algemeen ter discussie staat, wordt deze geschrapt uit het belastingreglement.
- Er wordt een aangifteplicht voorzien in het reglement.
De meldingsplicht in het kader van de stedenbouwkundige vergunning om het einde der werken te melden is niet juridisch afdwingbaar, waardoor er in vele gevallen niet aan deze plicht wordt voldaan. Daarenboven is in het belastingreglement geen aangifteplicht voorzien. Dit alles leidt er toe dat de stad Antwerpen vaak niet op de hoogte is van het einde der werken, zijnde het ogenblik waarop de belastingschuld ontstaat, en hierdoor niet binnen de wettelijke termijn de belasting kan vestigen.
Om hierop een antwoord te bieden, wordt in het belastingreglement een aangifteverplichting opgenomen. Indien niet aan deze aangifteplicht wordt voldaan, kan de aanslag van ambtswege worden gevestigd. Hierdoor beschikt de stad Antwerpen over een langere termijn om de aanslag te vestigen.
- In het reglement staat bepaald dat de belastingschuld ontstaat op het ogenblik dat het gebouw onder dak staat of de werken beëindigd zijn. Het tijdstip waarop de belastingschuld ontstaat wordt éénduidig bepaald, namelijk het moment waarop de vergunde werken beëindigd zijn.
- De term 'solidair verschuldigd' wordt vervangen door de meer gangbare term 'hoofdelijk verschuldigd'.
- Doorheen het reglement wordt éénduidig gebruik gemaakt van de termen bouwen, verbouwen en herbouwen.
- In het reglement is een vrijstelling voorzien voor het bouwen, verbouwen en herbouwen van woonhuizen of handelshuizen met genot van een overheidspremie of een overheidstoelage. Doorheen de jaren is het aantal premies/toelagen die door de verschillende overheden worden toegekend enorm toegenomen, onder andere door de invoering van de verschillende REG-premies. Zo zou bij het verbouwen een vrijstelling kunnen worden aangevraagd van deze belasting omdat de belastingplichtige kan genieten van een premie voor het opvangen van hemelwater.
Om hieraan tegemoet te komen, worden de premies die kunnen leiden tot een vrijstelling limitatief bepaald en meer specifiek herleid tot het stedelijke renovatie- of saneringscontract, de Vlaamse renovatiepremie, de Vlaamse verbeteringspremie en de Vlaamse aanpassingspremie voor ouderen. Het doel van deze premies maakt het gerechtvaardigd om een vrijstelling te voorzien van deze belasting.
- De huidige vrijstelling voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en haar plaatselijke maatschappijen, het Vlaams Woningfonds en het OCMW wordt vervangen door een vrijstelling voor de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende huisvestingsmaatschappijen, het Vlaams Woningfonds, de sociale verhuurkantoren en het OCMW. Deze dragen alle bij aan een taak van sociale woonvoorziening waarvoor het, rekening houdend met het nevendoel van deze belasting, gerechtvaardigd is om een vrijstelling te voorzien.