Terug

2013_CBS_10336 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Smet Aannemingen bvba, Emiel Vloorsstraat 31-37, 2020 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/624/PV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 18/10/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_10336 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Smet Aannemingen bvba, Emiel Vloorsstraat 31-37, 2020 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/624/PV - Kennisneming 2013_CBS_10336 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Smet Aannemingen bvba, Emiel Vloorsstraat 31-37, 2020 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/624/PV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5  en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2 ,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - lucht hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10.

2. Sectorale voorwaarden:

verwerking van afvalstoffen – algemeen

afdeling 5.2.1;

afvalstoffen afkomstig van één specifieke bouw- en sloopwerf of wegenwerk

subafdeling 5.2.2.4bis;

opslag van gevaarlijke stoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • de exploitant treft de nodige maatregelen om stofhinder naar de omgeving en omwonenden te beperken. Hierbij moeten minstens de hekken die het terrein afsluiten afgedekt worden met plastic of een ander stofwerend materiaal. Bovendien dient de opslaghoogte van de puinbergen beperkt te worden tot de hoogte van deze hekken;
  • indien de opslag van het puin aanleiding geeft tot stofhinder, moet een adequate sproei-installatie voorzien worden;
  • de machines voor de breekwerkzaamheden worden zo opgesteld dat trillingen naar de omgeving voorkomen worden;
  • de omwonenden dienen op de hoogte gebracht te worden van de start en duur van de breekwerkzaamheden, de communicatie dient de gegevens van een contactpersoon te vermelden waar men terecht kan met eventuele vragen of klachten;
  • voor de aanvang van de mechanische behandeling van de afvalstoffen worden de gegevens, zoals vermeld in artikel 5.2.2.4bis.10 van Vlarem II, bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (p/a SW/V/MV, Grote Markt 1 – 2000 Antwerpen of milieuvergunningen@stad.antwerpen.be).

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.