Het operationeel brandweerpersoneel valt niet onder de rechtspositieregeling van het stadspersoneel. Volgende statuten en personeelsreglementen zijn op hen van toepassing en worden bij dit besluit aangepast:
Het geldelijk statuut zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 29 mei 2000 (jaarnummer 1113), gewijzigd op 18 december 2001 (jaarnummer 2964), op 16 september 2002 (jaarnummer 1751), op 15 september 2003 (jaarnummer 1682 en 2457), op 18 oktober 2004 (jaarnummer 2026), op 18 april 2005 (jaarnummer 943), op 26 juni 2006 (jaarnummer 1495) en op 25 februari 2008 (jaarnummer 322).
Het verlofreglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 24 mei 2004 (jaarnummer 924), gewijzigd op 26 juni 2006 (jaarnummer 1494), op 29 januari 2007 (jaarnummer 244) en gewijzigd op 12 maart 2007 (jaarnummer 555).
Het medisch vademecum zoals goedgekeurd door het college op 19 december 2001 (jaarnummer 13958), gewijzigd op 9 maart 2007 (jaarnummer 3207) en op 11 september 2009 (jaarnummer 12871).
Op 13 juli 2012 (jaarnummer 7307) keurde het college een principebesluit goed om enkele optimalisaties aan het data- en loonverwerkend softwaresysteem SAP door te voeren. Deze optimalisaties zijn ook voor het operationeel brandweerpersoneel van toepassing en worden met ingang van 1 januari 2014 doorgevoerd.
Volgende wijzigingen worden voorgesteld en vormen een aanvullende argumentatie op de bijgevoegde tekst:
|
Reglement |
Titel van het reglement |
Artikel van het reglement |
Wijziging |
|
Het geldelijk statuut |
HOOFDSTUK 7. Uitbetaling van de wedde |
Artikel 23 en 24 |
De loonberekening gebeurt op dit moment op basis van een gemiddeld aantal kalenderdagen per maand (30 dagen). Een (niet-)gewerkte dag telt hierdoor voor 1/30ste. |
|
Het verlofreglement |
I. Algemeenheden |
Artikel 2 |
Niet alle werkroosters van de operationele personeelsleden van de brandweer bestaan voor een voltijdse prestatie uit 8 uur per dag. Daarom wordt deze bepaling aangepast. |
|
Het verlofreglement |
IV.1. Boventallig bezoldigd verlof wegens familiale omstandigheden |
Artikel 17 |
Om de minimumbezetting te kunnen garanderen wordt er voor deze verlofvorm toegevoegd dat er rekening moet gehouden worden met de dienstnoodwendigheden. |
|
Het verlofreglement |
IV.2. Vaderschapsverlof |
Artikel 19 |
Om de gelijkheid te garanderen tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, wordt er aan deze verlofvorm een maximum toegevoegd van 80 uur per jaar. Ook wordt conform artikel 30 van de arbeidsovereenkomstenwet aangepast dat het vaderschapsverlof binnen de 4 maanden na de geboorte van het kind moet worden opgenomen in plaats van binnen de maand. |
|
Het verlofreglement |
IV.4. Boventallig bezoldigd verlof wegens overmacht (ziekte of ongeval inwonende personen) |
Artikel 21 |
Om de gelijkheid te garanderen tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, wordt er voor deze verlofvorm een maximum toegevoegd van 32 uur per jaar. |
|
Het verlofreglement |
IV.5 Boventallig bezoldigd verlof voor opvang bij adoptie en pleegvoogdij |
Artikel 22 |
Om de gelijkheid te garanderen tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, worden er voor deze verlofvorm maxima toegevoegd van 240 uur en 160 uur. |
|
Het verlofreglement |
V. Verlof wegens ziekte, bij hospitalisatie of profylaxis |
Artikel 40 |
Op dit moment worden afwezigheden, zoals deeltijds ziekteverlof, gewaardeerd volgens het gemiddeld aantal arbeidsuren dat een medewerker volgens zijn overeenkomst moet werken en niet volgens de reële of ingeplande prestaties van de medewerker. |
|
Het verlofreglement |
VII. Politiek verlof |
Artikel 56 |
Hier wordt louter een tekstuele aanpassing doorgevoerd. |
|
Het verlofreglement |
X.2. Loopbaanonderbreking en loopbaanvermindering |
Artikel 102 |
Op 25 augustus 2012 werd het Koninklijk Besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft goedgekeurd. In dit Koninklijk Besluit werden de periodes, uitgezonderd de thematische verloven, van volledige loopbaanonderbreking en gedeeltelijke loopbaanonderbreking begrensd op 60 maanden en werd de leeftijd voor de toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor het eindeloopbaansysteem hervormd. |
|
Het verlofreglement |
X.3. Palliatief verlof |
Artikel 109bis |
De modaliteiten omtrent palliatief verlof worden opgesomd in artikel 106 tot en met 109. Deze modaliteiten werden rechtstreeks overgenomen van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, afdeling 5 en van het Koninklijk Besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen. |
|
Het verlofreglement |
X.4. Ouderschapsverlof |
Artikel 110, artikel 111 en artikel 115bis |
Deze artikels worden aangepast conform het Koninklijk Besluit van 31 mei 2012 tot omzetting van richtlijn 2010/18/EU van de raad van 8 maart 2010 tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van richtlijn 96/34/EG. |
|
Het verlofreglement |
X.5. Loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid |
Artikel 116 tot en met 121bis |
Deze artikels worden aangepast conform het Koninklijk Besluit van 10 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. |
|
Het medisch vademecum |
Hoofdstuk V: Diverse bepalingen |
Artikel 58 |
Op dit moment worden afwezigheden, zoals ziekteverlof, gewaardeerd volgens het gemiddeld aantal arbeidsuren dat een medewerker volgens zijn overeenkomst moet werken en niet volgens de reële of ingeplande prestaties van de medewerker. |
Artikel 145 van de Nieuwe Gemeentewet stelt dat de gemeenteraad het administratief statuut van gemeentepersoneel vaststelt.
Wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector.
Decreet van 13 juli 2012 houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, § 4 van dezelfde wet.
Koninklijk Besluit van 25 augustus 2012 tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft.
Afdeling 5 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.
Koninklijk Besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen.
Koninklijk Besluit van 31 mei 2012 tot omzetting van richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van richtlijn 96/34/EG.
Koninklijk Besluit van 10 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.
Dit besluit moet worden onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om, nadat hierover onderhandeld werd met de representatieve vakbonden, de wijzigingen aan de personeelsreglementen die van toepassing zijn op het operationeel brandweerpersoneel goed te keuren.