Terug

2013_CBS_11838 - Brandweerpersoneel - Sociaal secretariaat. Aanpassing geldelijk statuut, verlofreglement en medisch vademecum. - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/11/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2013_CBS_11838 - Brandweerpersoneel - Sociaal secretariaat. Aanpassing geldelijk statuut, verlofreglement en medisch vademecum. - Goedkeuring 2013_CBS_11838 - Brandweerpersoneel - Sociaal secretariaat. Aanpassing geldelijk statuut, verlofreglement en medisch vademecum. - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het operationeel brandweerpersoneel valt niet onder de rechtspositieregeling van het stadspersoneel. Volgende statuten en personeelsreglementen zijn op hen van toepassing en worden bij dit besluit aangepast:

Het geldelijk statuut zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 29 mei 2000 (jaarnummer 1113), gewijzigd op 18 december 2001 (jaarnummer 2964), op 16 september 2002 (jaarnummer 1751), op 15 september 2003 (jaarnummer 1682 en 2457), op 18 oktober 2004 (jaarnummer 2026), op 18 april 2005 (jaarnummer 943), op 26 juni 2006 (jaarnummer 1495) en op 25 februari 2008 (jaarnummer 322).

Het verlofreglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 24 mei 2004 (jaarnummer 924), gewijzigd op 26 juni 2006 (jaarnummer 1494), op 29 januari 2007 (jaarnummer 244) en gewijzigd op 12 maart 2007 (jaarnummer 555).

Het medisch vademecum zoals goedgekeurd door het college op  19 december 2001 (jaarnummer 13958), gewijzigd op 9 maart 2007 (jaarnummer 3207) en op 11 september 2009 (jaarnummer 12871).

Argumentatie

Op 13 juli 2012 (jaarnummer 7307) keurde het college een principebesluit goed om enkele optimalisaties aan het data- en loonverwerkend softwaresysteem SAP door te voeren. Deze optimalisaties zijn ook voor het operationeel brandweerpersoneel van toepassing en worden met ingang van 1 januari 2014 doorgevoerd.

Volgende wijzigingen worden voorgesteld en vormen een aanvullende argumentatie op de bijgevoegde tekst:

Reglement

Titel van het reglement

Artikel van het reglement

Wijziging

Het geldelijk statuut

HOOFDSTUK 7. Uitbetaling van de wedde

Artikel 23 en 24

De loonberekening gebeurt op dit moment op basis van een gemiddeld aantal kalenderdagen per maand (30 dagen). Een (niet-)gewerkte dag telt hierdoor voor 1/30ste.
De reële arbeidsorganisatie wordt gestructureerd volgens het stelsel van werkdagen. Het voorstel is daarom ook om de verloning te baseren op reële werkdagen. De verloning zal hierdoor beter aansluiten bij de reële prestaties van medewerkers. Dit geldt vooral voor korte onbetaalde afwezigheden of betaalde aanwezigheden. Voor medewerkers die een hele maand werken is er geen impact. Dit stelsel wordt onder meer gebruikt door de Vlaamse gemeenschap en is gangbaar in de privésector. De berekening is geïnspireerd op het Vlaamse personeelsstatuut.

Het verlofreglement

I. Algemeenheden

Artikel 2

Niet alle werkroosters van de operationele personeelsleden van de brandweer bestaan voor een voltijdse prestatie uit 8 uur per dag. Daarom wordt deze bepaling aangepast.

Het verlofreglement

IV.1. Boventallig bezoldigd verlof wegens familiale omstandigheden

Artikel 17

Om de minimumbezetting te kunnen garanderen wordt er voor deze verlofvorm toegevoegd dat er rekening moet gehouden worden met de dienstnoodwendigheden.

Het verlofreglement

IV.2. Vaderschapsverlof

Artikel 19

Om de gelijkheid te garanderen  tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, wordt er aan deze verlofvorm een maximum toegevoegd van 80 uur per jaar. Ook wordt conform artikel 30 van de arbeidsovereenkomstenwet aangepast dat het vaderschapsverlof binnen de 4 maanden na de geboorte van het kind moet worden opgenomen in plaats van binnen de maand.

Het verlofreglement

IV.4. Boventallig bezoldigd verlof wegens overmacht (ziekte of ongeval inwonende personen)

Artikel 21

Om de gelijkheid te garanderen  tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, wordt er voor deze verlofvorm een maximum toegevoegd van 32 uur per jaar.

Het verlofreglement

 IV.5 Boventallig bezoldigd verlof voor opvang bij adoptie en pleegvoogdij

Artikel 22

Om de gelijkheid te garanderen tussen personeelsleden die in shiften van 12 uur werken en personeelsleden die in dagdienst van 8 uur werken, worden er voor deze verlofvorm maxima toegevoegd van 240 uur en 160 uur.

Het verlofreglement

V. Verlof wegens ziekte, bij hospitalisatie of profylaxis

Artikel 40

Op dit moment worden afwezigheden, zoals deeltijds ziekteverlof, gewaardeerd volgens het gemiddeld aantal arbeidsuren dat een medewerker volgens zijn overeenkomst moet werken en niet volgens de reële of ingeplande prestaties van de medewerker.
De huidige regeling sluit hierdoor niet aan bij de reële prestaties van medewerkers en de tellers in de planningssystemen en in de human resources systemen lopen niet gelijk. Daardoor zorgt dit vaak voor discussies tussen chefs en medewerkers.
Het werken met prestaties volgens planning in plaats van volgens regime, is een gangbaar stelsel in de publieke- en de privésector en bovendien geeft de sociale inspectie aan dat ziekte volgens planning de norm is.

Het verlofreglement

VII. Politiek verlof

Artikel 56

Hier wordt louter een tekstuele aanpassing doorgevoerd.

Het verlofreglement

X.2. Loopbaanonderbreking en loopbaanvermindering

Artikel 102

Op 25 augustus 2012 werd het Koninklijk Besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft goedgekeurd.  In dit Koninklijk Besluit werden de periodes, uitgezonderd de thematische verloven, van volledige loopbaanonderbreking en gedeeltelijke loopbaanonderbreking begrensd op 60 maanden en werd de leeftijd voor de toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor het eindeloopbaansysteem hervormd.

Het verlofreglement

X.3. Palliatief verlof

Artikel 109bis

De modaliteiten omtrent palliatief verlof worden opgesomd in artikel 106 tot en met 109. Deze modaliteiten werden rechtstreeks overgenomen van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, afdeling 5 en van het Koninklijk Besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen.
Deze modaliteiten blijven gelden zolang deze wetgeving blijft bestaan.

Het verlofreglement

X.4. Ouderschapsverlof

Artikel 110, artikel 111 en artikel 115bis

Deze artikels worden aangepast conform het Koninklijk Besluit van 31 mei 2012 tot omzetting van richtlijn 2010/18/EU van de raad van 8 maart 2010 tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van richtlijn 96/34/EG.
De artikels 110 tot en met 115 zijn slechts van toepassing zolang de hogere regelgeving voorziet in deze loopbaanonderbreking, deze voorwaarden en/of modaliteiten.

Het verlofreglement

X.5. Loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid

Artikel 116 tot en met 121bis

Deze artikels worden aangepast conform het Koninklijk Besluit van 10 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.
Deze artikels zijn slechts van toepassing zolang de hogere regelgeving voorziet in deze loopbaanonderbreking, deze voorwaarden en/of modaliteiten.

Het medisch vademecum

Hoofdstuk V: Diverse bepalingen

Artikel 58

Op dit moment worden afwezigheden, zoals ziekteverlof, gewaardeerd volgens het gemiddeld aantal arbeidsuren dat een medewerker volgens zijn overeenkomst moet werken en niet volgens de reële of ingeplande prestaties van de medewerker.
De huidige regeling sluit hierdoor niet aan bij de reële prestaties van medewerkers en de tellers in planningssystemen en in human resources systemen lopen niet gelijk. Dit zorgt vaak voor discussies met chefs en medewerkers.
Het ziek zijn volgens werkplanning is een gangbaar stelsel in de publieke- en de privésector en bovendien geeft de sociale inspectie aan dat ziekte volgens planning de norm is.

Juridische grond

Artikel 145 van de Nieuwe Gemeentewet stelt dat de gemeenteraad het administratief statuut van gemeentepersoneel vaststelt.

Wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector.

Decreet van 13 juli 2012 houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector en tot opheffing van  regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, § 4 van dezelfde wet.

Koninklijk Besluit van 25 augustus  2012 tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft.

Afdeling 5 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.

Koninklijk Besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen.

Koninklijk Besluit van 31 mei 2012 tot omzetting van richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van richtlijn 96/34/EG.

Koninklijk Besluit van 10 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.

Fasering

Dit besluit moet worden onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt aan de gemeenteraad voor om, nadat hierover onderhandeld werd met de representatieve vakbonden, de wijzigingen aan de personeelsreglementen die van toepassing zijn op het operationeel brandweerpersoneel goed te keuren.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.