De stedelijke sportraad kreeg op 29 oktober 2013 een toelichting over het nieuwe reglement inzake sportsubsidies. Het advies van de stedelijke sportraad wordt toegevoegd bij het gemeenteraadsbesluit.
In 2010 werd het toenmalige sportsubsidiereglement, dat zowel de erkenning, de werkingssubsidies als de patrimoniumsubsidies omvatte, op advies en vraag van Bloso opgesplitst in drie afzonderlijke reglementen: een voor de erkenning van Antwerpse sportverenigingen, een voor werkingssubsidies en een voor materiaal- en infrastructuursubsidies.
De algemene voorwaarden en bepalingen voor het reglement inzake werkingssubsidies en het reglement materiaal- en infrastructuursubsidies werden steeds op elkaar afgestemd omdat dit duidelijkheid creëerde naar de betrokken sportverenigingen, dezelfde sportverenigingen beroep konden doen op beide reglementen, de aanvragen samengevoegd konden worden en alles in één procedure kon verlopen.
Ook bij de opmaak van de nieuwe reglementen inzake sportsubsidies is het aangewezen om de algemene voorwaarden en bepalingen voor de onderdelen sportparticipatie, sporttechnische vooruitgang en materiaal- en infrastructuursubsidies op elkaar te af stemmen. De basisvoorwaarden voor het verkrijgen van een materiaal- en infrastructuursubsidies worden bijgevolg uitgebreid tot:
De vzw Antwerpen Sportstad beheert de sportsubsidies en betaalt de toegekende subsidies uit aan de sportverenigingen.
Het afstemmen van de voorwaarden tot het verkrijgen van materiaal- en infrastructuursubsidies op de voorwaarden voor subsidies voor sportparticipatie en sporttechnische vooruitgang zorgt voor duidelijkheid en bevordert de adminstratieve vereenvoudiging omdat alles via één aanvraag en één procedure kan blijven verlopen.
Zijn van toepassing op het reglement:
Het advies wordt gegeven op drie vernieuwde reglementen rond erkenning en subsidiëring van sportverenigingen. De gegeven deeladviezen zijn verwerkt in één document (zie bijlage) en gaan ofwel over het erkenningsreglement ofwel over het subsidiereglement. Het globale advies en het antwoord hierop wordt integraal toegevoegd aan de twee collegebesluiten.
In het oorspronkelijke voorstel om als sportvereniging erkend te worden stond dat de sportvereniging minimaal 60 leden moet hebben en moet werken aan een veilige sportomgeving. Dit waren de twee essentiële criteria die veranderden tegenover het vorige erkenningsreglement. Deze criteria werden toegevoegd met de bedoeling om van de titel ‘erkende Antwerpse Sportvereniging’ een kwaliteitslabel te maken. Om de inspanningen, die de sportverenigingen hiervoor zouden moeten leveren, te belonen, werd aan het behalen van het kwaliteitslabel een basissubsidie van max 750,00 euro gekoppeld. Aangezien feitelijke verenigingen kunnen erkend worden, houdt dit in dat feitelijke verenigingen subsidies kunnen krijgen. Hiervan werd destijds afgestapt: enkel vzw’s konden sportsubsidies krijgen.
Tijdens de drie inspraakmomenten (Aftrappen) in oktober 2013 kwamen er geen bemerkingen over het toevoegen van het criterium rond een veilige sportomgeving, maar werden bezwaren geuit rond het optrekken van het aantal leden van 25 naar 60 en het terug mogelijk maken om als feitelijke vereniging subsidies te krijgen. Eén sportvereniging maakte bezwaar rond het criterium ‘aangesloten zijn bij een sportfederatie’. Deze bezwaren werden overgenomen door de stedelijke sportraad en verwoord in het bijhorende advies.
Als antwoord op deze bezwaren werd het oorspronkelijke voorstel als volgt aangepast:
Met deze aanpassingen wordt grotendeels tegemoetgekomen aan de verzuchtingen van het werkveld.
Volgende specifieke antwoorden op de deeladviezen worden geformuleerd:
Deeladvies 1: de subsidiemiddelen schuiven grotendeels naar het derde niveau, waar het criterium ‘vzw-statuut hebben’ geldt. Beperkte middelen (max 250,00 euro) kunnen toegekend worden aan feitelijke verenigingen, die ook een subsidieaanvraag indienen. Deze middelen kunnen aangewend worden om het bijkomende criterium van veilige sportomgeving efficiënt na te streven.
Deeladvies 2: hier wordt aan tegemoet gekomen door het aantal leden voor erkende sportverenigingen terug te brengen van 60 naar 25 leden. Door het terugbrengen naar 25 leden is een gefaseerde optrekking, gekoppeld aan een beloningstabel, op dit moment niet aan de orde. Om een dergelijk systeem te implementeren is heel wat onderzoekswerk nodig.
Deeladvies 3: dit advies wordt gevolgd. Een erkende Antwerpse sportvereniging krijgt niet automatisch de basissubsidie. Hiervoor dient de sportvereniging jaarlijks een bijkomende aanvraag te doen.
Deeladvies 4: dit advies wordt niet gevolgd. Dit criterium was reeds opgenomen in de vorige reglementen en bleek in het verleden geen probleem. De huidige 363 erkende sportverenigingen beantwoorden allemaal aan dit criterium. In het reglement rond de erkenning van Antwerpse sportverenigingen wordt er ook niet gesproken over aangesloten zijn bij een erkende Vlaamse sportfederatie of een landelijke sportfederatie. Regionale sportfederaties komen hier ook in aanmerking. Aangesloten zijn bij een sportfederatie draagt ook bij om de vereniging te benoemen als sportvereniging.
Deeladvies 5: het voorgestelde reglement bepaalt niet hoe de seniorenwerking in de sportvereniging dient georganiseerd te worden. De vrijheid om als sportvereniging zelf te oordelen hoe zij het seniorensportaanbod organiseert, lijkt aangewezen. Dit verruimt enkel de mogelijkheden. Subcategorieën creëren verzwaart het reglement en de bijhorende administratieve belasting. Ook het verminderen van de administratieve last is een rode draad doorheen de nieuwe voorstellen en dient steeds bewaakt te worden.
Deeladvies 6: dit is een zeer waardevol advies, dat niet rechtstreeks met de reglementswijzigingen te maken heeft, maar dat meegenomen wordt in de acties om het stedelijke niveau af te stemmen met het districtsniveau.
Deeladvies 7: ook dit advies heeft niet rechtstreekst iets te maken met de reglementswijzigingen, maar is waardevol. In de huidige procedure zijn meerdere contactmomenten geweest waar mogelijkheid tot inspraak werd gecreëerd. Het duidelijkste bewijs is dat er grondige wijzigingen zijn aangebracht aan de oorspronkelijke voorstellen. Gelijklopend werd er gewerkt aan een nieuw werkkader om inspraak en advies beter te organiseren. Het nieuwe werkkader, dat zijn goedkeuring kreeg van de stedelijke sportraad, breidt in de toekomst de mogelijkheden uit om zowel individuele burgers, experten als adviesraden inspraak te verlenen.
De gemeenteraad keurt het reglement materiaal- en infrastructuursubsidies goed.