Het gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad erover waakt de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de vervulling van de adviesopdracht. Dit valt onder de reguliere werking van de verschillende diensten en is nu reeds voorzien.
De gemeenteraad is volgens het Gemeentedecreet bevoegd voor de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. Hij bepaalt de voorwaarden, werkwijze en procedures en stelt de nodige middelen ter beschikking voor de adviesopdracht (Gemeentedecreet art. 199 en 200).
De bestaande adviesorganen vervullen een drieledige opdracht: beleidsadvisering, inspraak en medebeheer in extern verzelfstandigde agentschappen. Er bestaat een ruime consensus (bij cultuur-, sport- en jeugdbeleidscoördinatoren, (districts-)politiek en leden van adviesorganen zelf) om de bestaande adviesorganen (nog) meer open, representatief en effectief te maken, zowel door aanpassingen in hun structuur als door het optimaliseren van de inzet van bestaande middelen. Het voorgestelde nieuwe werkkader wil de werking van de bestaande adviesraden beter afstemmen op de veranderde stedelijke context.
Dit besluit werd verdaagd in zitting van 15 november 2013 (jaarnummer 11445).
Er wordt uitgegaan van een aantal resoluties uit het bestuursakkoord 2013-2018 om de krachtlijnen van het nieuwe werkkader te bepalen: een versterkte rol voor de districten, het belang van inspraak voor jongeren, focus op modern klantenmanagement en meer aandacht voor participatie en inspraak.
Het huidige voorstel van aangepaste werkwijze speelt in op deze aandachtspunten uit de bestuursakkoorden en tracht zo een antwoord te bieden op bovenstaande noden.
Het college keurde op 8 maart 2013 de principes voor een vernieuwde aanpak van inspraak en advies goed (jaarnummer 2105) en legde deze ter kennisgeving voor aan de negen districtscolleges. Het college gaf meteen ook de opdracht om op basis van deze principes een nieuw werkkader uit te tekenen. Het principevoorstel was opgebouwd rond drie speerpunten:
Zo ontstaan drie pijlers voor een vernieuwde werking: (1) een 'open raad' van alle bewoners of van bepaalde doelgroepen, zoals jongeren (naar het model van 'Oor') of senioren, (2) een districtsadviesraad van gebruikers, professionelen en deskundigen met hun conferentie van raadsafgevaardigden en (3) bestaande of ad hoc samen te stellen expertencomités en sectorverenigingen.
Op deze manier worden advisering en inspraak binnen het wettelijk vastgelegd kader meer afgestemd op hedendaagse noden en behoeften. Daarin wordt het scheppen van de voorwaarden om efficiënte en kwalitatieve inspraak mogelijk te maken de kern van de inhoudelijke ondersteuningsopdracht van de administratie. De conferentie van raadsafgevaardigden per domein ziet hierop toe en kan het beleid ook aanspreken op het voeren van inspraak.
De principes van de nieuwe werking werden toegelicht en ter advies voorgelegd aan de verschillende stedelijke adviesraden. De opmerkingen en adviezen werden verwerkt in het voorliggende nieuwe werkkader en opgenomen in dit besluit.
Het voorstel voor een nieuw werkkader werd op 22 april 2013 toegelicht op het werkoverleg van de districtsschepenen cultuur en op 25 april 2013 op het werkoverleg van de districtsraadsvoorzitters. De opmerkingen werden mee verwerkt.
Het uiteindelijke ontwerp voor een nieuw werkkader werd op 3 mei 2013 voorgelegd aan het college, dat besliste om nog bijkomend advies in te winnen van de districtsraden alvorens een definitieve versie goed te keuren. In het kader hiervan werd op 28 mei 2013 een infosessie georganiseerd voor alle districtsbesturen en districtsadviesraden.
De districtsraden van alle districten hebben advies uitgebracht over het nieuwe werkkader in september 2013 en oktober 2013. Voor senioren werd bijkomend advies gevraagd aan vertegenwoordigers van alle districtsseniorenraden. Alle uitgebrachte adviezen werden opgenomen in dit besluit samen met een gemotiveerde verwerking ervan.
Het werkkader voor inspraak en advies omvat volgende onderdelen:
Visie
Organisatiestructuur
De organisatiestructuur focust op de algemene en waar zinvol sectorspecifieke voorwaarden van de drie pijlers:
Ondersteuning
De stad voorziet methodologische, instrumentele en financiële ondersteuning om kwalitatieve inspraak mogelijk te maken.
Samenwerkingsprocedure adviesraden, administratie en beleid
Om de advisering vlot te laten verlopen wordt een procedure voor adviesverlening vastgelegd tussen de adviesraad, de administratie en het beleid. Daaraan is ook een kwaliteitstoets voor adviezen verbonden, waarin expliciet ruimte voor minderheidsstandpunten voorzien is.
De implementatie van het nieuwe werkkader verloopt in een aantal fases.
Het volledige werkkader is als bijlage toegevoegd. De adviezen van de stedelijke adviesraden werden verwerkt in het voorstel van werkkader dat nu ter goedkeuring voorligt. Ook met de aanbevelingen en opmerkingen die de districten formuleerden, werd rekening gehouden bij de opmaak van de definitieve versie van het werkkader.
Na goedkeuring van het nieuwe werkkader door de gemeenteraad is een eerste stap het aanpassen van de bestaande statuten en werkwijze van de verschillende adviesraden.
Het samenstellen van de vier conferenties van districtsictsraadsafvaardigingen op stedelijk niveau is een volgende stap. Voor zover de adviezen van de districten betrekking hebben op de operationele werking van de adviesraden zullen ze meegenomen worden bij het opstellen van de concrete werkafspraken van de respectieve adviesraden en hun stedelijke conferenties van afgevaardigden. Dit garandeert, naast een sterk algemeen stedelijk werkkader, tevens een werkkader op maat van het district dat tegemoet komt aan de specifieke behoeften van elk district.
De aanpassing van de districtscultuurraden en de installatie van de conferenties gebeuren binnen de zes maanden na goedkeuring van het nieuwe werkkader. Op dat ogenblik stopt tevens de werking van de huidige stedelijke adviesraden cultuur, sport, jeugd en senioren.
Met dit nieuwe werkkader wordt tevens tegemoetgekomen aan de vraag van het beleid rond optimalisatie van de jeugdparagraaf. Zo vormt de vernieuwde aanpak voor inspraak en adviesraden een eerste stap in de optimalisatie ervan (collegebesluit van 10 december 1998, jaarnummer 16999). Doordat het werkkader voor inspraak duidelijk wordt vastgelegd, wordt de input voor de jeugdparagraaf door adviesraden en andere jeugdpeilingen immers versterkt.
Om de digitale ondersteuning voor inspraak en advies verder te versterken, worden in de meerjarenbegroting middelen voorzien voor de verdere ontwikkeling van digitale instrumenten (met name 'oor' en 'stadindialoog'). Zo kunnen deze instrumenten effectief tot een nog opener en transparanter inspraakforum ontwikkeld worden.
Op 29/08/2013 bespraken afgevaardigden van de seniorenadviesraden districten het werkkader verder.
Advies : Gunstig met voorwaarden, met uitzondering seniorenraad district Antwerpen : ongunstig
Opmerkingen :
het platform moet zowel fysiek als digitaal zijn (niet en/of).
De huidige beschrijving laat toe om de meest geschikte vorm te kiezen. Bij Pijler 1 wordt ook uitdrukkelijk gesteld : Dit platform is aangepast aan de eigenheid van de bewoners’
- bij algemene voorwaarden adviesraden :
Algemene voorwaarden beperken tot uitsluitend decretaal verplichte voorwaarden
Toevoegen dat alle andere voorwaarden en bepalingen door elk district voor zich bepaald worden.
Niet decretaal opgelegde voorwaarden kunnen binnen het ruime werkkader op maat ingevuld worden.
- bij sectorspecifieke voorwaarden voor de seniorenraden
1. De seniorenraden bepalen zelf de minimumleeftijd van hun leden. Er moet geen leeftijd vastgelegd worden in het werkingskader.
Het decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams Ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen van 7 december 2012 definieert ‘oudere’ als ‘een natuurlijke persoon die 60 jaar of ouder is’, maar er is geen decretale bepaling voor lidmaatschap van lokale seniorenadviesraden. De bepaling werd daarom uit het voorstel geschrapt.
2. De voorzitter wordt verkozen om de drie jaar
De termijn werd uit het voorstel geschrapt en kan door de seniorenadviesraden en hun conferentie zelf bepaald worden.
3. Het begrip 'ervaringsdeskundige' moet uitgelegd worden. Dit is geen algemeen bekende term.
De term ervaringsdeskundige is een algemeen aanvaarde vakterm. Het begrip kan verduidelijkt worden in andere contexten wanneer nodig.
- bij Opdracht van de adviesraden:
1. extra vermelden : Het informeren van en communiceren met de achterban
Het werkkader geeft duidelijk de decretale opdracht van een adviesraad weer. In kader van deze adviesopdracht kunnen de raden wel degelijk zaken organiseren zolang de hoofdopdracht niet in het gedrang komt. Om reden van duidelijkheid blijft de formulering van de opdracht behouden in het werkkader: “Een adviesraad adviseert het beleid, niet meer, niet minder.”
2. secretaris moet een ondersteunende ambtenaar moet zijn
Een ambtenaar kan volgens het gemeentedecreet nooit deel uitmaken van een adviesraad. De secretaris zal dus altijd een lid zijn van de adviesraad. De ondersteuning door een ambtenaar wordt beschreven in hoofdstuk 3. Bijgevolg hebben secretaris en seniorenconsulent verschillende taken. Afspraken over de taken gebeurt door de adviesraden zelf.
3. duidelijk apart vermelden: “De conferenties zijn vrij werkgroepen op te richten. De conferenties beslissen over de samenstelling van de werkgroepen”.
Toevoeging is overbodig. Het kader laat de conferenties de ruimte om afspraken te maken om input te krijgen over stedelijke materies en stedelijke adviesvragen door het betrekken van de districtsadviesraden of het werken met ad hoc werkgroepen.
- bij samenwerkingsprocedure:
Bij “De adviesraad beslist of er over dit onderwerp een advies gegeven kan worden.”: vermelden dat de adviesraad zich ertoe verbindt om op elke adviesvraag vanuit het beleid een antwoord te formuleren.
Er is in de tekst vermeld : de adviesraad engageert zich ertoe om bij een gevraagd advies een advies te formuleren binnen een termijn van zes weken, na aankomst van de vraag.
Bij punt 8 : “het advies wordt online gepubliceerd..” aanvullen met : Er dient ook aandacht besteed te worden aan de beschikbaarheid van deze documenten voor personen die niet over internet beschikken.
Het online publiceren van het advies wordt per definitie voorzien; sluit niet uit dat er ook naar andere kanalen gekeken kan worden.
De kwaliteitstoets wordt goed bevonden.
De Ekerse districtsraad geeft gunstig advies op het vernieuwd werkkader inspraak en adviesraden cultuur, jeugd, sport en senioren, mits rekening wordt gehouden met de volgende elementen:
De samenstelling zal inderdaad gebeuren volgens de richtlijnen die hierover in zowel de sectorspecifieke decreten als het gemeentedecreet en het cultuurpact opgenomen zijn.
Niet decretaal opgelegde voorwaarden kunnen binnen het ruime werkkader op maat ingevuld worden.
De ondersteuning wordt beschreven in hoofdstuk 3.
Het werkkader geeft enkel de decretale opdracht de adviesraden weer. In het kader van deze opdracht kunnen raden wel degelijk zelf ontmoeting en uitwisseling organiseren, zolang de hoofdopdracht niet in het gedrang komt .
Het werkkader voorziet een afvaardiging per districtsadviesraad naar de conferentie. Elke adviesraad zal bij de oprichting de samenstelling van deze afvaardiging bepalen.
Het sectorspecifieke advies wordt beschouwd als een noodzakelijke aanvulling voor sectorspecifieke aangelegenheden. De adviesvragen zullen op elkaar afgestemd worden.
De Ekerse districtsraad drukt zijn bezorgdheid uit om te waken over volgende punten:
Het staat de adviesraden vrij om alle mogelijke en noodzakelijke experten bij hun werking te betrekken, o.a. via ad hoc werkgroepen zoals voorzien in het werkkader.
Dit is een algemeen, door alle raden, geformuleerde opmerking waaraan de nodige aandacht zal besteed worden bij de concrete realisatie van het werkkader voor de adviesraden.
“Een adviesraad adviseert het beleid, niet meer, niet minder.” We zouden graag “niet meer, niet minder” geschrapt zien.
Bovengenoemde zin verwoordt de decretale opdracht en is geen verbod. Het werkkader geeft duidelijk de opdracht van een adviesraad weer. In kader van deze adviesopdracht kunnen de raden wel degelijk zaken organiseren zolang de hoofdopdracht niet in het gedrang komt. Om reden van duidelijkheid blijft de formulering van de opdracht behouden in het werkkader: “Een adviesraad adviseert het beleid, niet meer, niet minder.”
Naar analogie met het gemeentedecreet (art 11) kunnen volgende personen geen lid zijn van een adviesraad: de echtgenoot, echtgenote of wettelijk samenwonende van een politiek mandataris uit het district van de betreffende adviesraad. Dit blijkt een gemeentedecreet, toch betreuren we dit.
Het advies wordt deels gevolgd. Volgend stuk wordt geschrapt: “de echtgenoot, echtgenote of wettelijk samenwonende van iemand die in diezelfde adviesraad zetelt.”
De adviesraad engageert zich ertoe om bij een gevraagd advies een advies te formuleren binnen een termijn van zes weken na aankomst van de vraag. Dit is een voordeel voor de adviesraden maar is dit ook haalbaar voor de verwerking?
Het is niet duidelijk over welke verwerking dit gaat. Deze regel geldt zowel voor de adviesraden en voor het bestuur. Mocht in de praktijk blijken dat er meer tijd nodig is dan zes weken, dan kan dit op voorhand afgetoetst worden.
De rigide officiële structuur (met officiële verkiezing en aanstelling voorzitter, secretaris,…) werkt niet voor jeugd. Het is aangewezen te zoeken naar een aangepaste, meer flexibele structuur. Zo is er bv. niemand bereid om het voorzitterschap of de rol van secretaris op te nemen. Dit is veelal te wijten aan het feit dat jongeren zich niet
kunnen engageren voor een lange termijn.
De jeugddienst fungeert momenteel als secretaris : aanleveren agendapunten, opmaken verslag, …. Dit om het belang van beleidsadvies door jeugd telkens weer aan te kaarten en correcte info en kaders mee te geven. Het is belangrijk dat de medewerkers van de jeugddienst de rol van secretaris opnemen om zo de continuïteit van de werking van de jeugdraad te garanderen. Indien niet, zou er een groot verloop zijn van secretarissen.
De jeugdraad is momenteel een “jeugdwerkraad”, er zijn geen individuele jongeren. Er wordt voornamelijk informatie uitgewisseld, sporadisch advies gegeven als het materie is die hen nauw aan het hart ligt. De jeugdraad organiseert geen eigen activiteiten (geen tijd/interesse) of inspraak voor andere jongeren. Ze vertegenwoordigen wel hun achterban.
Algemeen wordt er in dit werkkader geen rekening gehouden met de inspraakmogelijkheden via de nieuwe media waardoor we ook de niet-georganiseerde sporter, senioren en jeugd kunnen bereiken.
Het werkkader schept enkele belangrijke principiële voorwaarden zodat iedere raad vanuit de leefwereld van de doelgroep ervoor kan zorgen dat de doelgroep hun mening kan geven. Het werkkader houdt dus wel degelijk rekening met tal van inspraakmogelijkheden. Verschillende mogelijkheden worden aangereikt in hoofdstuk 3 van het werkkader
De sportraad van Berchem adviseert om de overdracht van de sportraad en een nieuwe legislatuur niet gelijk te laten lopen. De sportraad zal 2 maanden voor de verkiezingen een memorandum maken zodat deze informatie nuttig kan zijn voor het opmaken van het bestuursakkoord.
De ruimte die in het werkkader gegeven wordt voor de mening van het individu moet in een juiste verhouding staan ten opzichte van het algemeen belang.
Het nieuwe werkkader moet voldoende ruimte bieden om te kunnen werken en adviseren.
Volgende zin uit het werkkader wordt geschrapt: “De raden worden iedere zes jaar opnieuw samengesteld. Dit kan vanaf één jaar voor de installatie van een nieuw bestuur. Zo is de raad ingewerkt bij installatie van het nieuwe bestuur en kan ze effectief betrokken worden bij de opmaak van de nieuwe beleidsplannen. Leden kunnen op ieder moment aansluiten.”
En vervangen door: “De raden worden iedere zes jaar opnieuw samengesteld volgens de regels uit het gemeentedecreet. Leden kunnen op ieder moment aansluiten.
Op 16 september 2013 nam het districtscollege Deurne kennis van dit ontwerpbesluit. Het districtscollege Deurne keurt het kader voor de vernieuwde werking van de adviesraden voor cultuur, jeugd, sport en seniorenraad goed mits er rekening wordt gehouden met de geformuleerde opmerkingen van de Deurnse adviesraden.Jeugdraad Deurne : gunstig
Sportraad Deurne: gunstig mits voorwaarden
Op dinsdag 10 september 2013 werd de sportraad van Deurne geïnstalleerd en werd de nieuwe Raad van Bestuur van de sportraad verkozen. Op 24 september 2013 vindt de eerste vergadering plaats. Het nieuwe bestuur betreurt dan ook dat het de kans niet krijgt om een volwaardig advies te formuleren over het nieuw werkingskader voor inspraak en adviesraden.
Algemeen geeft de sportraad een positief advies, echter enkel op voorwaarde dat er rekening gehouden wordt met deeladviezen. Die deeladviezen zijn wegens tijdsgebrek nog niet geformuleerd. De sportraad vraagt daarom meer tijd om een volwaardig advies te formuleren.
Cultuurraad Deurne
Het bestuur van de Cultuurraad van Deurne heeft het document
'Werkkader adviesraden en inspraak', dat door het Antwerpse beleid wordt voorgelegd aan de Antwerpse adviesraden, gelezen en besproken. Om een gedragen advies te kunnen geven hierover, zijn verschillende bestuursleden van de Cultuurraad naar de infosessie geweest die de Stad Antwerpen organiseerde op 28 mei 2013. De vraag werd toen ook gesteld aan de leden van de Cultuurraad om eventuele opmerkingen mee te nemen bij het opstellen van dit advies door het bestuur van de Cultuurraad Deurne. De Cultuurraad is zeer positief over het nieuwe werkkader dat in het voorstel op tafel ligt. Het beantwoordt de vraag naar meer samenwerking tussen de districten en laat ook voldoende ruimte open om het werkinstrument vorm te geven. We adviseren dan ook om dit nieuwe werkkader goed te keuren, mits er rekening gehouden wordt met volgende opmerkingen:
Bovenstaande zin staat niet in het werkkader: 'de adviesraad ondersteunt het beleid en geeft advies, niet meer en ook niet minder' . Er staat: een adviesraad adviseert het beleid – niet meer, niet minder. Bovengenoemde zin verwoordt de decretale opdracht en is geen verbod. Het werkkader geeft duidelijk de opdracht van een adviesraad weer. In kader van deze adviesopdracht kunnen de raden wel degelijk zaken organiseren zolang de hoofdopdracht niet in het gedrang komt. Om reden van duidelijkheid blijft de formulering van de opdracht behouden in het werkkader: “Een adviesraad adviseert het beleid, niet meer, niet minder.”
Samenstelling van algemene vergadering/raad van bestuur van de verschillende verzelfstandigde agentschappen wordt door het gemeentedecreet bepaald. Het is alleen in de EVA’s dat een afvaardiging van gebruikers (via de adviesraad) kan voorzien worden.
Een opgelegd aantal vergaderingen is geen garantie voor efficiëntie of continuïteit. Het doel van een adviesorgaan is niet om zoveel mogelijk vergaderingen te organiseren. Het doel van een adviesorgaan is ervoor te zorgen dat alle burgers hun mening kunnen geven. Het werkkader zorgt voor duidelijkheid in de opdracht van de raden en schept duidelijke voorwaarden. Het werkkader legt niet vast op welke manier de raden zich precies moeten organiseren. Dat staat de raden vrij, mits ze ermee rekening houden dat ze open, laagdrempelig, permanent, transparant en platformgewijs moeten werken. Dit om er net voor te zorgen dat alle burgers en ook bovengenoemde doelgroepen hun mening kunnen geven. Met het werkkader kunnen de districtsadviesraden alle nodige maatregelen zelf treffen om de bovengenoemde doelgroepen hun mening te laten geven en lid te zijn van de adviesraden.
De ondersteuning door ambtenaren bij de conferenties staat beschreven in hoofdstuk 3.
Het netwerk van alle erkende musea, zowel stedelijke als provinciale als het KMSKA.
Dat wordt inderdaad voorzien, is onderdeel van de ondersteuning door de administratie dat in hoofdstuk 3 beschreven wordt.
De ondersteuning wordt beschreven in hoofdstuk 3 en maakt deel uit van het takenpakket en de werking van de stedelijke administratie. Als zodanig zijn de nodige middelen hiervoor voorzien binnen de meerjarenbegroting.
Het district vraagt advies aan, of krijgt advies van, de districtsadviesraden; stedelijk advies komt terecht bij de conferenties.
Seniorenraad Deurne
De Seniorenraad van het district Deurne verstrekt de volgende adviezen:
Bij Pijler 1 ‘Open Inspraak’ (punt 2.1)
Daar niet alle senioren gebruik maken van Internet is het noodzakelijk dat de onderdelen van dit platform zowel fysiek als digitaal zijn. De administratie zorgt voor de opbouw van de diverse inspraakkanalen.
Bij Pijler 2 ‘De Adviesraden en hun Conferentie’ ( (punt 2.2)
De conferenties zijn samengesteld uit een afvaardiging van elke districtsadviesraad.
Onder de ‘Algemene Voorwaarden’ zijn onze adviezen:
1- Algemene voorwaarden beperken zich uitsluitend tot decretaal verplichte voorwaarden.
2- Er dient te worden toegevoegd dat alle andere voorwaarden en bepalingen door elk district zelf voor zich bepaald worden. Het seniorenbeleid is immers lokale materie omwille van de binnengemeentelijke decentralisatie.
Onder de ‘Opdracht van de Adviesraden’
Bij de Bijkomende Opdrachten van de Adviesraden dient nog vermeld: ‘Het informeren van en communiceren met de achterban’.
Bij de Opdracht van de Conferenties dient vermeld dat de secretaris een ondersteunend ambtenaar moet zijn.
Een ambtenaar kan nooit deel uitmaken van een adviesraad. De secretaris zal dus altijd lid zijn van de adviesraad De ondersteuning door een ambtenaar wordt beschreven in hoofdstuk 3. Bijgevolg hebben secretaris en seniorenconsulent (de ambtenaar) verschillende taken, afspraken over de taken worden gemaakt binnen de adviesraden zelf.
Tevens moet hier worden vermeld:
De Conferenties zijn vrij thematische Werkgroepen op te richten. Tevens beslissen de Conferenties over de samenstelling van die werkgroepen.
Deze toevoeging is overbodig. Het kader laat de conferenties de ruimte om afspraken te maken om input te krijgen over stedelijke materies en stedelijke adviesvragen door het betrekken van de districtsadviesraden of het werken met ad hoc werkgroepen.
Sectorspecifieke adviezen m.b.t. de seniorenadviesraden (punt 2.2.4)
De Seniorenraad van Deurne geeft de voorkeur aan één afgevaardigde in de Conferentie per district maar tevens moet een vaste vervanger worden voorzien. De verkiezing van de Voorzitter zal bij voorkeur niet jaarlijks maar om de drie jaar plaats vinden.
In het nieuwe werkkader is sprake van een afvaardiging en niet langer van één of twee afgevaardigden. De invulling ervan wordt door elk van de vier adviesraden concreet vastgelegd. De termijn van het voorzitterschap werd geschrapt en kan door de seniorenadviesraden en hun conferentie zelf bepaald worden.
Met betrekking tot de Procedure (punt 4.1).
Bij punt 2: dient te worden vermeld dat de adviesraad zich er toe verbindt om op elke adviesvraag uit het beleid een antwoord te geven.
Er is in de tekst vermeld: de adviesraad engageert zich ertoe om bij een gevraagd advies een advies te formuleren binnen een termijn van zes weken, na aankomst van de vraag.
Bij punt 8: moet als volgt worden aangevuld: ‘Er dient ook aandacht worden besteed aan de beschikbaarheid van deze documenten voor personen die niet over Internet beschikken’.
Het online publiceren van het advies wordt per definitie voorzien; sluit niet uit dat er ook naar andere kanalen kan gekeken worden.
Alle andere punten van dit Ontwerp-Werkkader dragen de goedkeuring van de Seniorenraad van Deurne.
- De antwerpse ouderenraad geeft aan te weinig tijd te hebben gekregen om een volwaardig advies uit te brengen. Het gaat over opmerkingen eerder dan gunstig of ongunstig advies.
- Advies / bekommernis over autonomie van de adviesraden: deze blijft bestaan, voor zover een adviesraad niet beslist, maar juist argumenten aanreikt aan het beleid om onderbouwde beslissingen te nemen. Daarin is de autonome en representatieve positie van de raad juist belangrijk.
- Advies rond het stellen van adviesvragen wordt gevolgd in de procedure.
- Advies rond de conferentie is verwerkt in het werkkader en laat ruimte voor andere afgevaardigden.
- Advies rond het behouden van permanente werkgroepen binnen de conferentie gaat in tegen het belang dat bij de districten gelegd wordt. Dit betekent niet dat er geen erkenning is voor wat werkgroepen in het verleden gedaan hebben. Dezelfde mensen kunnen hun expertise ook blijven inzetten in ad hoc werkgroepen rond thema’s waarin ze expertise hebben. Pijler 1, open inspraak, biedt bovendien de gelegenheid om zowel de leden van de uittredende werkgroepen als andere niet aan seniorenadviesraden verbonden ouderen aan het woord te laten.
Algemene opmerking: Verschillende raden, zowel stedelijk als op districtsniveau, vragen meer betrokken te worden bij het voorstel. Enerzijds is gekozen om het nieuwe bestuur juist het theoretisch kader te laten uittekenen, zoals vastgelegd in het gemeentedecreet. Anderzijds laat het huidige werkkader precies de ruimte om erbinnen een werking op maat van de sectorspecifieke raad uit te werken. Maar natuurlijk is de input van alle raden waar mogelijk meegenomen, zonder het gevaar te willen lopen de huidige werking gewoon bovenop een nieuw werkkader toe te voegen.
Het volledig antwoord op de adviezen is opgenomen in de bijlage.
- Adviezen 1. en 2. rond inspraak en participatie over het werkkader: zie hierboven bij algemene opmerking
- Advies 3. rond actief betrekken van jongeren, advies 9. rond projectmatige aanpak, advies 11 rond openbaarheid van besluiten, advies 14 rond afspraken over inspraakmateries, en advies 20 rond de ondersteuning van jongeren worden gevolgd. Hiervoor is ruimte binnen het werkkader.
- Advies 4, 10 en 13 rond openheid en dwarsverbanden tussen de pijlers werd mee verwerkt in het werkkader. Maatwerk staat daarbij voorop.
- Advies 5. rond aanwerving van een ‘kindsecretaris’ wordt niet gevolgd, omdat de stad vindt dat inspraak van kinderen en jongeren niet de verantwoordelijkheid is van één persoon, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle jeugdconsulenten en van stedelijke jeugdmedewerkers.
- Adviezen 6, 7 en 8 worden gedeeltelijk gevolgd, maar de kern van de adviesraden blijft inspraak van de jongeren zelf en niet die van professionele jeugdwerkers.
- Advies 12 rond het voeren van inspraak en 17 rond procedures zitten vervat in de procedure bij het werkkader en worden waar zinvol zichtbaar gemaakt via kwartaalrapportering.
- Advies 15 rond evaluatie van de werking van de drie pijlers wordt meegenomen in de uitwerking.
- Advies 16 rond inspraak als tweerichtingsverkeer is het opzet bij de verdere ontwikkeling van inspraakmiddelen zoals Oor en stadindialoog.
- Advies 18 rond het belang van alle kinderen en jongeren vertaalt de geest van het werkkader correct, maar kan niet als dusdanig opgenomen aangezien het ook over cultuur, sport en senioren gaat.
- Advies 19 rond uitzonderingen op de leeftijdsgrens van 30 jaar wordt niet gevolgd, om te blijven focussen op kinderen en jongeren. Ook advies 21 rond de praktische ondersteuning van jeugdraden wordt niet als een kernopdracht van de administratie beschouwd: die ligt bij procesmatige en inhoudelijke ondersteuning. Adviezen 22 en 23 passen dan ook volledig binnen de voorgestelde ondersteuning geschetst in het werkkader.
- Adviezen 1. Namen van de sportraden, en 3. Voorzitter van de sportraad/conferentie worden gevolgd.
- Advies rond 6. de installatietermijn, 7. een interne werkingsnota, en 9. Een jaarlijkse samenkomst van de vier conferenties werden in het werkkader verwerkt.
- Adviezen 2 en 5 (Taalkundige opmerkingen) werden in het werkkader verwerkt.
- Advies 4. De samenstelling van de sportconferentie uit 1 effectieve en 2 plaatsvervangers en die beide geslachten vertegenwoordigen is een pragmatisch voorstel dat mogelijk is binnen het werkkader.
- Advies 8. De termijnen van zes weken voor het opstellen van een advies en vier weken voor reactie vanuit het beleid worden waar mogelijk gevolgd. Maar aangezien een agendering op college of gemeenteraad een zekere doorlooptijd heeft, wordt ook voor het beleid een reactietijd van zes weken behouden.
“Hoewel het bedoelde ontwerpbesluit positieve elementen bevat, kan de stedelijke cultuurraad geen positief advies geven. De manier waarop het ontwerp tot stand gekomen is zonder inspraak en brede betrokkenheid is een aanfluiting van alle principes van goed bestuur. Het vervangen van de stedelijke adviesraden door conferenties zorgt niet voor een onafhankelijk en neutraal forum, wat ons toch een voorwaarde is. We verwachten dat de stad haar huiswerk opnieuw maakt, rekening houdend met onze opmerkingen en deze keer wel met een brede inspraak en betrokkenheid van het werkveld.”
Reacties op het advies:
- De cultuurraad geeft aan te weinig tijd gehad te hebben om een degelijk advies uit te brengen en adviseert daarom negatief. De raad adviseert de huidige structuur te behouden (p2): de stedelijke cultuurraad pleit vooral voor het behoud van het eigen orgaan.
- Het advies dat de conferentie vrijblijvend is en slechts denkt vanuit eigenbelang of eigen district, gaat in tegen de filosofie van het werkkader, waarin duidelijk vermeld staat dat organisaties adviseren in het algemeen belang. Het sluit dan ook aan bij de bekommernis van de cultuurraad van een geïntegreerde vertegenwoordiging van districtsafgevaardigden (p3), en bij een streven naar een onafhankelijk en neutraal forum, dat de cultuurraad voorstaat (p 8).
- De gedachte dat alle adviesraden eenzelfde ondersteuning verdienen is terecht en staat ook als dusdanig opgenomen onder het luikje ‘ondersteuning’ bij het werkkader. Middelen voor ondersteuning, bv organisatie van overleg, vorming of debat, zijn voorzien.
- De sterktes die aangehaald worden passen perfect binnen het nieuwe werkkader: openheid, betrokkenheid van professionelen, kunstenaars en verenigingen. Ook op stedelijk niveau is hier enerzijds binnen de conferentie van afgevaardigden en anderzijds via expertenoverleg ruimte voor. Het is verder de opdracht van de conferentie om aan te geven wie ze belangrijk acht te betrekken bij het opstellen van een advies, en zelf te zorgen voor ruimte betrokkenheid (zie opdracht adviesraden en hun conferenties). Zo kan ook het brede netwerk waarvan sprake gericht ingezet blijven worden voor adviezen.
- De uitwisseling tussen de verschillende pijlers is mee verwerkt in het werkkader (jaarlijks ‘open forum’).
- De gedachte dat de conferentie niet beantwoordt aan het stedelijk niveau, is in het werkkader precies opgevangen door erkenning en ruimte te geven aan experten (pijler 3, sectoroverleg).
- De subsidiemiddelen via de cultuurraad komen inderdaad tegemoet aan een specifiek soort subsidienood, maar de raad zelf stelde in vraag of ze wel het juiste kanaal is om deze toe te kennen (verslag bestuur van 2 april ll).
Het districtsbestuur:
reactie:
Het districtsbestuur:
Dit kan binnen de context van het werkkader, zolang de nevenactiviteiten er niet voor zorgen dat de hoofdopdracht niet naar behoren uitgevoerd kan worden.
Het staat de conferentie vrij om deskundigen van een bepaalde expertise te betrekken. Dit staat in het werkkader. Stedelijke adviesvragen staan altijd in betrekking tot de burger in de districten. De bestuursakkoorden van de districten leggen allemaal een grote nadruk op inspraak, daarom is ervoor gekozen om de afgevaardigden van de districtsadviesraden samen te laten bepalen hoe ze met stedelijke adviesvragen omgaan. Dit ook om te vermijden dat slechts enkele mensen gaan spreken uit naam van alle burgers.
Het evenwicht tussen vertegenwoordiging, expertise en deskundigheid of visie is belangrijk. Het werkkader voorziet een aantal principiële uitgangspunten waarop een concrete werking zich kan baseren om dit evenwicht te garanderen. Ten eerste is er de keuze en samenstelling van de afvaardiging per district, vervolgens is de mogelijkheid voorzien om apart sectoroverleg te organiseren, tenslotte blijven thematische werkgroepen een belangrijk werkinstrument die een brede betrokkenheid garanderen. In de huidige stedelijke jeugdraad hebben zowel vertegenwoordigers vanuit het professionele en het vrijwillige jeugdwerk een plaats samen met individuele jongeren. Door de aanwezigheid van de professionelen en het vrijwillig jeugdwerk gingen de overleggen steeds over materie die hen aanbelangde. Het gevolg was dat er weinig tot geen (mentale) plaats was voor individuele jongeren en kinderen die volgens het decreet ook lid mogen zijn. Het werkkader zorgt net voor meer evenwicht door drie pijlers van inspraak te voorzien.
Het staat de conferentie vrij om werkgroepen op te richten met mensen met een bepaalde expertise.
Een keuze voor interactief bestuur is een horizontale doelstelling in het strategisch meerjarenplan van het district Borgerhout. Dit advies over het nieuwe werkkader voor de adviesraden past de kwaliteitscriteria die we hiervoor in Borgerhout hanteren, toe op het voorstel over het nieuwe werkkader voor de adviesraden.
Een positief gegeven in het werkkader is dat er gezocht wordt naar een duidelijke band tussen het districtsniveau en het stadsniveau, en dat een belangrijke dynamiek gelegd wordt op het niveau van het district. Onder bepaalde voorwaarden maakt dit een sterk lokaal gedragen centrale adviesverlening mogelijk, wat de kwaliteit van de adviezen ten goede komt.
Aan deze voorwaarden is er volgens het districtsbestuur onvoldoende voldaan. Een eerste cruciale voorwaarde is dat de structuur en de werkafspraken van de ‘conferentie’ op stadsniveau voldoende duidelijk en gegarandeerd is. In de voorliggende nota is er geen verwijzing naar minimale werkgaranties om op volwaardige wijze een onafhankelijke adviesrol op te nemen.
In het nieuwe werkkader zijn wel degelijk de minimum ‘werkgaranties’ voorzien:
Het voorzien van een vaste ‘voorzitter’ of ‘trekker’, met een omlijnd mandaat (o.a. het eventueel aanspreken van het stadsbestuur wanneer zij randvoorwaarden voor advisering niet respecteren) is hierin een minimale voorwaarde die niet voorzien is.
Dit klopt niet, een voorzitter is wel degelijk voorzien. In 2.2 Pijler adviesraden en hun conferenties onder Algemene voorwaarden staat: Alle districtsadviesraden duiden een contactpersoon/voorzitter en een secretaris aan. Deze personen staan in voor de praktische organisatie en de verslaggeving van de adviesraad. Het werkkader biedt wel de mogelijkheid om de ‘juiste’ contactpersoon/voorzitter aan te duiden, d.w.z. volgens noden of behoeften van de specifieke sectoren.
Het voorgestelde model kan ook slechts werken als voorzien wordt in voldoende ambtelijke omkadering en ondersteuning voor deze werking. In de voorliggende nota, die toch een ‘werk’kader heet te zijn, is er geen indicatie dat aan deze voorwaarde aandacht is besteed.
Het werkkader voorziet in de nodige ondersteuning, dit wordt beschreven in hoofdstuk 3. Het werkkader schetst duidelijk de context waarbinnen kan gewerkt worden en verder biedt het de nodige ruimte aan het beleid en de ambtenaren in de districten om de concrete werking te bepalen op maat van de sector.
Tot slot stelt de districtsraad ook vragen bij de totstandkoming van dit besluit. In het aanvankelijk uitgetekende traject was de mogelijkheid tot inbreng vanuit adviesraden en districtsbesturen onvoldoende realistisch uitgetekend. Dit geeft het geheel het aanschijn van een geïmproviseerde besluitvorming. Zeker naar de betrokken adviesraden is dit geen vertrouwenwekkend signaal voor een gedragen werking in de toekomst.
Omwille van deze ernstige tekortkomingen adviseert de districtsraad van Borgerhout het werkkader voor de adviesraden negatief.
Het college keurt het kader voor de vernieuwde werking van de adviesraden voor cultuur, jeugd, sport en senioren goed en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Het college keurt goed dat het nieuwe werkkader in werking treedt binnen de zes maanden na goedkeuring van dit besluit.
Het college keurt goed dat de nieuwe adviesraden en hun stedelijke conferenties van afgevaardigden samengesteld zijn binnen de zes maanden na goedkeuring van dit besluit.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| DL, CS en SL |
verspreiden van het besluit onder de districten voor aftoetsing en eventuele bijsturing van huidige statuten districtsadviesraden aan het nieuwe werkkader; |
| CS en SL |
installeren van de conferenties van districtsadviesraadsafgevaardigden en opstellen van concrete werkafspraken voor deze conferenties rekening houdend met de door de districten uitgebrachte adviezen. |
| CS en SL | de werkafspraken van de respectieve stedelijke conferenties ter kennisgeving voorleggen aan de gemeenteraad binnen de zes maanden na goedkeuring van het nieuwe werkkader. |
| CS en SL |
een inventaris maken van bestaande instrumenten die de inspraak kunnen faciliteren en versterken en een stappenplan opstellen voor de uitrol hiervan |
| CS en SW | de toepassing van de structurele adviezen zoals de jeugdparagraaf (advies of inspraak door kinderen en jongeren over heraanleg openbaar domein) afstemmen op het nieuwe werkkader |