Artikel 119 Nieuwe Gemeentewet: de gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen.
Artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet werd gewijzigd door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2014.
Het gewijzigde artikel 119bis bepaalt: de gemeenteraad kan gemeentelijke administratieve straffen en sancties opleggen overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2 §1 van de wet van 24 juni 2013 bepaalt: de gemeenteraad kan straffen of administratieve sancties bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen of verordeningen, tenzij voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald.
Artikel 6 §1 van deze wet bepaalt dat de administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
Artikel 45 van deze wet bepaalt dat de schorsing, de intrekking en de sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege.
Artikel 4 §5 van deze wet bepaalt: indien de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorziet om de administratieve geldboete ten aanzien van minderjarigen, wint hij vooraf het advies in betreffende dat reglement of die verordening van het orgaan of de organen die een adviesbevoegdheid hebben in jeugdzaken, voor zover het aanwezig is of zij aanwezig zijn in de gemeente.
Op 17 mei 2005 (jaarnummer 1202) keurde de gemeenteraad initieel de code van gemeentelijke politiereglementen van de stad Antwerpen goed. Inbreuken op de code van gemeentelijke politiereglementen kunnen sindsdien gesanctioneerd worden met administratieve sancties waaronder een administratieve geldboete.
Deze code werd later nog verscheidene keren gewijzigd, zoals hieronder aangegeven.
|
Datum |
Jaarnummer |
Orgaan |
Omschrijving |
|
17 mei 2005 |
1202 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen goedgekeurd |
|
17 mei 2005 |
1231 |
gemeenteraad |
Algemeen reglement gemeentelijke administratieve sancties goedgekeurd |
|
17 mei 2005 |
1232 |
gemeenteraad |
Protocol met parket goedgekeurd |
|
12 september 2005 |
2068 |
gemeenteraad |
Aanpassing code aan Reparatiewet |
|
23 januari 2006 |
2 |
gemeenteraad |
Aanpassing code (onder andere prostitutiebeleid) |
|
29 januari 2007 |
291 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
23 april 2007 |
997 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
25 juni 2007 |
1397 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
22 oktober 2007 |
2220 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
17 december 2007 |
2597 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
28 januari 2008 |
162 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
26 mei 2008 |
1072 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
24 november 2008 |
2055 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
23 maart 2009 |
514 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
29 juni 2009 |
1213 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
21 september 2009 |
1432 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
14 december 2009 |
2058 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
26 april 2010 |
506 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
20 december 2010 |
1740 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
28 februari 2011 |
193 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
28 maart 2011 |
433 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
27 juni 2011 |
877 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
19 september 2011 |
1108 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
5 maart 2012 |
217 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
25 juni 2012 |
710 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
24 september 2012 |
1030 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
19 november 2012 |
1253 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
|
29 april 2013 |
254 |
gemeenteraad |
Code van politiereglementen. Wijzigingen |
1. Aanpassing van de code van politiereglementen aan de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna genoemd de nieuwe GAS-wet)
De nieuwe GAS-wet voert een aantal wijzigingen in. De stad Antwerpen wenst volgende wijzingen te verankeren in de code van politiereglementen.
De verhoging van de boetebedragen
De nieuwe GAS-wet verhoogt de wettelijke maxima van de boetebedragen. Vanaf nu kunnen minderjarigen een boete tot maximaal 175,00 euro krijgen voor meerderjarigen is het maximum 350,00 EUR. In sommige gevallen werkt het actueel maximum boetebedrag van 250,00 EUR onvoldoende ontradend. Dit is onder meer het geval wanneer vermogende rechtspersonen inbreuken plegen op bijvoorbeeld verplichtingen met betrekking tot bouwwerven, wildplakken, brandveiligheid, privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte met uitstallingen, en andere.
De invoering van alternatieve maatregelen
De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen voorzien in de volgende alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete:
De leeftijd waarop minderjarigen kunnen beboet worden
De nieuwe GAS-wet verlaagt de leeftijd van 16 jaar naar 14 jaar. De verlaging van de leeftijd voor minderjarigen is nodig om de overlast veroorzaakt door deze jongeren te kunnen handhaven. Beschadigingen toebrengen, bevuilen van de openbare ruimte en andere vormen van overlast zijn geen zaak van +16-jarigen alleen. Ook -16-jarigen zijn hiervoor vaak verantwoordelijk. Dit is zichtbaar geworden op het Bisthovenplein, het Alfons De Cockplein, Boekenbergpark, Den Drink, Turnhoutsebaan, Albrecht Rodenbachstraat en andere locaties. Bij een betoging van Sharia4Belgium in Borgerhout op 15 september 2012, waren 47 van de 222 opgepakte personen jonger dan 16 jaar. Op 19 oktober 2011 besliste de gemeenteraad (jaarnummer 1156) om het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig (combitaks) in te voeren. De toepassing hiervan zorgde ervoor dat 53 jongeren tussen 13 jaar en 16 jaar wegens wanpraktijken opgepakt werden, waarvan met sommigen een gesprek werd gevoerd. Het is van belang om via de verplichte wettelijke bemiddeling voor minderjarigen of via de gemeenschapsdienst ook deze groep jongeren te bereiken. Door de toepassing van de GAS-wet op deze leeftijdscategorie, zijn de verweer -en beroepsmogelijkheden, bijstand van advocaat , de betrokkenheid van de ouders gegarandeerd. Vooraleer immers een administratieve procedure op te starten kan de sanctionerend ambtenaar de ouders, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, inlichten over de vastgestelde feiten. Hij kan de vragen de mondelinge of schriftelijk opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Wanneer de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat de educatieve maatregelen van deze personen volstaan, kan hij de zaak in dit stadium afsluiten, zonder een administratieve procedure op te starten. Deze mogelijkheid zal, waar dit nuttig is, maximaal aangewend worden. Verder is het aangewezen om de leeftijdsgrens gelijk te schakelen met deze die gehanteerd wordt in andere wetten zoals de Voetbalwet. In geval van overtreding van bepalingen uit de Voetbalwet, kan een administratief stadionverbod worden opgelegd aan de minderjarige vanaf 14 jaar. Tegen deze administratieve sanctie kan kosteloos beroep worden ingesteld bij de jeugdrechtbank door jongeren vanaf 14 jaar.
Tenslotte dient benadrukt dat het aandeel van vastgestelde inbreuken ten laste van minderjarigen minimaal is. Minder dan 3% van het aantal GAS-pv’s ten laste van natuurlijke personen heeft betrekking op minderjarigen.
Van 1 januari 2012 tot 10 oktober 2013
|
Aantal GAS-pv’s |
2012 |
2013 |
Totaal |
|
Natuurlijke personen |
16.839 |
11.790 |
28.629 |
|
Onbekend |
1.539 |
1.113 |
2.652 |
|
Rechtspersoon |
4.161 |
4.053 |
8.214 |
|
Totaal |
22.539 |
16.956 |
39.495 |
|
Aantal GAS-pv's - Natuurlijke personen |
2012 |
2013 |
Totaal |
|
Minderjarig |
433 |
261 |
694 |
|
Onbekend |
3 |
0 |
3 |
|
Meerderjarig |
16.403 |
11.529 |
27.932 |
|
Totaal |
16.839 |
11.790 |
28.629 |
|
Jaar opstellen pv |
Percentage pv's meerderjarigen |
Percentage pv’s voor minderjarigen |
|
2012 |
97% |
3% |
|
2013 |
98% |
2% |
Handhavingsregels die niet voorzien zijn in de nieuwe wet werden aangepast
Maatregelen zoals een toegangsverbod tot stedelijke recyclageparken, zweminrichtingen, kampeerterreinen en residentiële woonwagenterreinen werden opgeheven. De nieuwe wet voorziet immers een procedure voor het opleggen van een plaatsverbod door de burgemeester in artikel 134 sexies van de Nieuwe Gemeentewet.
2. Vormelijke aanpassing van de code van politiereglementen
Vooreerst werd de bestaande code van politiereglementen herschreven door Wablieft-Centrum voor duidelijke Taal dat ressorteert onder de vzw Vlaams Ondersteuningscentrum voor Volwassenenonderwijs (Vovco). Dit centrum heeft te lange zinnen, moeilijke uitdrukkingen, vage woorden omgezet in duidelijkere taal zonder aan de inhoud te raken.
De huishoudelijke reglementen die aan de bestaande code van politiereglementen waren toegevoegd, werden geïntegreerd in het reglement zelf. Het gaat onder meer om de huishoudelijke reglementen voor recyclageparken, stedelijke badinrichtingen en zwembaden, stedelijke kampeerterreinen, residentiële woonwagenterreinen en doortrekkersterreinen, begraafplaatsen en lijkbezorging, stedelijke sportinfrastructuur en het MAS.
Verder werden de verwijzingen naar de datum van vroegere gemeenteraadsbesluiten die artikels invoegden, wijzigden of ophieven, weggelaten. Deze verwijzingen werden globaal als bijlage aan de nieuwe code van politiereglementen gevoegd. Verwijzingen naar hogere regelgeving die niet meer actueel zijn, zijn aangepast of bijgevoegd. Deze verwijzingen werden zoveel mogelijk uit de tekst zelf gehaald. Om de tekst zelf niet te overbelasten werden ze in een voetnoot geplaatst.
Sommige artikelen werden geschrapt omdat ze verouderd waren of niet langer thuishoren in de code van politiereglementen. Zo onder andere de openingstijden van diverse stedelijke accommodaties die door het college vastgesteld worden.
Door opgeheven bepalingen werden sommige artikelnummers niet meer gebruikt. Door invoering van nieuwe bepalingen werden artikelnummers meerdere keren gebruikt met de toevoeging van bis, ter, quater,.... Sommige eerder nieuw ingevoegde artikels bevatten tientallen onderverdelingen en paragrafen. Dit verminderde de leesbaarheid. Daarom werden de bepalingen in de code van politiereglementen hernummerd en de structuur overzichtelijker gemaakt. Eén en ander brengt mee dat het aantal artikels vermeerderd is, zonder dat er inhoudelijk meer bepalingen zijn ten opzichte van de laatst goedgekeurde tekst. Als bijlage aan de tekst van de code werd een conversietabel tussen de oude en de nieuwe nummering ingevoegd. Tevens werd de historiek van de code van politiereglementen als bijlage toegevoegd.
3. Inhoudelijke wijzigingen van de code van politiereglementen
Naar aanleiding van herwerking van de code van politiereglementen kwamen meerdere bedrijfseenheden van de stad Antwerpen tot de vaststelling dat een aantal bepalingen of verwijzingen niet meer beantwoordden aan de actuele noden. Ze werden herwerkt of er werden nieuwe bepalingen ingevoerd.
De voornaamste inhoudelijke wijzingen werden doorgevoerd in de navolgende domeinen.
A. Hoofdstuk – Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte
De openbare ruimte is een publieke plaats. De toegankelijkheid, veiligheid, reinheid, gezondheid en rust dient gevrijwaard te worden voor iedereen.
Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte voor iedereen, ook voor specifieke doelgroepen, te allen tijde toegankelijk en veilig is. Naast de veiligheid en toegankelijkheid is ook de beeldkwaliteit van belang. De aantrekkelijkheid van straten en pleinen bevordert de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Het verhoogt tegelijk ook de economische aantrekkingskracht van een stad. Omdat de openbare ruimte beperkt is, vooral in stedelijke context, is het gebruik ervan aan regels onderworpen. Zo is reeds een verplichte toelating vereist voor het inrichten van ‘bouwwerven’ en het uitvoeren van ‘kleine werken’ op de openbare ruimte. De nood aan een duidelijke regeling en handhaving van de verplichte toelating voor uitstallingen doet zich voelen, omdat meer en meer handelaars koopwaren voor hun kleinhandel willekeurig uitstallen op de openbare ruimte. Dit brengt de openbare orde in het gedrang, onder meer wanneer delen van de openbare ruimte worden ingenomen die in wezen bestemd zijn voor andere gebruikers. Of wanneer koopwaar, leveringen, verpakkingen op de openbare ruimte achter blijven en/of hinderlijk en risicovol opgesteld zijn. Een aantal veiligheids- en gezondheidsregels zijn onontbeerlijk. De plaats waar de uitstalling kan staan, hoe de openbare ruimte op die plaats moet worden gebruikt, welke producten of diensten hiervoor in aanmerking komen, wordt voorzien in dit hoofdstuk.
B. Gebouw Platform park Spoor Noord
Op 18 maart 2013 (jaarnummer 178) keurde de gemeenteraad het gebruiksreglement voor de organisator van evenementen goed.
Door de ligging en de open structuur van gebouw Platform, wordt het gebouw behandeld als een stuk overdekt park of als openbare ruimte. Ook bij evenementen wordt deze lijn doorgetrokken. Het gebouw is openbare ruimte waarop de code van politiereglementen van toepassing is. Door de aard, de ligging en de toegankelijkheid van het gebouw dringen zich een aantal specifieke veiligheidsvereisten en gebruiksvoorwaarden op voor alle bezoekers.
C. Stedelijke sportaccommodatie
De stedelijke sportaccommodatie bestaat onder meer uit stedelijke zwembaden, de zwemvijver Boekenberg, stedelijke sporthallen en sportterreinen in openlucht. De gebruiksvoorwaarden stonden verspreid in de code van politiereglementen, deels ook in de huishoudelijke reglementen. Alle bepalingen werden samengevoegd, herwerkt en aangepast aan nieuwe noden: de werking met jaarabonnementen, de aanwezigheid van whirlpools, glijbanen, de verstrenging van de Vlarem-normen voor de verbetering van de waterkwaliteit en andere. Anderzijds moet een oplossing worden geboden aan nieuwe probleemsituaties: de toename van het aantal privé zwemlesgevers en de kwaliteit van de lessen, agressie onder de zwemmers, toezicht op onbegeleide kinderen, het gedrag van toeschouwers in sporthallen enzovoort. Het reglement is opgesteld om de veiligheid, orde en hygiëne in de stedelijke sportaccommodaties te waarborgen met als doel alle bezoekers een aangenaam verblijf te garanderen.
D. Hoofdstuk: Daden van ontucht en prostitutie
Om de administratieve last in de tijd te verdelen, wordt voor de houders, die thans reeds over een geschiktheidsverklaring beschikken, een overgangsperiode voorzien tot 30 juni 2015 waarbinnen ze, op een voor hen geschikt moment, een nieuwe aanvraag moeten indienen teneinde zich in regel te stellen. De bestaande geschiktheidsverklaring blijft in dat geval geldig tot de afgifte van een nieuwe geschiktheidsverklaring of tot de weigering ervan, vooropgesteld dat de nieuwe regels worden nageleefd. Bij gebreke van een aanvraag uiterlijk op 30 juni 2015, vervalt de bestaande geschiktheidsverklaring. Hetzelfde geldt voor de aanstelling van de beheerder.
E. Bedelen
In artikel 95 over het bedelen op de openbare weg wordt verwezen naar artikel 183 voor het overzicht van straten en pleinen waar het niet toegestaan is om te bedelen. Dit zijn tevens de plaatsen waar ambulante handel niet is toegestaan. Momenteel is in deze lijst de Turnhoutsebaan opgenomen, echter maar tot aan de Drink.
Op vraag van zowel de handelaars, buurttoezicht als politie is het aangewezen dit verbod te laten gelden op heel de Turnhoutsebaan. Volgens Werk en Economie is immers de hele Turnhoutsebaan een kernwinkelgebied. Het onderscheid voor of na de Drink is artificieel geworden. Voor politie is de handhaving moeilijk. Het komt de rechtszekerheid ten goede mocht het verbod zowel wat betreft ambulante handel als bedelen op heel de Turnhoutsebaan gelden. Te meer omdat de concentratie bedelaars voorbij de Drink groot is en overlast bezorgt.
Eveneens op vraag van de politie en van buurttoezicht wordt het stuk van de Sint-Bernardsesteenweg (tussen de De Bosschaertstraat en de Zaanstraat), toegevoegd aan de plaatsen waar bedelen en ambulante handel verboden zijn. Deze zone vormt het verlengstuk van de handelsas Abdijstraat en winkelcentrum den Tir, waar bedelen meer en meer een negatief effect heeft op de aldaar gelegen handelszaken en de klanten. Dit zorgt voor overlast.
F. Brandveiligheidsvoorschriften voor publiek toegankelijke inrichtingen en studentenhuisvesting
G. Bepalingen betreffende de hygiëne in bepaalde instellingen
De bepalingen over hygiëne in bepaalde publiek toegankelijke instellingen, zoals drankgelegenheden, restaurants en andere werden aan de code van politiereglementen toegevoegd in het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2008 (jaarnummer 2055). Ze werden gewijzigd in het gemeenteraadbesluit van 29 april 2013 (jaarnummer 254). Voor de hygiëne en comfort is het aangewezen dat de toiletfunctie gescheiden is van de verbruikszaal. De voorschriften met betrekking tot deze afscheiding tussen toiletten worden verduidelijkt en versoepelt wanneer ze in een sanitair lokaal zijn geplaatst.
H. Begraafplaatsen, lijkbezorging en concessiebeheer
Dit hoofdstuk bevat regels die ervoor zorgen dat de bezoeker de Antwerpse begraafplaatsen ervaart als respectvolle plaatsen van herdenking en bezinning. Deze regels werden vereenvoudigd en bepalingen die niet meer stroken met de veranderde realiteit werden geschrapt. Zo zijn de bepalingen over het gebruik van wachtzalen en ceremoniekamers in onbruik geraakt. Hetzelfde geldt voor de bepaling over het fotograferen en filmen van opgravingen. Wel ontvangt de dienst begraafplaatsen regelmatig aanvragen om te fotograferen en filmen op de begraafplaats. Het huishoudelijk reglement werd mee geïntegreerd in de code van politiereglementen. Voor het overige werden de bestaande regels beter en overzichtelijker gestructureerd.
Artikel 135 §2 Nieuwe Gemeentewet
De beleidsadviesraad detailhandel en horeca gaf op 18 maart 2011 positief advies over het ontwerpreglement over de privatieve ingebruikname van de openbare ruimte. Op basis van dit ontwerpreglement werd nu een nieuw voorstel uitgewerkt over uitstallingen op de openbare ruimte, zoals nu opgenomen onder TITEL 3, Hoofdstuk 8, Afdeling 5 van de code van politiereglementen.
Het huidig reglement bevat enkel de definitie van de uitstalling, zijnde de koopwaar van de handelszaak en de voorwerpen die nodig zijn om de koopwaar op te presenteren. Andere onderdelen van het reglement (bijvoorbeeld sandwichborden, textielcontainers, …) dat in 2011 positief werd geadviseerd zullen in een later stadium worden besproken en voorgelegd ter advies aan de beleidsadviesraad detailhandel en horeca.
De beleidsadviesraad detailhandel en horeca gaf op 14 oktober 2013 positief advies over de aanpak van uitwerking van het reglement en in het bijzonder een positief advies op de volgende elementen: de diepte van de uitstalling wordt niet meer bepaald.
Rekening houdend met dit advies werd het bijgevoegde reglement aangepast.
Toelichting en repliek op advies stedelijke jeugdraad.
Artikel 4 §5 van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voorziet dat als de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorziet om de administratieve geldboete ten aanzien van minderjarigen op te leggen, voor inbreuken op reglementen of verordeningen en op gemengde inbreuken, hij vooraf het advies in moet winnen betreffende dat reglement of die verordening van het orgaan of de organen die een adviesbevoegdheid hebben in jeugdzaken, voor zover het aanwezig is of zij aanwezig zijn in de gemeente. Dit advies is niet-bindend.
Met een e-mail van 3 september 2013 werd door de bedrijfsdirecteur van de bedrijfseenheid samen leven, het ontwerp van code van politiereglementen, een achtergrondnota en een begeleidend schrijven overgemaakt aan de Stedelijke Jeugdraad, met het oog op advies.
Op 24 september 2013 vond een open adviesmoment plaats, waarop door ambtenaren van de stad de nieuwe Gas-wet en de code van politiereglementen werd toegelicht.
Met een e-mail van 9 oktober 2013 werd een definitief advies overgemaakt. Dit advies is als bijlage gevoegd.
Op de adviezen, hieronder weergegeven in onderlijnde tekst, wordt het volgende geantwoord:
Sterke punten:
Het is goed dat de procedures tussen vaststelling en sanctionering minder lang duren, waardoor je als betrokkene minder lang in het ongewisse blijft.
Het is goed dat bemiddeling de eerste stap is in de procedure.
De manier waarop overlast omschreven wordt mbt afvalbeleid en sluikstorten toont dat het mogelijk is om overlast op een duidelijke manier te omschrijven.
De gemeenteraad neemt akte van deze adviezen.
De zwakke punten en de losse adviezen worden hieronder per thema gegroepeerd behandeld.
MET BETREKKING TOT DE GEMEENTELIJK ADMINISTRATIEVE SANCTIES
De functie van de sanctionerende ambtenaar is dubieus want dit is in strijd met de scheiding der machten. De stedelijke jeugdraad stelt vast dat de positie van de sanctionerende ambtenaar bezwaarlijk onpartijdig en neutraal genoemd kan worden. De jeugdraad stelt eveneens vast dat minderjarigen hierdoor niet de juridische bescherming krijgen die ze verdienen. De stedelijke jeugdraad adviseert daarom om de toepassing van de GAS te beperken tot de gemengde inbreuken en er als stad bij het parket op aan te dringen deze inbreuken strafrechtelijk te vervolgen. De stad Antwerpen zou de GAS-wet opstellen, de GAS-wet uitvoeren, de overtreding bestraffen en de strafmaat kiezen.
Deze stelling is niet juist. De GAS-wet is het werk van het federaal parlement. De uitvoering ervan is toevertrouwd aan de Koning, bij monde van zijn ministers. In uitvoering van de GAS-wet moeten overigens nog meer dan tien Koninklijke besluiten worden gepubliceerd. Aan deze regelgeving moeten de organen van de stad zich houden.
Zelfs wanneer er met het gebrek aan scheiding der machten bedoeld is, dat de stad Antwerpen de code van politiereglementen opstelt, deze uitvoert, de overtreding ervan bestraft en de strafmaat kiest, is deze denkwijze onjuist. Het is immers de gemeenteraad die de code van politiereglementen goedkeurt en in principe de burgemeester die er uitvoering aan geeft. De sanctionerend ambtenaar bestraft een overtreding die is vastgesteld door de politie of door een ambtenaar met vaststellingsbevoegdheid. Al deze organen opereren op onafhankelijke wijze. De sanctionerend ambtenaar kan aan minderjarigen alleen een boete geven als de bemiddeling en/of gemeenschapsdienst niet slaagt of geweigerd wordt.
Het is evenmin zo dat de sanctionerend ambtenaar de inbreuk vaststelt. Dit gebeurt door de politie of ambtenaren, die daartoe een opleiding hebben gekregen. Deze laatste personen worden aangesteld door de gemeenteraad, niet door de sanctionerend ambtenaar. De sanctionerend ambtenaar is gehouden op onpartijdige en onafhankelijke wijze te oordelen. Niet alle vaststellingen van politie of van een ambtenaar leiden immers tot een boete. Bij onduidelijke, niet bewezen vaststellingen, laattijdige processen-verbaal, onbekende daders, worden processen-verbaal geseponeerd. Van 1 januari 2012 tot 10 oktober 2013 werden op het totaal van 39 496 processen-verbaal (voor rechtspersonen, meerderjarigen en minderjarigen samengenomen) er in totaal 11.296 (rechtspersonen, meerderjarigen en minderjarigen samengenomen) geseponeerd, waarvan 8.136 vooraleer het dossier wordt opgestart.
Bij elk proces-verbaal, waarvoor een procedure wordt opgestart is een verweermogelijkheid ingebouwd. Ook na verweer van een overtreder worden tal van vaststellingen geseponeerd of wordt het boetebedrag verminderd. Zo werden voor dezelfde periode 3.160 dossier na opstart geseponeerd, waarvan 1.906 wegens gegrond verweer.
Tenslotte kan in hoger beroep kosteloos het oordeel van de sanctionerend ambtenaar worden getoetst aan het oordeel van de jeugdrechter. Al deze controlemechanismen garanderen de neutraliteit van de sanctionerend ambtenaar en de vrijwaring van de rechten van de minderjarigen.
Het beperken van de GAS-wet tot de gemengde inbreuken en ze terug strafrechtelijk vervolgen, is een streefdoel dat enkel kan gerealiseerd worden wanneer de redenen die aan de grondslag liggen van de invoering van de gemeentelijk administratieve sancties zijn verdwenen: met name de toename van overlastfenomenen, die wegens overbelasting van de parketten niet meer vervolgd werden.
De stedelijke jeugdraad adviseert de toepassing van de Gemeentelijke Administratieve Sancties te beperken tot de gemengde inbreuken, zijnde inbreuken die ook strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Om op die manier het begrip overlast te objectiveren en willekeur tegen te gaan.
Het begrip ‘overlast’ zou vaag en multi interpreteerbaar zijn. Wanneer is immers ‘geluid’ waarvan sprake in artikel 177 (oude nummering) storend voor de inwoners. Dit zou willekeur in de hand werken. Ook daarom zou de toepassing van de GAS-wet moeten beperkt worden tot de gemengde inbreuken.
Het begrip ‘overlast’ op zich kan nooit het voorwerp worden van een proces-verbaal. Steeds zal concreet moeten beschreven worden welke inbreuk op welke bepaling uit een politiereglement werd overtreden. De beweerde willekeur is onderworpen aan verschillende controlemechanismen, die elders in dit antwoord worden beschreven. Niet elke vaststelling leidt immers tot een boete.
De beperking van tot de gemengde inbreuken is niet de juiste oplossing voor dit beweerde probleem. Ook bij strafrechterlijke bepalingen waaronder de gemengde inbreuken is immers ‘interpretatie’ mogelijk. Zo is het zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord, een gemengde inbreuk. Ook hier zal de werking van de verschillende controlemechanismen moeten uitmaken of in een concreet geval deze bepaling werd overtreden en een boete verdiend is.
Een vaststellende ambtenaar is in de eerste plaats een bemiddelaar. De vaststellende ambtenaar zou in de eerste plaats een bemiddelaar moeten zijn, zou eerst moeten luisteren naar de betrokkenen in de plaats van direct een procedure op te starten.
Een onderscheid maken tussen de verschillende taken en functies is hier op zijn plaats.
Immers in vele gevallen heeft de politie en/of de vaststellende ambtenaar de overtreder reeds gewaarschuwd alvorens een proces-verbaal van de overtreding op te stellen, dat overgemaakt wordt aan de sanctionerend ambtenaar.
De sanctionerend ambtenaar zal alvorens de procedure op te starten, het proces-verbaal nakijken om te zien of er redenen zijn om dit te seponeren.
Alvorens de sanctionerend ambtenaar een procedure opstart, voorziet de GAS-wet ook de mogelijkheid de ouders en de minderjarige zelf te spreken. De sanctionerend ambtenaar kan met andere woorden een ontmoeting vragen met de minderjarige en diegene die de hoede hebben over de minderjarige om de opmerkingen over de vaststellingen te geven. Dit kan bij bepaalde inbreuken zinvol zijn. Hierdoor kan een inbreuk uitmonden in een waarschuwing.
Ook wanneer een procedure wordt opgestart zijn er in de GAS-wet voldoende luistermomenten ingebouwd, zowel tijdens het bemiddelingsgesprek als tijdens de schriftelijke en/of mondelinge verweermomenten. De verplichte bemiddeling garandeert bovendien dat er niet noodzakelijk een boete volgt op een vaststelling van een inbreuk.
Dat een boete zou moeten voorafgegaan worden door een waarschuwing is niet expliciet in de GAS-wet voorzien. In de GAS-wet is voorzien dat de stad verplicht is om alle in de stad wonende minderjarigen en vaders, moeders, voogden of personen die er de hoede over hebben, via alle mogelijke communicatiemiddelen te informeren over de door minderjarigen gepleegde inbreuken die bestraft kunnen worden met administratieve sancties. Deze communicatie is in voorbereiding.
De straf of de gemeenschapsdienst moet in verhouding staan met de inbreuk.
De verplichte proportionaliteit van de administratieve sanctie is in artikel 7 van de GAS-wet voorzien. De administratieve sanctie moet proportioneel zijn in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Er is sprake van herhaling wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
MET BETREKKING TOT DE LEEFTIJDSVERLAGING
De leeftijdsverlaging naar 14 jaar is niet goed.
Dat er qua mentaliteit en verantwoordelijkheid een verschil is tussen jongeren van 14, 15, 16, 17 en 18 jaar is zeker niet uitgesloten, maar is ook niet te veralgemenen. De rechten en plichten van minderjarigen worden in ons rechtssysteem geleidelijk opgebouwd. Dit geldt in het algemeen onder meer voor het beheer van financiële middelen, arbeid, seks, uitgaan, voertuigen besturen, enz. Met deze gradatie en mogelijk mentaliteitsverschil, kan in de toepassing van de GAS-wet zeker rekening worden gehouden zowel door de bemiddelaars als door de sanctionerend ambtenaar.
Op de opmerking dat de keuze om de leeftijd te verlagen naar 14 onduidelijk is, kan verwezen worden naar de motivering voor de verlaging van de leeftijdsgrens naar 14 jaar.
Niet alle artikels zijn duidelijk te verstaan voor jongeren vanaf 14 jaar. Zorg ervoor dat alles duidelijk is voor jongeren vanaf 14. Vertaal de code van politiereglementen bijvoorbeeld ook op een visuele manier en met voorbeelden.
Duidelijk en aantrekkelijk maken van code van politiereglementen door vertaling in een soort filmpje, strip, spel of iets anders.
Zorg voor aanspreekpunten waar kinderen, tieners en jongeren terecht kunnen met vragen over de GAS-wet en communiceer dit naar alle kinderen, tieners en jongeren.
Wat gebeurt er met jongeren vanaf 14 jaar uit andere gemeenten die in Antwerpen een gasboete krijgen? Hoe worden de bezoekers en toeristen op de hoogte gebracht van de GAS-wet van de stad Antwerpen?
Hoe gaat de stad Antwerpen alle kinderen, tieners en jongeren van de stad Antwerpen en dus ook de negen districten informeren over de GAS-wet op hun leefwereldniveau?
Hoe gaat de stad Antwerpen alle volwassen inwoners informeren over de GAS-wet?
Dat niet alle artikels duidelijk te verstaan zijn voor jongeren vanaf 14 jaar is begrijpelijk. Dit is één van de reden waarom de code van politiereglementen in duidelijkere taal werd herschreven. In het bijzonder voor minderjarigen wordt de suggestie van de Jeugdraad overwogen om de belangrijkste jongeren gelinkte bepalingen ook op een visuele manier met voorbeelden weer te geven in de communicatie. Alleszins is het van belang om de belangrijke bepalingen helder te communiceren. Niets sluit ook uit dat de Jeugdraad zelf hierin opbouwende initiatieven neemt.
Jongeren uit andere gemeenten kennen in grote lijnen de regels die in de code van politiereglementen staan die hen aanbelangen, omdat ook in hun gemeente wellicht een politiereglement bestaat met gelijkaardige regels. In vele steden en gemeenten worden immers dezelfde of gelijkaardige regels gehanteerd. Dit wordt bevestigd door de vereniging voor steden en gemeenten. Anderzijds zal bepaalde communicatie voor inwoners van Antwerpen ook toegankelijk zijn voor niet-inwoners via gebruikelijke communicatiekanalen (bv. website van de stad, informatieborden in parken, pleinen, en andere).
MET BETREKKING TOT DE BEMIDDELING
Er moeten kwalitatieve criteria komen voor de bemiddeling. Er zijn geen kwalitatieve criteria voor de bemiddelingsgesprekken waardoor dit voor iedereen niet even duidelijk en transparant is. Hoe kan je als sanctionerend ambtenaar een boete geven als deze persoon niet 100% op de hoogte is van het verloop van het gesprek? De procedure is vaag.
De procedure met betrekking tot de bemiddeling werd gepreciseerd in Titel 11 van de code van politiereglementen.
De neutraliteit van de bemiddelaar is gegarandeerd: artikel 8 van de GAS-wet voorziet dat de lokale bemiddelaar of een door de gemeente erkende en gespecialiseerde bemiddelingsdienst moet beantwoorden aan minimale voorwaarden die door de Koning worden bepaald. Aan dit Koninklijk besluit wordt nog gewerkt door de ministeriële diensten. Nu reeds gebeurt de bemiddeling door een onafhankelijke dienst, meer bepaald door vzw Elegast. Elegast is een dynamische organisatie in Antwerpen die zich, in haar hulp- en dienstverlening, richt tot jongeren en hun gezin. Deze dynamiek impliceert dat er, vanuit de ervaring in het werkveld, wordt ingespeeld op de nieuwe noden en behoeften van de maatschappij. Dit echter zonder de kwaliteit van de aangeboden hulpverlening uit het oog te verliezen
De vrijwilligheid van jongeren wordt gegarandeerd: de jongere krijgt van bij de aanvang van de procedure de bijstand van een advocaat, die ook reeds aanwezig kan zijn bij de bemiddeling, die door de sanctionerend ambtenaar verplicht moet worden aangeboden. De vrijwilligheid van de jongeren wordt gegarandeerd omdat in de wet is voorzien dat de jongere het voorstel tot bemiddeling kan weigeren. In dat geval kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen of een administratieve geldboete opleggen, rekening houdend met het verweer gevoerd door de jongere.
Duidelijkheid en transparantie over de bemiddelingsgesprekken. De bemiddeling strekt ertoe om het voor de overtreder mogelijk te maken om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om een conflict te doen bedaren. Zo is in de GAS-wet bepaalt. Desgevallend houdt dit ook in dat over het schadebedrag kan bemiddeld worden, maar dit is zeker niet alleen het doel van de bemiddeling.
Als de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen. Als de bemiddeling faalt, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen. Over de bemiddeling zal de sanctionerend ambtenaar een verslag krijgen van de bemiddelaar. Op basis van dit verslag zal hij oordelen over het al dan niet slagen van de bemiddeling. Betrokkene kan naast zijn raadsman en ouders of voogd, een vertrouwenspersoon kiezen die bij de bemiddeling aanwezig kan zijn.
Jongeren tussen 14 en 18 jaar mogen geen geldboete krijgen, enkel een bemiddeling.
In de vele gevallen, kan de procedure eindigen met de bemiddeling. De GAS-wet voorziet echter ook een oplossing voor het geval de bemiddeling niet slaagt of wanneer de bemiddeling wordt geweigerd. De sanctionerend ambtenaar kan dan een gemeenschapsdienst voorstellen of een administratieve geldboete opleggen. Op die manier blijft een overtreding niet zonder gevolg.
Leg verplichte bemiddeling vast voor jongeren tot en met 26 jaar.
Een verplichte bemiddeling tot 26 jaar is niet in de GAS-wet opgenomen. De gemeenteraad is niet bevoegd om hierover anders te beschikken. Tot 18 jaar moet de bemiddeling verplicht aangeboden worden. Nadien is ze facultatief. De GAS-wet onderwerpt de bemiddeling voor meerderjarigen aan een aantal voorwaarden:
Deze laatste twee voorwaarden zullen niet altijd vervuld zijn. Bemiddeling heeft ook niet altijd zin. Momenteel wordt voor meerderjarigen bemiddeling voorgesteld bij overtreding van het alcoholverbod, bij beschadigingen, verkeerd gebruik van de openbare ruimte, bevuilen en zoekgedrag naar drugs. Deze werkwijze is geformaliseerd in de nieuwe GAS-wet.
MET BETREKKING TOT DE GEMEENSCHAPSDIENST
Zorg ervoor dat jongeren tot 26 jaar, die kiezen voor een gemeenschapsdienst, deze kunnen uitvoeren in de sociaal-culturele leefwereld van de betrokken jongere(n). De betrokkenen jongeren tot 26 jaar moeten inspraak krijgen in waar, wat, hoe en wanneer de gemeenschapsdienst uitgevoerd zal worden.
De nieuwe GAS-wet bepaalt dat de gemeenschapsdienst bestaat uit:
Dat jongeren tot 26 jaar de gemeenschapsdienst zouden moeten kunnen uitvoeren in de organisatie waar zij/hij eventueel bij aangesloten is, indien de jongere dit wil, kan enkel binnen dit wettelijk kader rekening worden gehouden. De gewenste inspraak in waar, wat, hoe en wanneer de gemeenschapsdienst uitgevoerd zal worden, is ook onderworpen aan de wettelijk voorziene termijnen voor de afhandeling van de procedure, de aard van de inbreuk en het oordeel van de sanctionerend ambtenaar.
ANDERE ADVIEZEN
Zorg ervoor dat er een aparte categorie is voor inbreuken op de GAS-wet binnen de verenigingssfeer en de privésfeer.
Wie, waar en wanneer aansprakelijk is en met wie een traject wordt opgestart is afhankelijk van de inbreuk die gepleegd wordt. Gaat het bijvoorbeeld om geluidsoverlast tijdens een fuif georganiseerd door een vzw, dan zal de vzw hierover zelf aangesproken worden. Wanneer geluidsoverlast wordt veroorzaakt door een lid van de vzw bijvoorbeeld door ’s nachts te luide muziek te spelen los van enige activiteit georganiseerd door de vzw, dan zal deze persoon hiervoor zelf aangesproken worden. Feitelijke verenigingen beschikken niet over rechtspersoonlijkheid. Alle leden van deze feitelijke vereniging kunnen in principe aangesproken worden. De sanctionerend ambtenaar zal oordelen of een bemiddelingstraject met een vzw zinvol is. Dit traject is niet verplicht omdat een vzw een rechtspersoon is en niet valt onder de verplichte bemiddeling die wettelijk alleen voorzien is voor minderjarigen.
Blijf investeren in zinvolle vrijetijdsbesteding, jeugdwerk en jeugdverenigingen.
De gemeenteraad neemt akte van dit advies.
Zorg voor een jaarverslag met cijfers voor de jeugdraad en vraag jaarlijks advies over de code van politiereglementen voor een jaarlijkse evaluatie.
De gemeenteraad is verplicht om wanneer ze administratieve sancties wenst op te leggen aan minderjarigen voor inbreuken verwoord in een politiereglement, advies in te winnen bij de Jeugdraad. De gemeenteraad neemt akte van de vraag om een jaarverslag met cijfers, informatie en toelichting te krijgen over aantallen en type inbreuken van jongeren.
Organiseer participatieprojecten in buurten waar veel GAS-boetes worden uitgeschreven.
Van het advies om in buurten of plaatsen waar veel GAS-boetes aan jongeren worden gegeven, de zogenoemde ‘hotspots’ participatieprojecten op te zetten met deze jongeren rond die overlast, wordt ook akte genomen door de gemeenteraad.
Nu reeds wordt onder meer door diensten zoals sociale interventie, buurtregie en buurt toezicht al het mogelijke gedaan om in het kader van preventie in te zetten op deze groepen. Zo krijgen studenten, na een overtreding steeds (expliciet) de kans om in gesprek te gaan met de stad, waarbij sensibilisering en bemiddeling het doel zijn. Zo veel als mogelijk wordt een inbreuk op alternatieve wijze afgehandeld bijvoorbeeld met opdrachten die de gemeenschap ten goede komen.
Dit principe wordt ook gehanteerd bij ‘peukenacties’ aan de verschillende campussen: eerst wordt maximaal gesensibiliseerd samen met de onderwijsinstellingen, daarna worden overtreders persoonlijk aangesproken en pas daarna wordt overgegaan tot toezicht en vaststelling. Ook hier worden de overtreders uitgenodigd voor een gesprek en wordt getracht de overtreding met alternatieve maatregelen af te handelen.
Zorg voor een duidelijk kader voor het gebruik van de database waarin alle gegevens van de GAS-boetes staan. Zorg ervoor dat de GAS-boete niet op het strafblad komt.
De GAS-wet gebiedt dat elke gemeente één enkel bestand bijhoudt van de natuurlijke personen of rechtspersonen die, op basis van het algemeen politiereglement, het voorwerp hebben uitgemaakt van een administratieve sanctie, een gemeenschapsdienst of bemiddeling De gemeente is verantwoordelijk voor de verwerking van dit bestand. Dit bestand is bedoeld om het beheer van de administratieve sancties en de alternatieve maatregelen te verzekeren. Dit bestand bevat de volgende persoonsgegevens en informatiegegevens:
1° de naam, voornamen, geboortedatum en verblijfplaats van de personen die het voorwerp uitmaken van gemeentelijke administratieve sancties of van de alternatieve maatregelen. In het geval van een minderjarige, de namen, voornamen, geboortedatum en de verblijfplaats van de ouders, voogden of personen die hem onder hun hoede hebben;
2° de aard van de gepleegde feiten;
3° de aard van de sanctie en de dag waarop deze werd opgelegd;
4° in voorkomend geval, de informatie overgezonden door de procureur des Konings in het kader van de gemengde inbreuken;
5° de sancties waartegen geen beroep meer ingesteld kan worden.
Deze gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard, te rekenen vanaf de datum waarop de sanctie werd opgelegd of de alternatieve maatregel werd voorgesteld. Eens deze termijn verstreken is, worden zij hetzij vernietigd, hetzij geanonimiseerd.
Er moeten nog uitvoeringsbesluiten gemaakt worden over deze verplichting voor de gemeenten.
Geenszins is in de GAS-wet bepaalt dat een GAS-boete in het strafregister wordt opgenomen.
Van de adviezen die de Jeugdraad als bezorgdheden omschrijft, neemt de gemeenteraad akte
De gemeenteraad beslist de nieuwe gecoördineerde versie van code van politiereglementen, zoals vermeld als bijlage, goed te keuren.
De gemeenteraad beslist dat de nieuwe gecoördineerde versie van de code van politiereglementen, zoals vermeld onder artikel 1, van kracht zal worden op 1 januari 2014.