Terug

2013_CBS_09032 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Wasserij Nova nv, Lange Van Bloerstraat 138, 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/415/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/09/2013 - 09:00 Collegezitting, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09032 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Wasserij Nova nv, Lange Van Bloerstraat 138, 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/415/AV - Goedkeuring 2013_CBS_09032 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Wasserij Nova nv, Lange Van Bloerstraat 138, 2060 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/415/AV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Wasserij Nova nv - Lange Van Bloerstraat 138 - 2060 Antwerpen. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van een industriële wasserij.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Wasserij Nova nv, Lange Van Bloerstraat 138, 2060 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp: de verdere exploitatie van een industriële wasserij.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2, sector 54;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

stoomtoestellen

hoofdstuk 5.39;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – grote stookinstallaties (50 MW of meer)

subafdeling 5.43.2.1;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3;

wasserijen

hoofdstuk 5.46.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden en brandvoorzorgsmaatregelen dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  •  in afwijking op artikel 5.15.0.6 en 5.46.0.3 is de exploitatie van de wasserij toegelaten vanaf 06.00 uur ’s morgens. Het wassalon mag dagelijks geopend zijn van 07.00 uur tot 21.00 uur;
  • voor de lozing van het bedrijfsafvalwater in de openbare riolering zijn volgende bijzondere lozingsvoorwaarden van toepassing:

parameter

norm

BZV

2 500 mg/l

CZV

5 000 mg/l

totaal stikstof

35 mg/l

totaal fosfor

20 mg/l

arseen

20 µg/l

cadmium

4 µg/l

kwik

3 µg/l

zink

2 mg/l

som benzo(b)fluoranteen+ en benzo(k)fluoranteen

1 µg/l

som benzo(g,h,i) peryleen + indeno (1,2,3-cd)pyreen

0,5 µg/l

fluorantheen

1 µg/l

benzo(a)pyreen

0,2 µg/l

fenanthreen

1 µg/l

pyreen

0,4 µg/l

sec-butylbenzeen

5 µg/l

p-isopropyltolueen

60 µg/l

1,2,3-trimethylbenzeen

10 µg/l

trichloormethaan

10 µg/l

AOX

1 mg/l

nonylfenol

3 µg/l

volgende verhoudingen in het afvalwater dienen gerespecteerd te worden:

CZV/BZV

< 4

BZV/Totaal stikstof

> 4

BZV/Totaal fosfor

> 25

 Brandvoorzorgsmaatregelen: 

  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

          -          in en uitgangen

          -          in de nabijheid van de muurhaspels

          -          refter

          -          bureel

          -          opslag O, Xn, Xi, C

  • Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 -  bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
  • Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient in overtal aangebracht nabij :

          -          elk belangrijk electriciteitsbord

          -          de wasmachines, stoomketel, gasdrogers

          -          compressoren

  • Een snelblusser water/ schuim 9 liter conform EN 3 ,bij de opslag P3/P4
  • In het gebouw dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.
  • De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 4 oktober 2013 en eindigt op 4 oktober 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.