Het Joint Programming Initiative (JPI) Urban Europe is een Europees transnationaal onderzoeksprogramma dat basis-, toegepast en innovatief onderzoek rond stedelijke problematieken financiert. Volgende landen nemen deel aan het programma: België, Cyprus, Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Vanuit Vlaanderen staan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) in voor de financiering van projecten waaraan Vlaamse partners deelnemen.
In het kader van de huidige oproep voor onderzoeksvoorstellen, die op 18 juni 2013 gelanceerd werd, vraagt de Vlaamse overheid, departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE), aan stad Antwerpen om als 'stedelijke gebruiker' op te treden bij het projectvoorstel Blue, Heat Island and Green – climate change and urban governance of the green infrastructure: to handle flooding, heat island effect and increase biodiversity (vrij te vertalen als 'Blauw, Hitte-eiland en Groen - klimaatverandering en stedelijk beheer van de groeninfrastructuur: omgaan met overstromingen, het hitte-eilandeffect en versterking van biodiversiteit').
Het projectvoorstel focust op drie opgaves waarmee steden te kampen hebben: tegengaan van hittestress, omgaan met wateroverlast en het realiseren van groene infrastructuur. Hoewel er voor elk van deze opgaves afzonderlijk meerdere oplossingen bestaan, slaagt men er zelden in om een innovatieve synergie te vinden, zowel tussen de opgaves zelf als tussen de oplossingsmaatregelen. Dit heeft vaak te maken met de versnippering van bevoegdheden en kennis op verschillende bestuursniveaus en tussen verschillende maatschappelijke partijen (water, ruimtelijke ordening, stedenbouw, natuur, private huiseigenaren, duurzame ontwikkeling, ...).
In dit project zal gezocht worden naar synergieën tussen opgaven en oplossingen, en naar manieren om deze synergieën te realiseren. Om daartoe te komen, zal gebruik gemaakt worden van zogenaamde Urban Learning Labs in de deelnemende steden. In deze labs worden tal van mensen meerdere keren samengebracht (beleidsmedewerkers, belangenorganisaties, creatievelingen, ontwerpers, ...), opdat elk van hen ervaringen en kennis kan inbrengen die van pas komen bij het formuleren van een antwoord op bovenstaande vraag/doelstelling: welke synergieën zijn mogelijk en hoe kunnen ze in de praktijk gerealiseerd worden? De academici die bij dit project betrokken worden, zullen de deelnemers inspireren om out of the box te denken, onder andere door zich te baseren op langetermijnontwikkelingen en door perspectieven te schetsen op Europees niveau. Ook hebben zij een rol in het onderbouwen van de strategieën die ontwikkeld worden door de deelnemers van de Urban Learning Labs. Het voordeel van deze Urban Learning Labs is dat strategieën worden ontwikkeld die passen bij de stad, en die mensen enthousiasmeren om ze samen met de overheid te realiseren. Dit betekent draagvlak, realisatiekracht en betrokkenheid.
Urban Learning Labs zullen in Zweden, Denemarken, Nederland en België uitgevoerd worden in telkens één grote stad en één kleine stad. Dit is nodig om een antwoord te geven op de tweede projectvraagstelling: welk verschil is er in de synergiemogelijkheden, wanneer we vergelijken tussen grote en kleine steden? Welk verschil is er in de realisatiemogelijkheden (kansen en belemmeringen)? En hoe kan daarmee worden omgegaan?
Volgende partners worden uitgenodigd om aan het projectvoorstel deel te nemen: vanuit Zweden de Zweedse Universiteit voor Landbouwwetenschappen (SLU-Alnarp) als onderzoekspartner, Malmö als grote stad, en Väla Trädgård als kleine stad; vanuit Denemarken de Universiteit van Aalborg, stad Aalborg en gemeente Holstebro; vanuit België het HIVA (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving), stad Antwerpen en Ieper; en vanuit Nederland de Universiteit van Wageningen en Alterra als onderzoekspartners, Deventer als grotere stad en de gemeente Renkum.
Indien het projectvoorstel wordt goedgekeurd, zal de looptijd 36 maanden bedragen. De stad Antwerpen wordt gevraagd om bij te dragen tot het Urban Learning Lab, door gegevens aan te leveren aan de onderzoekspartners en door de onderzoekers te woord te staan. De stad zal ook uitgenodigd worden om de projectresultaten, indien relevant, te gebruiken in eigen strategieën, plannen en realisaties, alsook om deel te nemen aan vergaderingen (2 à 3 maal per jaar) ter bespreking van vorderingen en resultaten. Binnen stad Antwerpen wordt de projectopvolging waargenomen door de dienst stadsontwikkeling/energie en milieu Antwerpen.
Hoewel het project voor stad Antwerpen geen rechtstreekse subsidies oplevert (de Vlaamse financiering verloopt via IWT en laat geen subsidiëring van publieke overheden toe), kunnen de resultaten die uit het Urban Learning Lab voortvloeien, van meerwaarde zijn voor de stedelijke klimaatadaptatiestrategie, in het bijzonder wat betreft hittestress, waterbeheer en versterking van de groenstructuur. In die zin sluit het projectvoorstel nauw aan bij de meerjarenplanning 2014-2019: bij de ambitie van de stad om leefmilieu en duurzaamheid te integreren binnen de stedelijke beleidsplanning en -uitvoering, bij de doelstelling om verduurzaming teweeg te brengen op vlak van de stedelijke groenstructuur, alsook bij de ambities op vlak van integraal waterbeleid.
De projectselectie verloopt in twee fasen. De deadline voor indiening van beknopte voorstellen is 18 september 2013. In deze fase worden stedelijke gebruikers gevraagd om een intentieverklaring te ondertekenen. Hiermee uiten de steden hun engagement om bij de projectuitvoering betrokken te worden. Indien het college beslist de intentieverklaring (die als bijlage gaat, zowel de originele Engelstalige versie als een vrije vertaling naar het Nederlands) te ondertekenen, zal deze nog worden nagestuurd naar IWT (aangezien de termijn voor het indienen van projectvoorstellen zelf reeds verstrijkt op 18 september 2013). In een volgende fase worden geselecteerde consortia uitgenodigd om tegen 21 januari 2014 volledig uitgewerkte voorstellen in te dienen. In juni 2014 kunnen de winnende consortia van start gaan.
Het college keurt de deelname aan het projectvoorstel Blue, Heat Island and Green in het kader van JPI Urban Europe goed, en ondertekent hiertoe de nodige intentieverklaring.