Het kennisgevingsdossier ligt gedurende de periode van 21 augustus 2013 tot 21 september 2013 ter inzage van het publiek bij stadsontwikkeling afdeling milieuvergunningen. De opmerkingen die geformuleerd worden tijdens dit openbaar onderzoek zullen overgemaakt worden aan de administratie-Dienst MER.
Op 30 april 2013 keurde de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) “Afbakening Zeehavengebied Antwerpen” definitief goed. In dit GRUP wordt de zone (van circa 87 ha) tussen de A12 en het spoorcomplex Antwerpen-Noord bestemd als specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek.
Het gemeentelijk havenbedrijf (GHA) neemt het initiatief om dit project te realiseren en laat een project-MER opmaken voor de “Inrichting van het Logistiek Park Schijns en aansluitingscomplex op de A12”. In functie hiervan werd het kennisgevingsdossier ter inzage gelegd.
De inrichting van het logistiek park gaat gepaard met het dempen van de Verlegde Schijns en de aanleg van een nieuwe waterloop ter vervanging van deze waterlopen, de aanleg van een nieuwe langsgracht langs de A12 en het indien nodig verplaatsen van hoogspanningsmasten.
Het logistieke park zal in het zuiden aansluiting vinden met de spoorterminal Main Hub 1 en 2 en Freight Village. De ontsluiting van het logistiek park via de weg zal onder andere gebeuren via een nieuw aan te leggen complex op de A12. De exacte locatie van dit complex is nog niet gekend, maar het maakt wel integraal deel uit van het voorwerp van de milieueffectbeoordeling.
Het nieuwe aansluitingscomplex op de A12 sluit eveneens aan op de nieuw aan te leggen verbindingsweg met de haven vanuit Stabroek en Kapellen, de Nx. Voor de aanleg van deze nieuwe gewestweg is een plan-MER opgemaakt, dat werd goedgekeurd op 19 december 2012 door de dienst MER van de Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid. In het kader van deze plan-MER gaf de stad Antwerpen advies op de richtlijnen (jaarnummer 10905) en op het ontwerp-MER (jaarnummer 2012_CBS_00335).
Op 8 juni 2012 heeft het college advies gegeven op het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ (jaarnummer 2012_CBS_05664). In dit advies wordt gevraagd om in artikel R6.2 (Logistiek park Schijns) op te nemen dat in de inrichtingsstudie de fietsverbindingen in het gebied dienen bestudeerd te worden.
Op 22 februari 2013 gaf het college een advies op de kennisgevingsnota voor het plan-MER van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas (jaarnummer 2013_CBS_01678). In dit advies vraagt de stad om specifieke aandacht te besteden aan maatregelen voor en beoordeling van mogelijke effecten op de waterhuishouding en waterkwaliteit in het vormingsstation en toekomstig logistiek park ‘Schijn’ gelegen tussen de autoweg A12 en Rode Weel.
Aansluitingscomplex A12
Het project omvat, naast de inrichting van het logistiek park, ook de aanleg van een aansluitingscomplex op de A12. Dit aansluitingscomplex ontsluit enerzijds het logistiek park ten zuiden van de A12, maar sluit ten noorden van de A12 aan op de nieuw aan te leggen gewestweg Nx. Voor de aanleg van deze nieuwe gewestweg is een plan-MER opgemaakt waarin drie tracé-alternatieven werden onderzocht en beoordeeld naar milieueffecten. De Vlaamse Regering dient echter nog een keuze te maken en deze keuze te vertalen in een GRUP.
Naar alle waarschijnlijkheid zal de realisatie van de Nx pas later uitgevoerd worden dan het project Logistiek Park Schijns met bijhorende ontsluiting. Daarom wordt een zoekzone voorgesteld waarbinnen twee aansluitingsvarianten (een brug opgevat als een Hollands complex of als een rotonde) mogelijk zijn. In het kennisgevingsdossier wordt de volgende intentie beschreven: “In het project-MER voor het Logistiek Park Schijns zal de aanleg van de verkeerswisselaar (…) mee opgenomen worden en zullen de effecten ervan bestudeerd worden. Bij het ontwerp van het ontsluitingscomplex zal rekening gehouden worden met een mogelijke toekomstige aansluiting van de Nx. Het complex zal zo worden ontworpen dat het de aanleg van de Nx niet hypothekeert.”
De stad Antwerpen vraagt dat beide projecten/plannen maximaal op elkaar worden afgestemd. Momenteel is er reeds een belangrijk element uit het plan-MER voor de Nx, namelijk de optie om een parallelweg te voorzien tussen het nieuwe complex van Nx aansluitend op de A12 en Leugenberg, waarover in het kennisgevingsdossier niet gesproken wordt. Nochtans is dat toch een belangrijke overweging in de effectbeoordeling van het project Logistiek Park Schijns.
Deze parallelweg wordt gezien als het vervolledigen van het complex Leugenberg op A12: via het nieuwe aansluitingscomplex wordt ook de verbinding van en naar Nederland geregeld, wat aan Leugenberg enkel van en naar Antwerpen kan.
Uit het plan-MER-onderzoek blijkt dat de aanleg van een parallelweg enkel zinvol is bij aanleg van een Nx, scenario 3. Het is immers zo dat de parallelweg wordt gebruikt door verkeer dat van de Nx-route komt om zo - zonder door de kernen van Hoevenen of Kapellen te rijden - naar Leugenberg te rijden. Bij een volledige aansluiting ter hoogte van Dijkstraat is de parallelweg tussen dit complex en Leugenberg geen noodzakelijke ingreep voor de werking van de Nx, maar wel erg wenselijk in het functioneren van de lokale wegen. Verkeer van en naar Nederland met oorsprong/bestemming Hoevenen of Kapellen dient anders via de kern van Stabroek of via de Nx te rijden tot aan Hoge Weg. Met andere woorden: door de aanleg van de parallelweg worden bovenvermelde kernen bijkomend ontlast en wordt er meer verkeer via de Nx afgewikkeld zodat de Nx beter wordt benut.
Hierbij dient bijkomend vermeld te worden dat het aansluiten van een parallelweg op het complex logistiek park een voordeel betekent voor de kern van Hoevenen, maar dat bij de kruispuntconfiguratie van de A12-knoop rekening gehouden moet worden met deze aansluitende dubbelrichting parallelweg.
In het kennisgevingsdossier wordt geen melding gemaakt van deze parallelweg, maar om de effecten op de bereikbaarheid te beoordelen is dit een essentieel element. Er dient dan minstens ook een variant of scenario onderzocht te worden waarbij deze parallelweg wordt voorzien.
Met het inrichten van het nieuwe complex kan afgevraagd worden of er voldoende afstand blijft tussen de verschillende complexen voor weefbewegingen en voldoende turbulentieafstand. Stad Antwerpen verwijst in dit verband naar de Nieuwe Ontwerprichtlijn voor Autowegen. Zeker gelet op de Nederlandse plannen om de A12 tot aan Rotterdam door te trekken.
Effecten op het fietsnetwerk
De ontwikkeling van het logistiek park heeft mogelijk een impact op twee routes in het bovenlokaal functioneel fietsnetwerk:
Het project en de eraan gekoppelde infrastructuurwerken mogen deze routes niet hypothekeren en liefst mee mogelijk maken. Het project-MER dient dit duidelijk aan te tonen.
Verder stelt de stad Antwerpen zich vragen bij de veiligheid voor fietsers bij de aansluitingsvariant met rotonde. De stad vraagt daarom om de verkeersveiligheid voor fietsers en in het bijzonder op rotondes met veel aandacht mee te nemen in de beoordeling van de verschillende varianten en alternatieven.
Geluidseffecten
Op dit moment vervult de zone langs de A12 - met zijn vele grondophogingen - al een belangrijke bufferende rol tussen haven en de woonkernen van Stabroek en Hoevenen. Het is niet duidelijk of dit element zal worden meegenomen in de uiteindelijke effectbeoordeling.
Titel IV, hoofdstuk 3 van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995 bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een project-MER.
Het college beslist voorliggend advies goed te keuren en vraagt het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen (GHA) volgende elementen mee te nemen en te onderzoeken: