De stad Antwerpen zette haar engagement voor een duurzame stad kracht bij door de ondertekening van het Europese Burgemeestersconvenant (Covenant of Mayors) op 9 januari 2009. Met deze overeenkomst engageert de stad Antwerpen zich om, in lijn met de Europese doelstellingen, minstens 20% minder CO2 uit te stoten tegen 2020. Voor de eigen stedelijke werking stelt de stad Antwerpen zich het doel om tegen 2020 de CO2-uitstoot te reduceren met 50%. Tegen 2050 wil de stad klimaatneutraal zijn. Hoe de stad dit zal realiseren werd uitgewerkt in een klimaatplan voor Antwerpen, goedgekeurd door het college op 28 januari 2011 (jaarnummer 835). Het klimaatplan maakt integraal deel uit van de beleidsvisie Antwerpen duurzame stad met betrekking tot het thema energie (jaarnummer 920).
Het secretariaat-generaal van de Benelux wil de beleidsmatige samenwerking over het stedelijk beleid binnen de Benelux en met de aangrenzende regio's versterken. Om deze samenwerking concreet te maken organiseerde het secretariaat-generaal van de Benelux op 18 mei 2010 een bestuurlijke conferentie "URBISCOOP". Eén van de thema's gaat over energie, waarbij in het bijzonder de energie-efficiëntie van de gebouwde omgeving aan bod komt.
Het Memorandum of Understanding "Energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving in de Benelux en aangrenzende gebieden" werd opgemaakt in overleg met hogere overheden en steden (waaronder Antwerpen) en heeft met name betrekking op de volgende punten:
Dit thema is zeer actueel binnen de Benelux en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Dat het onderwerp energie-efficiëntie hoog op de agenda staat blijkt uit de vele beleidsinitiatieven op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Tegelijkertijd blijven er grote uitdagingen bestaan, die het energiezuiniger maken van de bestaande woningbouw bemoeilijken. Ook de stad Antwerpen wordt hiermee geconfronteerd bij het realiseren van haar klimaatambities. Om opschaling te realiseren, waarbij woningen op grote schaal – per straat of per wijk – worden geïsoleerd, is een brede gezamenlijke aanpak van belang. Deze gezamenlijke aanpak omvat samenwerking met burgers en bewoners en samenwerking met het (lokale) bedrijfsleven en woningbouwcorporaties. Zeker in een tijd van beperkte publieke middelen zijn innovatieve financierings- en governance modellen van belang.
Ter gelegenheid van de ondertekening van het Memorandum of Understanding zal een technisch rapport worden gepresenteerd en verspreid. Dit rapport werd door Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, mevrouw Freya van den Bossche, bij het European Urban Knowledge Network (EUKN) besteld en kwam tot stand met de ondersteuning van het Benelux Secretariaat-Generaal en het Kenniscentrum Vlaamse Steden. Medewerkers van stad Antwerpen, dienst stadsontwikkeling / energie en milieu leverden hiertoe een bijdrage.
De titel van het rapport luidt « Energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving binnen de Benelux en in Noordrijn-Westfalen ». Een draftversie is opgenomen in bijlage bij dit besluit. Het rapport, dat geen wetenschappelijk onderzoek is, streeft de volgende doelstellingen na:
Teneinde het rapport, en dus het Memorandum of Understanding, inhoudelijk af te bakenen is de focus gelegd op de bestaande woningbouw en de volgende algemene onderwerpen:
Centraal staat het opschalen van individuele acties van geëngageerde bewoners naar een gebiedsgerichte aanpak op stadsniveau. Met andere woorden, welke rol kunnen steden spelen in het energie-efficiënt maken van grote delen van de stad (of zelfs de gehele stad) in tegenstelling tot relatief geïsoleerde acties van particuliere eigenaren? Het zoeken naar geïntegreerde beleidsmaatregelen en alternatieve financiële vormen om beleidsambities te verwezenlijken zijn de kern van deze inzet.
Naast de centrale overheden hebben 19 steden uit de Benelux en Noordrijn-Westfalen een inhoudelijke inbreng voor het rapport aangeleverd (Antwerpen, Genk, Gent, Leuven, Liège, Mouscron, Oostende, Roeselare, Assen, Breda, Den Haag, Deventer, Enschede, Hardenberg, Beckerich, Esch-sur-Alzette, Aachen, Bottrop en Gelsenkirchen). Een grensoverschrijdend samenwerkingsverband waarvan Frankrijk trekker is, heeft ook aan de werkzaamheden deelgenomen.
Het Memorandum of Understanding is eveneens het resultaat van deze samenwerking. De te ondertekenen versie zit in bijlage bij dit besluit. Dit Memorandum of Understanding is een in juridisch opzicht niet-bindend samenwerkingsinstrument dat geen rechten en verplichtingen in internationaal recht genereert.
Ieder thema en deelthema onder het deel « Besluiten » van dit Memorandum of Understanding kan mogelijk onderwerp zijn van een verdiepte samenwerking tussen alle ondertekenende partijen van dit Memorandum of Understanding, of sommigen van hen, in het kader van het gemeenschappelijke platform waarvan stad Antwerpen deel zal uitmaken. De partners van dit platform stellen gezamenlijk en jaarlijks de thema’s en deelthema’s vast die bij voorrang moeten worden behandeld waarbij de einddoelstelling nader wordt aangegeven. Mede door het resultaat van deze meerjarige samenwerking (2013-2016) zou het ritme van efficiënte energetische renovaties in de stedelijke gebouwde omgeving moeten worden versneld. De Urbiscooppartners spreken met elkaar af om de uitvoering van dit MoU jaarlijks met elkaar te evalueren.
Alle (centrale en lokale) voornoemde overheden worden uitgenodigd om het Memorandum of Understanding op 8 oktober 2013 te komen ondertekenen, van 11.00 uur tot 13.30 uur, in het Benelux Secretariaat-Generaal, Regenschapsstraat 39, 1000 Brussel. Indien dit moment niet past komt een vertegenwoordiger van het secretariaat-generaal van de Benelux kort voor of na deze datum naar Antwerpen om de ondertekening door de schepen voor jeugd, leefmilieu, dierenwelzijn en kinderopvang officieel in ontvangst te nemen.
Het college keurt het 'Memorandum of understanding energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving in de Benelux en aangrenzende gebieden" goed.
Het college beslist om de schepen voor jeugd, leefmilieu, dierenwelzijn en kinderopvang af te vaardigen om het Memorandum of Understanding te ondertekenen, hetzij op het officieel moment op 8 oktober 2013 op het secretariaat generaal Benelux in Brussel, hetzij tijdens het bezoek van een vertegenwoordiger van het secretariaat generaal Benelux te Antwerpen kort voor of na 8 oktober 2013.