Terug

2013_CBS_09421 - Procedure publieke ruimte - Toevoeging toetsing mobiliteitsvoorwaarden - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/09/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09421 - Procedure publieke ruimte - Toevoeging toetsing mobiliteitsvoorwaarden - Goedkeuring 2013_CBS_09421 - Procedure publieke ruimte - Toevoeging toetsing mobiliteitsvoorwaarden - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden

Aanleiding en context

Artikel 29 van het Bestuursakkoord 2013 – 2018 bepaalt dat het bestuur de uniformiteit, veiligheid en het eenvoudig onderhoud van het openbaar domein wenst te verzekeren door de beeldkwaliteitsplannen en het draaiboek openbaar domein (waarbinnen straatmeubilaris) consequent te gebruiken.

Artikel 158 van het Bestuursakkoord 2013 – 2018 bepaalt dat in functie van een vlotte samenwerking met de districten, voorafgaand aan de heraanleg publiek domein, er een toetsing zal gebeuren van de mobiliteitsvoorwaarden.

De districtsbesturen zijn bevoegd voor de aanleg, de heraanleg en het onderhoud van de lokale straten en pleinen in het district, met uitzondering van de bovenlokale straten.

Verkeersbeleid is een bovenlokale bevoegdheid, de districtsbesturen zijn bevoegd tot het verlenen van verplicht advies inzake lokaal verkeersbeleid.

De heraanleg publiek domein is een complexe aangelegenheid waar een heel aantal factoren op inspelen. Enerzijds zijn er de complexe besluitvorming en de grote hoeveelheid projecten van stad en districten die de afdelingen van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling jaarlijks verwerken. Anderzijds is er de bevoegdheidsverdeling tussen verkeersbeleid en publiek domein die er vaak voor zorgt dat in een ver gevorderde fase van een investeringsproject wordt vastgesteld dat er onvoldoende afstemming is tussen beide bestuursniveaus. Hierdoor vertragen projecten, lopen ze vast of worden ze geannuleerd.

Om deze afstemming te verbeteren werden er al een aantal bijsturingen doorgevoerd.

  1. Er werd een procedure publieke ruimte opgesteld die tot in detail werd uitgewerkt. Deze procedure wordt bij elke (her-)aanleg van publiek domein doorlopen. Dit zorgt voor een betere multidisciplinaire afstemming van in de beginfase van elk project en legt duidelijke beslissingsmomenten vast.
  2. Daarnaast werkt men zowel met generieke als gebiedsgerichte kaders. Dit beperkt de doorlooptijd, vermijdt steeds wederkerende discussies en verhoogt de kwaliteit en efficiëntie van de realisatie en het beheer. 
  • Generieke kaders zoals het Draaiboek openbaar domein, de Straatmeubilaris en het Lichtplan zorgen voor een overkoepelende visie over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen. Hierdoor verhoogt de leesbaarheid en het gebruikscomfort voor de weggebruiker.
  • Gebiedsgerichte plannen spelen in op de specifieke noden van een bepaald gebied of wijk. Deze worden vertaald in Beeldkwaliteitplannen (bv. Eilandje, Historische Stad, Meir-driehoek…) of masterplannen (Deurne centrum, Groen Hart Merksem, Hoboken centrum,…). 

In het kader van de engagementen van de Staten-Generaal van de verkeersveiligheid om de zwarte punten weg te werken en om fietspaden (her)aan te leggen richtte men in de bestuursperiode 2006-2012 het districtsontwikkelingsfonds (DOF) op. Via dit fonds kunnen ook verkeersbegeleidende ingrepen en voorzieningen voor personen met een visuele beperking worden betaald. De werkwijze van DOF leidde voor elke fase van het project echter tot een dubbele agendering op zowel bovenlokaal als lokaal niveau.

Argumentatie

Het artikel 158 van het Bestuursakkoord 2013 – 2018 bepaalt dat in functie van een vlotte samenwerking met de districten, er voor de heraanleg van het openbaar domein een toetsing zal gebeuren van de mobiliteitsvoorwaarden.

Het is wenselijk om de toetsing van de mobiliteitsvoorwaarden zo vroeg mogelijk te verankeren in de procedure publieke ruimte. Zo vermijden we een dubbele agendering in elke fase van het project. Om ingrijpende aanpassingen aan de plannen in latere fase te voorkomen, moeten de uitgangspunten gekend zijn voor aanvang van de ontwerpfase. In functie hiervan werd het programma van eisen ‘Mobiliteit’ dat in de projectdefinitie van een investeringsproject wordt opgenomen, geëvalueerd en uitgebreid.

Volgende aanpassingen worden doorgevoerd:

1. De toetsing van de mobiliteitsvoorwaarden wordt opgenomen in de fase projectdefinitie van de investeringsprojecten publieke ruimte.

  • Bij districtsprojecten wordt de projectdefinitie steeds ter goedkeuring geagendeerd op districtscollege en voor advies voorgelegd aan de districtsraad.
  • In functie van de afstemming van de mobiliteitsvoorwaarden wordt de projectdefinitie ter kennisneming geagendeerd op het college van burgemeester en schepenen waarbij gevraagd wordt goedkeuring te hechten aan de mobiliteitsvoorwaarden.

2. Bij de agendering van het definitief ontwerp wordt steeds een ontwerp signalisatieplan toegevoegd.

  • Het plan bevat een aanduiding van markeringen en signalisatie. Op deze wijze krijgt het districtsbestuur een beeld van de toekomstige verkeersituatie rekening houdend met onder andere rijrichtingen, parkeerverbod, wandelzones, laad- en loszones, busstroken, taxistandplaatsen, velo-stations,.. 

3. Na realisatie wordt het definitief signalisatieplan en het aanvullend verkeersreglement ter goedkeuring voorgelegd.

Juridische grond

Artikel 41 van de grondwet en artikels 272-295 van het Gemeentedecreet zijn van toepassing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de toetsing van de mobiliteitsvoorwaarden op te nemen in de fase projectdefinitie van de procedure publieke ruimte. Bij lokale projecten wordt naast de goedkeuring op het districtscollege en de advisering door de districtsraad, de projectdefinitie ter kennisneming geagendeerd op het college waarbij gevraagd wordt goedkeuring te hechten aan de mobiliteitsvoorwaarden.

Artikel 2

Het college keurt de nieuwe werkwijze in functie van de opmaak van het signalisatieplan en het aanvullend verkeersreglement goed.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak
DL/DW/DW het 'online handboek binnengemeentelijke decentralisatie' aan te passen aan de gewijzigde procedure
SW de gewijzigde procedure te communiceren aan de consulenten openbaar domein