Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager: Antwerp Bulk Terminal nv - Nieuwe Westweg 14 - haven 750 - 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat de tijdelijke exploitatie van een propaangastank voor de droging van kaolien.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 1 goed te keuren aan Antwerp Bulk Terminal nv, Nieuwe Westweg 14, 2040 Antwerpen, om een propaangastank voor het drogen van kaolien te exploiteren te 2030 Antwerpen, Rostockweg 6 - haven 316-330.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene milieuvoorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10. |
Sectorale milieuvoorwaarden:
|
gassen – gemeenschappelijke bepalingen |
afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5; |
|
gassen – opslag in vaste reservoirs voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen |
afdeling 5.16.6 en bijlagen 5.16.3 en 5.16.4. |
Het college beslist dat de volgende brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
Cl
Op de gasopslagtank dient een sprinklerinstallatie te worden aangebracht met volgende karakteristieken:
- de sproei-installatie moet degelijk aangebracht worden zodat onder meer de berekende hoeveelheid water over het ganse oppervlak verdeeld wordt (ook de onderzijde van de tank dient gekoeld);
- de sprinkler is van het open type (tegen bevriezingsmogelijkheden). De sprinklers worden in werking gesteld ten gevolge van het in werking treden van een oordeelkundig geplaatste detector en moet ook manueel kunnen bediend worden van op een veilige afstand met een vorstvrije opstelling;
- de bedieningsorganen zijn steeds bereikbaar en duidelijk gesignaleerd;
- voor de debietberekening dienen de gangbare normen gevolgd te worden (ten minste 10 liter/min/m²). Hierbij kan mogelijks rechtstreeks op het openbaar waterbedelingsnet aangesloten worden.
C2
In een zone van 80 meter rond de opslag tank zijn minimaal 2 (ondergrondse / bovengrondse) hydranten ter beschikking.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
C3
De buitenwand van het bestaand magazijn dient zo ontworpen en uitgevoerd dat in geval van brand de wand van het geteisterde compartiment naar binnen toe bezwijken.
Indien dit niet kan aangetoond worden, noch ontworpen of uitgevoerd is, dient de gasopslagtank uit de puinschaduw van bestaande magazijn - op een minimale afstand van 1/3de van de hoogte van het naastgelegen gebouw.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 23 augustus 2013 en eindigt op 21 november 2013.