Terug

2013_CBS_09888 - Werk en Economie - Lancering van het jeugdwerkloosheidsplan 'JongerenAanBod' door de stad Antwerpen, VDAB en OCMW - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/10/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09888 - Werk en Economie - Lancering van het jeugdwerkloosheidsplan 'JongerenAanBod' door de stad Antwerpen, VDAB en OCMW - Goedkeuring 2013_CBS_09888 - Werk en Economie - Lancering van het jeugdwerkloosheidsplan 'JongerenAanBod' door de stad Antwerpen, VDAB en OCMW - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De werkloosheid, en zeker de jeugdwerkloosheid is in de stad Antwerpen alarmerend hoog. De economische crisis stelt de Antwerpse jongeren die hun eerste professionele stappen zetten voor grote uitdagingen. Wie een goede onderwijskwalificatie heeft kunnen behalen, en een goede arbeidsattitude heeft, vindt meestal zelf zijn weg naar een job. Het onderwijs staat hier voor enorme uitdagingen. De leerloopbaanbegeleiding van jongeren door ouders en school, houdt dikwijls onvoldoende rekening met  doorstromingsperspectief op de arbeidsmarkt. De drempels en mechanismen die maken dat nog te veel jongeren een problematische school-loopbaan ontwikkelen, schoolse achterstand oplopen en de schoolbanken uiteindelijk verlaten zonder of met onvoldoende kwalificaties, moeten aangepakt worden. Laag- of ongekwalificeerde jongeren komen immers veel moeilijker aan de bak. Werkloosheid hangt boven hun hoofd, of is al realiteit. Voor jongeren die nog een lange professionele carrière voor de boeg hebben, is dit een serieuze valse start. Dit heeft langdurige negatieve gevolgen op hun welvaartsniveau en hun welzijn. Deze jongeren hebben nood aan extra ondersteuning.

Argumentatie

De stad Antwerpen, OCMW Antwerpen en VDAB maken binnen hun bevoegdheidsdomein een beleidsprioriteit van de aanpak van jeugdwerkloosheid, deze liggen daarmee in lijn van Vlaamse, Federale en Europese initiatieven. Om effectiever te kunnen zijn op het terrein is het van groot belang samen te werken. Samen willen de stad Antwerpen, OCMW en VDAB meer en beter doen in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid in de stad Antwerpen. Samen wordt gewerkt aan een sluitend en passend aanbod voor alle jongeren tot 25 jaar, waardoor jongeren hun weg naar of hun plek op de arbeidsmarkt vinden.

De stad Antwerpen, OCMW Antwerpen en VDAB lanceren samen dit plan, en roepen alle lokale partners en actoren op om samen mee aan de slag te gaan. Ieder op zijn kerndomein, maar in onderlinge afstemming, zodat tot maximum resultaat kan worden gekomen. Dit plan is daarom geen eindpunt of afgewerkt product, maar een startschot. Deze acties zullen verder uitgerold, aangepast of aangevuld worden aan nieuwe economische ontwikkelingen, de evolutie van de arbeidsmarkt, bovenlokale initiatieven en bijdragen van de lokale partners, in het bijzonder de jongeren zelf. Regelmatig wordt de doeltreffendheid van de projecten en de efficiënte inzet van de middelen geëvalueerd.

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
Alle scholen werken samen met de stad opdat kinderen, tieners en jongeren de kans krijgen en grijpen om competenties te ontwikkelen en kwalificaties te behalen die leiden tot brede persoonsvorming en toegang tot hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt
4 - Lerende en werkende stad
De Antwerpse arbeidsmarktparadox is structureel aangepakt

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt aan de gemeenteraad voor om de lancering van het jeugdwerkloosheidsplan 'JongerenAanBod' door de stad Antwerpen, VDAB en OCMW goed te keuren.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.