Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Renightsance bvba - Van Schoonbekestraat 1 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat een locatie met muziekactiviteiten.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Renightsance bvba, Van Schoonbekestraat 1, 2018 Antwerpen, voor de inrichting gelegen Tunnelplaats 3-5, 2000 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een locatie met muziekactiviteiten.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid |
hoofdstuk 4.5; |
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2; |
|
algemene milieuvoorwaarden, licht |
hoofdstuk 4.6. |
Sectorale voorwaarden:
|
ontspanningsinrichtingen, lokaal met muziekactiviteiten |
hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.2. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
- moet de exploitatie gebeuren met gesloten ramen en deuren;
- wordt, in afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II, de openingsuren vastgelegd als volgt: alle dagen tot 06.00 uur in de ochtend, gezien de argumenten uit het advies van stadsontwikkeling/vergunningen/stedenbouwkundige vergunningen: de geïsoleerde positie van het gebouw binnen een geïsoleerd bouwblok, grenzend aan gewestwegen en blijkt het risico op confrontaties en knelpunten op stedenbouwkundig vlak beperkt.
Brandweervoorwaarden:
1. Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
2. Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:
- Bij elke haspel 1 stuk
Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
3. In het gebouw dienen maatregelen genomen om melding van brand en alarm door te geven.
4. De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 31 augustus 2013 en eindigt op 28 november 2013.