Het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad erover waakt de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de vervulling van de adviesopdracht. Dit valt onder de reguliere werking van de verschillende diensten en is nu reeds voorzien.
De principes van de nieuwe werking zijn bondig toegelicht aan de cultuurraad op het inspraakmoment bij de beleidsplanning van 23 februari 2013, ‘Cultuur is van A’. Op het bestuur van 2 april 2013 werd het nieuwe werkkader door de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd voorgelegd, op basis waarvan hun advies gevraagd werd.
De sportraad gaf een voorzet tot een nieuwe structuur die op 15 januari naar de leden werd verstuurd ter bespreking, en die als basis gebruikt werd voor onderliggend voorstel. Dat voorstel werd door de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd op 31 januari 2013 toegelicht aan de voorzitter van de sportraad, die hierover op 4 februari 2013 positief advies verstrekte aan de schepen voor sport. Op 26 februari 2013 constateerde de stedelijke sportraad dat de voorgestelde basisprincipes voor de nieuwe structuur van de adviesraden in de lijn liggen van de besprekingen die in de werkgroep rond de statutenwijziging werd gehouden.
De jeugdraad kreeg op 28 februari 2013 een toelichting van de bedrijfsdirecteur cultuur, sport en jeugd over de vernieuwde aanpak van inspraak, advies en medebeheer van de jeugdraad. Er werden verschillende opmerkingen en suggesties meegegeven. Op 3 maart 2013 werd er nog een mail gestuurd vanuit de jeugdraad en het jeugdwerk met de duidelijke oproep om actief betrokken te worden bij het verder uitwerken van het kader tot vernieuwing van de inspraakprocessen in het jeugdbeleid. Op 28 maart 2013 werd het nieuwe werkkader voorgelegd aan de jeugdraad.
Het nieuw werkkader werd op 25 april 2013 voorgelegd aan de seniorenraad, hun advies wordt bijgevoegd bij het gemeenteraadsbesluit.
Het nieuw werkkader werd op 22 april 2013 voorgelegd op het werkoverleg van de districtsschepenen cultuur, de opmerkingen werden mee verwerkt.
Het nieuw werkkader werd op 25 april 2013 voorgelegd op het werkoverleg van de districtsraadsvoorzitters, de opmerkingen werden mee verwerkt.
Het nieuw werkkader werd op 28 mei 2013 voorgelegd op een infomoment voor de districtsraadsleden en de districtsadviesraadsleden.
Het nieuw werkkader werd op 6 september 2013 besproken met een afvaardiging van de districtsadviesraden. Volgende opmerkingen werden geformuleerd:
De bestaande adviesraden vervullen een drieledige opdracht: beleidsadvisering, inspraak en medebeheer in extern verzelfstandigde agentschappen. Er bestaat een ruime consensus om de bestaande adviesraden (nog) meer open, representatief en effectief te maken, zowel door het aanpassen van hun werking en structuur als door het optimaliseren van de inzet van bestaande middelen.
De gemeenteraad is volgens het Gemeentedecreet bevoegd voor de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. De gemeenteraad bepaalt ook de voorwaarden, werkwijze en procedures en stelt de nodige middelen ter beschikking voor de adviesopdracht (Gemeentedecreet art. 199 en 200, en 284 §1). Bij uitbreiding geldt hetzelfde voor de districtsraden met betrekking tot de adviesraden die onder hun bevoegdheid vallen. Alle districtsbestuursakkoorden besteden extra aandacht aan participatie, inspraak en de werking van hun adviesraden (district Antwerpen AN011,012,013, Berchem BE002, Borgerhout BO001, BO033, BO 034, BO 037, BZL BZL158, Deurne DE 002, DE005, DE 006, DE 016, Ekeren EK 055, Hoboken HO 008, HO 047, HO 066, Merksem ME 007, ME008, ME009, ME038, en Wilrijk WI 051, WI 067, WI151, WI152). Het bestuursakkoord van het district Antwerpen vermeldt ook expliciet het belang van de adviesraden: "Het district zal de adviesraden – cultuurraad, jeugdraad, seniorenraad en sportraad – ten volle en pro-actief betrekken bij de uitwerking van het beleid". De aanvang van een nieuwe bestuursperiode is dan ook het moment om deze voorwaarden, werkwijze en procedures te herbekijken.
Het college keurde op 8 maart 2013 een voorstel goed tot vernieuwde aanpak van inspraak en advies (jaarnummer 2105), dat ter kennisgeving werd voorgelegd aan de negen distsrictscolleges. Het is opgebouwd rond drie principes:
Het college van burgemeester en schepenen gaf op 8 maart 2013 de opdracht om een aangepast kader uit te tekenen voor de vernieuwde werking van de adviesraden. Er is hierbij sprake van een werkkader, en niet van statuten, om niet de indruk te wekken dat een adviesraad een vzw-structuur moet hebben met een algemene vergadering en een bestuur, zoals nu vaak het geval is.
Tevens gaf het college opdracht - in het kader van bovenvermeld artikel 315 uit het bestuursakkoord - om de uitvoering van de jeugdparagraaf te optimaliseren.
Het college van burgemeester en schepenen nam op 3 mei kennis van het voorstel van nieuw werkkader. Het gaf de bedrijfdsdirecteur cultuur, sport en jeugd de opdracht dit werkkader eerst toe te lichten aan de districtsbesturen en hun respectieve adviesraden, en de nodige tijd te voorzien vooraleer dit op de gemeenteraad te agenderen zodat de districtsbesturen zelf ook voldoende tijd hebben om hun advies uit te brengen.
Op 28 mei werd een infosessie georganiseerd waarbij het nieuwe werkkader werd toegelicht aan de districtsbesturen en de verschillende adviesraden. Het definitieve werkkader wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad in oktober, aan de districtsraden wordt gevraagd om voorafgaand advies uit te brengen over het nieuwe werkkader in de loop van de maand september. Het uitgebrachte advies bevat tevens het advies van de respectieve districtsadviesraden voor cultuur, sport, jeugd en senioren.
Het werkkader voor inspraak en advies omvat volgende onderdelen:
De organisatiestructuur zoemt in op de algemene en waar zinvol sectorspecifieke voorwaarden van de drie pijlers:
De stad voorziet methodologische, instrumentele en financiële ondersteuning om kwalitatieve inspraak mogelijk te maken.
Om de advisering vlot te laten verlopen wordt een procedure voor adviesverlening vastgelegd tussen de adviesraad, de administratie en het beleid. Daaraan is ook een kwaliteitstoets voor adviezen verbonden, waarin expliciet ruimte voor minderheidsstandpunten voorzien is.
Het volledig werkkader is als bijlage toegevoegd.
De werkversie van het werkkader met zichtbare wijzigingen die werden doorgevoerd op basis van de uitgebrachte adviezen is eveneens als niet verplichte bijlage toegevoegd.
Met dit nieuwe werkkader wordt tevens tegemoet gekomen aan de vraag van het beleid rond optimalisatie van de jeugdparagraaf. Zo vormt de vernieuwde aanpak voor inspraak en adviesraden een eerste stap in de optimalisatie ervan (CB van 10 december 1998, jaarnummer 16999). Doordat het werkkader voor inspraak duidelijk wordt vastgelegd, wordt de input voor de jeugdparagraaf door adviesraden en andere jeugdpeilingen immers versterkt.
Om de digitale ondersteuning voor inspraak en advies verder te versterken, worden in de meerjarenbegroting middelen voorzien voor de verdere ontwikkeling van digitale instrumenten (met name 'oor' en 'stadindialoog'). Zo kunnen deze instrumenten effectief tot een nog opener en transparanter inspraakforum ontwikkeld worden.
De hersamenstelling van adviesraden gebeurt na de installatie van de nieuwe besturen. Het is daarom aangewezen eerst een stedelijk beleidskader te scheppen:
Op 17 april 2013 nam het districtscollege Ekeren kennis van dit ontwerpbesluit. Het districtscollege Ekeren is niet gekant tegen het ontwerpkader, maar adviseert om dit vernieuwd werkkader niet onmiddellijk voor te leggen aan de gemeenteraad van eind mei. Het stelt voor dit eerst voor advies voor te leggen aan de districtsraden en hiertoe de nodige tijd uit te trekken. Zo kunnen ook de lokale adviesraden in de districten betrokken worden via adviezen bij de opmaak van de districtsraadsbesluiten.
- Adviezen 1. Namen van de sportraden, en 3. Voorzitter van de sportraad/conferentie worden gevolgd.
- Advies rond 6. de installatietermijn, 7. een interne werkingsnota, en 9. Een jaarlijkse samenkomst van de vier conferenties werden in het werkkader verwerkt.
- Adviezen 2 en 5 (taalkundige opmerkingen) werden in het werkkader verwerkt.
- Advies 4. De samenstelling van de sportconferentie uit één effectieve en twee plaatsvervangers en die beide geslachten vertegenwoordigen is een pragmatisch voorstel dat mogelijk is binnen het werkkader.
- Advies 8. De termijnen van zes weken voor het opstellen van een advies en vier weken voor reactie vanuit het beleid worden waar mogelijk gevolgd. Maar aangezien een agendering op college of gemeenteraad een zekere doorlooptijd heeft, wordt ook voor het beleid een reactietijd van zes weken behouden.
- De antwerpse ouderenraad geeft aan te weinig tijd te hebben gekregen om een volwaardig advies uit te brengen. Het gaat over opmerkingen eerder dan gunstig of ongunstig advies.
- Advies / bekommernis over autonomie van de adviesraden: deze blijft bestaan, voor zover een adviesraad niet beslist, maar juist argumenten aanreikt aan het beleid om onderbouwde beslissingen te nemen. Daarin is de autonome en representatieve positie van de raad juist belangrijk.
- Advies rond het stellen van adviesvragen wordt gevolgd in de procedure.
- Advies rond de conferentie is verwerkt in het werkkader en laat ruimte voor andere afgevaardigden.
- Advies rond het behouden van permanente werkgroepen binnen de conferentie gaat in tegen het belang dat bij de districten gelegd wordt. Dit betekent niet dat er geen erkenning is voor wat werkgroepen in het verleden gedaan hebben. Dezelfde mensen kunnen hun expertise ook blijven inzetten in ad hoc werkgroepen rond thema’s waarin ze expertise hebben. Pijler 1, open inspraak, biedt bovendien de gelegenheid om zowel de leden van de uittredende werkgroepen als andere niet aan seniorenadviesraden verbonden ouderen aan het woord te laten.
“Hoewel het bedoelde ontwerpbesluit positieve elementen bevat, kan de stedelijke cultuurraad geen positief advies geven. De manier waarop het ontwerp tot stand gekomen is zonder inspraak en brede betrokkenheid is een aanfluiting van alle principes van goed bestuur. Het vervangen van de stedelijke adviesraden door conferenties zorgt niet voor een onafhankelijk en neutraal forum, wat ons toch een voorwaarde is.
We verwachten dat de stad haar huiswerk opnieuw maakt, rekening houdend met onze opmerkingen en deze keer wel met een brede inspraak en betrokkenheid van het werkveld.”
Reacties op het advies:
- De cultuurraad geeft aan te weinig tijd gehad te hebben om een degelijk advies uit te brengen en adviseert daarom negatief. De raad adviseert de huidige structuur te behouden (p2): de stedelijke cultuurraad pleit vooral voor het behoud van het eigen orgaan.
- Het advies dat de conferentie vrijblijvend is en slechts denkt vanuit eigenbelang of eigen district, gaat in tegen de filosofie van het werkkader, waarin duidelijk vermeld staat dat organisaties adviseren in het algemeen belang. Het sluit dan ook aan bij de bekommernis van de cultuurraad van een geïntegreerde vertegenwoordiging van districtsafgevaardigden (p3), en bij een streven naar een onafhankelijk en neutraal forum, dat de cultuurraad voorstaat (p 8).
- De gedachte dat alle adviesraden eenzelfde ondersteuning verdienen is terecht en staat ook als dusdanig opgenomen onder het luikje ‘ondersteuning’ bij het werkkader. Middelen voor ondersteuning, bv organisatie van overleg, vorming of debat, zijn voorzien.
- De sterktes die aangehaald worden passen perfect binnen het nieuwe werkkader: openheid, betrokkenheid van professionelen, kunstenaars en verenigingen. Ook op stedelijk niveau is hier enerzijds binnen de conferentie van afgevaardigden en anderzijds via expertenoverleg ruimte voor. Het is verder de opdracht van de conferentie om aan te geven wie ze belangrijk acht te betrekken bij het opstellen van een advies, en zelf te zorgen voor ruimte betrokkenheid (zie opdracht adviesraden en hun conferenties). Zo kan ook het brede netwerk waarvan sprake gericht ingezet blijven worden voor adviezen.
- De uitwisseling tussen de verschillende pijlers is mee verwerkt in het werkkader (jaarlijks ‘open forum’).
- De gedachte dat de conferentie niet beantwoordt aan het stedelijk niveau, is in het werkkader precies opgevangen door erkenning en ruimte te geven aan experten (pijler 3, sectoroverleg).
- De subsidiemiddelen via de cultuurraad komen inderdaad tegemoet aan een specifiek soort subsidienood, maar de raad zelf stelde in vraag of ze wel het juiste kanaal is om deze toe te kennen (verslag bestuur van 2 april ll).
Algemene opmerking: Verschillende raden, zowel stedelijk als op districtsniveau, vragen meer betrokken te worden bij het voorstel. Enerzijds is gekozen om het nieuwe bestuur juist het theoretisch kader te laten uittekenen, zoals vastgelegd in het gemeentedecreet. Anderzijds laat het huidige werkkader precies de ruimte om erbinnen een werking op maat van de sectorspecifieke raad uit te werken. Maar natuurlijk is de input van alle raden waar mogelijk meegenomen, zonder het gevaar te willen lopen de huidige werking gewoon bovenop een nieuw werkkader toe te voegen.
Het volledig antwoord op de adviezen is opgenomen in de bijlage.
- Adviezen 1. en 2. rond inspraak en participatie over het werkkader: zie hierboven bij algemene opmerking
- Advies 3. rond actief betrekken van jongeren, advies 9. rond projectmatige aanpak, advies 11 rond openbaarheid van besluiten, advies 14 rond afspraken over inspraakmateries, en advies 20 rond de ondersteuning van jongeren worden gevolgd. Hiervoor is ruimte binnen het werkkader.
- Advies 4, 10 en 13 rond openheid en dwarsverbanden tussen de pijlers werd mee verwerkt in het werkkader. Maatwerk staat daarbij voorop.
- Advies 5. rond aanwerving van een ‘kindsecretaris’ wordt niet gevolgd, omdat de stad vindt dat inspraak van kinderen en jongeren niet de verantwoordelijkheid is van één persoon, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle jeugdconsulenten en van stedelijke jeugdmedewerkers.
- Adviezen 6, 7 en 8 worden gedeeltelijk gevolgd, maar de kern van de adviesraden blijft inspraak van de jongeren zelf en niet die van professionele jeugdwerkers.
- Advies 12 rond het voeren van inspraak en 17 rond procedures zitten vervat in de procedure bij het werkkader en worden waar zinvol zichtbaar gemaakt via kwartaalrapportering.
- Advies 15 rond evaluatie van de werking van de drie pijlers wordt meegenomen in de uitwerking.
- Advies 16 rond inspraak als tweerichtingsverkeer is het opzet bij de verdere ontwikkeling van inspraakmiddelen zoals Oor en stadindialoog.
- Advies 18 rond het belang van alle kinderen en jongeren vertaalt de geest van het werkkader correct, maar kan niet als dusdanig opgenomen aangezien het ook over cultuur, sport en senioren gaat.
- Advies 19 rond uitzonderingen op de leeftijdsgrens van 30 jaar wordt niet gevolgd, om te blijven focussen op kinderen en jongeren. Ook advies 21 rond de praktische ondersteuning van jeugdraden wordt niet als een kernopdracht van de administratie beschouwd: die ligt bij procesmatige en inhoudelijke ondersteuning. Adviezen 22 en 23 passen dan ook volledig binnen de voorgestelde ondersteuning geschetst in het werkkader.
De districtsraad geeft volgend advies over het kader voor de vernieuwde werking van de adviesraden voor cultuur, jeugd, sport en senioren:
Het districtsbestuur
Het districtsbestuur
sport, cultuur, jeugd en senioren kennen elk een heel andere organisatiecultuur. Sport vindt plaats in clubverband met sterk georganiseerde federaties en clubs die elkaar al veel zien tijdens competities. Het culturele leven bestaat daarentegen veel meer uit instellingen, los-vaste verbanden en individuele kunstenaars met duidelijk andere behoeftes. En ook jeugd en senioren hebben elk hun eigenheid. Hen over dezelfde kam scheren is een miskenning van de rijke diversiteit in elk van die sectoren en wordt daarom als niet wenselijk gezien door de adviesraden en het districtscollege. Vanuit sport wordt de nieuwe getrapte structuur postief verwelkomd juist omdat er nu vanuit de districten geen inbreng was in de stedelijke sportraad, het komt dus tegemoet aan een reële nood. Vanuit cultuur en jeugd was er echter wel al een vorm van vertegenwoordiging en deze werd als positief ervaren. Daar werd wel aan toegevoegd dat het geen goed idee is om enkel maar te werken vanuit vertegenwoordiging, je hebt in een stedelijke adviesraad evenzo goed mensen nodig die spreken vanuit expertise en een overkoepelende beleidsvisie. Dat evenwicht vinden we niet terug in het nieuwe voorstel dat te sterk focust op vertegenwoordiging. Senioren en cultuur benadrukken dat door de commissies (of werkgroepen of aparte onderverdelingen) op stedelijk niveau er meer specialisatie was en dus meer kans op impact op het beleid. Zij willen de stedelijke adviesraad in zijn huidige vorm dus niet kwijt. Zij vrezen ook voor de extra workload die het nieuwe werkkader zal meebrengen. Blijkbaar zijn er vanuit de districtsadviesraad voor cultuur al pogingen gedaan om rond bepaalde projecten samen te werken met andere districten en dit is nooit gelukt. Zij zien een stedelijke raad die enkel bestaat uit vertegenwoordigers van de districten dus niet werken.