Het dragen van een eretitel geeft in principe geen recht op een vergoeding of op voorrechten.
Artikel 17 § 4 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het toekennen van eretitels aan gemeenteraadsleden.
Op 29 maart 2013 vroeg de heer Johan Van Brusselen de eretitel 'eregemeenteraadslid' aan ter erkenning van zijn actieve deelname in de gemeenteraad.
Volgens de principebeslissing van 26 maart 2001, jaarnummer 580, voert de gemeenteraad de titel van eregemeenteraadslid in onder volgende voorwaarden:
Johan Van Brusselen zetelde 24 jaar (van 1989 tot en met 2012) onafgebroken in de gemeenteraad. Uit het ingediende uittreksel uit het strafregister blijkt dat hij over zijn politieke rechten beschikt en van onberipelijk gedrag is. Hij voldoet bijgevolg aan de voorwaarden en heeft recht op de eretitel 'eregemeenteraadslid'.
Op 27 mei 2013 werd het gemeenteraadsbesluit met het nieuwe reglement eretitels gemeenteraadsleden en schepenen (jaarnummer 325) goedgekeurd. Samen met de goedkeuring van dit besluit, werd het voorgaande besluit van 26 maart 2001 met de toenmalige beleidsrichtlijnen (jaarnummer 580) opgeheven.
Da aanvraag van Johan Van Brusselen dateert van 29 maart 2013 en wordt daarom nog behandeld op basis van de oude beleidsrichtlijnen vastgelegd in de principebeslissing van 26 maart 2001 (jaarnummer 580). Ten tijde van zijn aanvraag was het oude besluit nog van kracht.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt de toekenning goed van de eretitel 'eregemeenteraadslid' aan de heer Johan Van Brusselen.