Het bestuursakkoord ‘respect voor A’ door de GR. goedgekeurd eind februari hecht terecht veel belang aan de veiligheid: het waarborgen ervan behoort tot een van de fundamentele kerntaken van de overheid.
In het bestuursakkoord wordt expliciet verwezen naar de drugsproblematiek.
De punten 81 t e m 84 laten geen twijfel bestaan over de methodes noch over de finaliteit van de gevoerde veiligheidspolitiek terzake.
Het gaat om een geïntegreerd beleid dat zowel repressieve,preventieve en curatieve doelstellingen beoogt.
De goedkeuring van het bestuursakkoord impliceert een duidelijke erkenning van de premisse van het druggebruik in Antwerpen niet in het minst bij jongeren m.i. van minderjarigen met alle maatschappelijke ,familiale en persoonlijke dramatische gevolgen van dien: uit studies uitgevoerd in 2011 in Antwerpen blijkt dat jongeren reeds op 12 jarige leeftijd hun eerste joint hebben gebruikt.
Hoe dan ook het crimineeldrugmilieu is nooit ver weg.
Om die redenen heeft de meerderheid van de gemeenteraad de burgemeester een mandaat gegeven om kordaat en doeltreffend op te treden.
De laatste dagen is er veel gezegd en geschreven over de vigerende wetgeving meestal zonder veel juridische en maatschappelijke relevantie.
Het staat vast dat tot op heden de drugwetgeving geen onderscheid maakt tussen soft –en harddrugs en er is nooit in welke vorm dan ook een decriminalisering/depenalisering tot stand gekomen.
Richtlijnen in welke vorm dan ook doen geen afbreuk aan de wet en hebben niet tot doel het begrip ‘ongemoeid laten’ in te voeren.
In die omstandigheden is het perfect legaal wat men ‘gedoogbeleid’ noemt tav. softdrugbezit in de openbare ruimte af te schaffen.
Aldus wordt maatschappelijk de noodzakelijke duidelijkheid geschapen vermits het zg .gedoogbeleid dubbelzinnig is nl. de strafwet wordt niet aangepast maar vervolging is uit den boze.
In het licht van het resoluut aanpakken van drugsoverlast en de drugs gerelateerde criminaliteit met het oog op de optimalisering van de veiligheid waarop de Antwerpenaren recht hebben is het formuleren van een duidelijk omschreven beleidmethodiek noodzakelijk.
Hiernavolgend vier vragen mbt. de hoger geschetste problematiek:
1° Volgens het bestuursakkoord zal de drugsoverlast worden verminderd door de onderzoekscapaciteit te verdrievoudigen om specifiek drugsverkopers en kleine en grote cannabisplantages op te sporen.
Kan u bevestigen dat deze capaciteitsuitbreiding er komt en dat deze daadwerkelijk zal worden ingezet voor de opsporing van cannabisproducenten?
2° Een doeltreffend drugsbeleid dient zich ook te richten op het systematisch aanpakken van de drugskartels en hun dealers.
Zal er voldoende capaciteiten voor handen zijn om deze ‘war on drugs’ daadwerkelijk te voeren en tot een goed einde te brengen?
3° De verhandeling van en het gebruik van drugs gaan vaak gepaard met zware maatschappelijke overlast.
Kan men inschatten bij hoeveel -percentage- van de criminele feiten die in Antwerpen zijn gepleegd drugs een rechtreeks(onder invloed van) of onrechtreeks (financiering van gebruik) oorzakelijke factoren zijn?
4° Ik ga ervan uit dat de nieuwe aanpak gepaard is gegaan met overleg met de gespecialiseerde actoren.
Kan u bevestigen dat de gebruikers niet aan hun lot worden overgelaten maar dat u ze zal ontmoedigen door een combinatie van beboeten (occasionele gebruikers) en doorverwijzen naar de hulverlening(verslaafden) zoals reeds door het Parket aangegeven ?