Terug

2013_CBS_10063 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katoen Natie nv, Zwarteweg zonder nummer (zn), haven 347-351, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/544/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 11/10/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_10063 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katoen Natie nv, Zwarteweg zonder nummer (zn), haven 347-351, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/544/AVG - Goedkeuring 2013_CBS_10063 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katoen Natie nv, Zwarteweg zonder nummer (zn), haven 347-351, 2030 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/544/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Katoen Natie nv - Van Aerdtstraat 33, 2060 Antwerpen. De aanvraag omvat het verder exploiteren, wijzigen en uitbreiden van magazijn Caracas.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Katoen Natie nv, Van Aerdtstraat 33, 2060 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Zwarteweg zonder nummer (zn), haven 347-351, een inrichting voor de opslag en doorvoer van kunststoffen en andere niet-IMDG-goederen verder te exploiteren, uit te breiden en te wijzigen (magazijn Caracas).

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden, algemeen – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale milieuvoorwaarden:

gassen – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren – afdeling 5.16.3;

kunststoffen – hoofdstuk 5.23;

doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebieden – hoofdstuk 5.48.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de· inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Of

Muurhydranten met koppelstuk 45 mm diameter volgens norm NBN 571, bewapend met persslang van 45 mm diameter volgens norm S21.024 en straalpijp volgens norm NBN 548. Koppelstukken van 45mm diameter dienen van een type te zijn zoals bepaald in het koninklijk besluit van 30/0111975.

Hydranten

Langsheen de Zwarte weg, de achterzijde van magazijn 1 en de oostkant van magazijn 2 ter hoogte van het spoorwegtalud, dienen respectievelijk 7, 2 en 1 bovengrondse hydranten van het type BH 100, volgens de norm NBN S 21.019 geplaatst te worden, welke mogen aangesloten worden, met een aansluiting van het directe type op een leiding van minimaal 6 inch hetzij op het net van de openbare waterleiding, hetzij in eigen beheer gevoed, waarbij tenminste gedurende 2 uren voldoende waterdebiet onder de vereiste druk kan geleverd worden. De uitgeefkanten van 70 mm diameter dienen bijkomend met gepaste afsluitkranen te worden uitgerust. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydranten.

Indien er gebruik gemaakt wordt van ondergrondse hydranten, dient er voor gezorgd te worden dat er niets bovenop de hydranten geplaatst kan worden (vb beugels).

Indien in het magazijn gehalogeneerde polymeren (onder andere PVC) worden opgeslagen, dienen volgende bijkomende maatregelen getroffen te worden:

  • deze producten dienen in een afzonderlijk compartiment opgeslagen, afgesloten van de rest van het magazijn met brandwerende muren EI120 die doorlopen tot aan het dak. Dit compartiment mag maximum 2 000 m² bedragen. Tenminste 1 wand van het compartiment dient een buitengevel te zijn, voorzien van tenminste 1 toegangspoort;
  • in de inrichting dient een aan het risico aangepast automatisch blussysteem voorzien te worden. Deze installaties dienen volgens de gangbare normen of voorschriften te zijn (Belgische of uit een naburig land). De nodige bewijsstukken in dit verband (schema's, uitgebreide berekeningsmethode, enzovoort..) moeten daartoe later kunnen voorgelegd worden.

Na installatie zal door een bevoegd persoon of instelling een attest afgeleverd worden waaruit blijkt dat aan de gangbare normen of voorschriften is voldaan. 

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 11 oktober 2013 en eindigt op 11 oktober 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.