Terug

2013_CBS_09533 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv, Van Immerseelstraat zonder nummer (zn), 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/451/JV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09533 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv, Van Immerseelstraat zonder nummer (zn), 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/451/JV - Kennisneming 2013_CBS_09533 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Interbuild nv, Van Immerseelstraat zonder nummer (zn), 2018 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/451/JV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse en bovengrondse houders, algemeen

hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1;

tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem

hoofdstuk 5.61.

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

  • zodra het werfinstallatieplan beschikbaar is, dient dit bezorgd te worden aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (SW/V/MV p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen). Volgende zaken moeten zeker aangeduid worden: zone uitgraven bodem, stockageplaats uitgegraven bodem, lozingspunten, bronbemaling, opslag materiaal en producten, eventueel technische zone (lassen, …). De dienst milieuvergunningen moet over dit plan beschikken vóór de aanvang van de werken;
  • naarmate er meer relevante informatie over de bronbemaling beschikbaar komt, dient ook dit bezorgd te worden aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (SW/V/MV p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen);
  • voor de tijdelijke stockage van afgegraven grond en het afvoeren hiervan, dient, naast de voorwaarden vermeld in Vlarem (zie hierboven), ook de andere, van toepassing zijnde wetgeving gerespecteerd te worden.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.