Terug

2013_CBS_09520 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20134130 - district Antwerpen - Noorderlaan ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09520 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20134130 - district Antwerpen - Noorderlaan ZN - Goedkeuring 2013_CBS_09520 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20134130 - district Antwerpen - Noorderlaan ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvrager: Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
De aanvraag omvat: Het oprichten van een zelfdragende vakwerkmast met bijhorende voetpadkast aan het Churchilldok
Dossiernummer: HVN/B/P//20134130

Argumentatie

Het college beslist op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag, goed te keuren voor een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, onder volgende voorwaarden:

  • de aanrijroute voor het materieel en materiaal  van de autobaan naar de locatie van plaatsing dient steeds dezelfde te zijn zodat er slechts op één strook schade toegebracht wordt aan de vegetatie; bomen en kleine landschapselementen dienen hierbij zoveel mogelijk gespaard te worden;
  • na uitvoering van de werken dient het landschap zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld te worden (afval en transportsporen verwijderen, aanrijroute effenen,…)

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/V/SV Het advies te bezorgen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen