Terug

2013_CBS_09721 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09721 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring 2013_CBS_09721 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt.

Aanleiding en context

Op 30 januari 2012 (jaarnummer 70) keurde de gemeenteraad de gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling goed. Op 24 september 2012 (jaarnummer 881) en 19 november 2012 (jaarnummer 1267) en 24 juni 2013 (jaarnummer 471) werd hierop een tussentijdse wijziging aangebracht. Over deze laatste wijziging dient de raad voor maatschappelijk welzijn nog advies te verlenen.

Op 23 november 2012 werd er een wijziging aan het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 betreffende de rechtspositieregeling goedgekeurd. Hierdoor dienen een aantal aanpassingen aan de lokale rechtspositieregeling aangepast te worden.

Vervolgens dienen een aantal wijzigingen in het HR-beleid opgenomen te worden in de rechtspositieregeling.

Argumentatie

Volgende inhoudelijke wijzigingen worden voorgesteld en vormen een aanvullende argumentatie op bijgevoegde tekst:

Deel Titel Artikel Argumentatie wijziging
1 1.8 Enig artikel

Er wordt een uitbreiding voorzien van de toekenningsgrond voor het ontvangen van een eretitel. De stad hecht er belang aan dat het personeelslid tijdens de loopbaan te allen tijde de A-waarden heeft gerespecteerd en dat een onberispelijke staat van dienst kan worden voorgelegd.

2   7

De stad hecht veel belang aan een goede communicatie met zijn medewerkers. Aangezien de stad zoveel als mogelijk digitaal werkt en kiest voor kostenbewuste alternatieven, zou er ook via mail en sms gecommuniceerd kunnen worden. De medewerker die niet maximaal via webmail en gsm bereikbaar is, dient daarom eveneens deze gegevens mee te delen en up to date te houden.

2   8§1

De werking van de stad verandert aan een hoog tempo. Personeelsleden kunnen gevraagd worden om andere taken op te nemen in functie van het algmeen belang. Binnen een wettelijk kader, is enige flexibiliteit aldus vereist. 

2   8§3

Er is nood aan duidelijke richtlijnen voor het personeel wat betreft het systeem van 'track and trace'.

2   13bis

Artistieke prestaties die door personeelsleden van de stad geleverd worden in het kader van de uitoefening van hun arbeidsovereenkomst of benoeming creëren een auteursrecht voor het personeelslid. Vermits deze prestaties geleverd worden in loondienst en in uitvoering van de job bij de stad moeten deze auteursrechten aan de stad worden overgedragen.
Artikel 35§3 van de auteurswet van 3/06/1994 voorziet dat de vermogensrechten kunnen worden overgedragen voor zover in die overdracht uitdrukkelijk is voorzien. Daarom wordt deze overdracht expliciet in het arbeidsreglement opgenomen.

3 3.3 3§5

Volgens het BVR RPR moet de termijn bepaald worden waarbinnen de kandidaat aanspraak kan maken op een vrijstelling als hij al eerder slaagde voor een niveau- of capaciteitstest voor dezelfde of een vergelijkbare functie bij de stad of een andere overheid.

3 3.3 4

Voor een efficiëntere en duidelijke toepassing wordt de geldigheidsperiode van een vrijstelling bepaald op twee jaar en wordt geconcretiseerd dat de vrijstelling aangevraagd moet worden voor de afsluitdatum van de vacature.

3 3.4 6§2

De werkwijze om binnen de vijf dagen te reageren op een vacature of uitnodiging als de kandidaat volgens de rangschikking in aanmerking komt, geldt niet voor selectiepools.
Aangezien het hier over uiteenlopende functies gaat, is het normaal dat de ene functie de kandidaat wel ligt en de andere niet. Hij hoeft daarom ook niet telkens te reageren om te melden dat hij niet in de functie geïnteresseerd is.

 3 3.5.1 3§2 

Het doel van sociale tewerkstelling voor de stad is de werkervaringsklant een kwaliteitsvolle, competentieversterkende werkervaring te laten opdoen via een tewerkstelling om zijn of haar kansen op doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt te bevorderen.
In een samenwerkingsovereenkomst tussen stad en OCMW Antwerpen werd hiervoor onder artikel 15 het volgende principe vastgelegd: “De werkervaringsplaats engageert zich ertoe om in samenspraak met de dienst activering een procedure uit te tekenen die goed functionerende werkervaringsklanten de kans geeft vlot naar een reguliere tewerkstelling binnen de werkervaringsplaats door te stromen".
Bedrijfseenheden binnen de stad geven ook steeds meer aan te willen inzetten op de doorstroom van werkervaringsklanten die tegen het einde van hun traject hebben bewezen een goede werknemer van de stad te zijn. Daarom wordt met dit artikel de toegang tot de interne arbeidsmarkt uitgebreid naar werkervaringsklanten die ingezet zijn binnen een dienst van de stad Antwerpen. Op die manier kunnen zij deelnemen aan bevorderingsselecties en aan oproepen voor mobiliteit. Deze uitbreiding sluit hen niet meer uit van de toegang tot een selectie bij de stad op basis van het feit dat ze werkervaringsklant zijn, maar vervangt niet de overige voorwaarden waaraan ook de andere kandidaten moeten voldoen (bv één jaar ervaring hebben, de juiste nationaliteit bezitten enz).

 4 4.1 

Loopbaanvermindering wordt momenteel niet toegestaan tijdens de proeftijd omdat loopbaanvermindering geen schorsingsgrond is die in de arbeidsovereenkomstenwet is opgenomen. Hierdoor verlengen de afwezige periodes van loopbaanvermindering de proeftijd niet.
In bepaalde gevallen kan de bedrijfsdirecteur toch beslissen om loopbaanvermindering tijdens de proeftijd toe te staan (bv. bevordering) zonder dat hierbij een schorsing van de proeftijd optreedt.

4 4.4 3

De term 'statutair' wordt geschrapt waardoor het duidelijker is dat dit artikel zowel op statutaire als contractuele personeelsleden van toepassing is.
Een scholingsbeding begint te lopen van zodra het personeelslid de opleiding (gunstig) afrondde. Er bestaan echter geen schorsingsgronden die de duur van het scholingsbeding verlengen in geval van afwezigheid. Zo kan een personeelslid onbetaald verlof nemen totdat de duur van hun scholingsbeding is verstreken en dan pas uit dienst gaan, om een terugbetaling van de vorming te ontlopen. We bepalen daarom dat de duur van het scholingsbeding wordt opgeschort met de duur van een structurele vorm van voltijds onbetaald verlof.

4 4.7  1§1 

De opgesplitste werkwijze betreffende het toestaan van ambtshalve herplaatsing, resulteert in een ongelijke behandeling van contractuelen ten opzichte van statutairen. Dit vervalt door het principe analoog toe te passen.

4 4.7 1§3

Een ambtshalve herplaatsing naar een lager niveau is een gunst van het bestuur naar het personeelslid. Het mag niet zijn dat het personeelslid omwille van het baremieke stelsel een hoger loon ontvangt dan hetgeen hij in het hogere niveau ontving. 

4 4.8 3

Het BVR RPR voorziet verschillende soorten toelagen bij opdrachthouderschap. De gemeenteraad beslist dat de stadssecretaris bij de oproep kan bepalen welke vergoeding toegekend zal worden.

5 5.1.6 19§1

Het stelsel van deeltijds werken – deeltijds ziek is een gunst. Het is steeds de bedoeling om het personeelslid terug te kunnen activeren naar een voltijdse functie. Om het personeelslid hiervoor te stimuleren, wordt gekozen om tijdens dit stelsel wachtgeld toe te kennen in plaats van een volwaardig loon.

5 5.3.3 5

Door de wijzigingen in registratie van afwezigheden, geeft een feestdag die op een inactiviteitsdag valt geen recht meer op een compensatiedag, deze dag wordt geschrapt uit het artikel.

5 5.3.6 13

Het BVR RPR voorziet een mogelijkheid om verlof voor opdracht in bepaalde gevallen toe te kennen. Hiermee worden deze door de gemeenteraad vastgelegd.
De beschutte werkplaats Kunnig is geen dochter van de stad, maar wordt toegevoegd aan de lijst omwille van hun maatschappelijk belang.

5 5.3.6 14§4

Er dient een termijn bepaald te worden voor het geval het verlof voor opdracht vroeger beëindigd wordt.

5 5.3.7 15§4

Voor gebeurtenissen waarvoor het personeelslid de dag van de plechtigheid omstandigheidsverlof krijgt, mag het personeelslid de dag omstandigheidsverlof ook vóór de plechtigheid opnemen, als de plechtigheid zelf op een feest- of inactiviteitsdag valt.

5 5.3.8 16

Om een ongelijkheid weg te werken, heeft ook het personeelslid op proef (zowel bij aanwerving als bevordering) recht op 20 werkdagen onbetaald verlof per kalenderjaar.

 5 5.3.9 19 

Met de wijziging van het Besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2012 betreffende de rechtspositieregeling, wordt de dienstvrijstelling voor bloedgift beperkt voor de hoogstnodige tijd en voor een maximum van tien keer per jaar.
Het standpunt van de stad blijft echter om deze dienstvrijstelling niet toe te passen aangezien er voldoende mogelijkheid is om buiten de diensturen bloed te geven en de bloedgift tijdens de werkuren collectief op den Bell wordt georganiseerd. Later zal dit ook op andere locaties mogelijk zijn.

6 6.1 2§3+2§4

De stad wil een aantrekkelijke werkgever zijn die concurrentieel is op de arbeidsmarkt. Vaak stellen we vast dat goede, geslaagde kandidaten niet in dienst komen omwille van het gesimuleerde loon. Dit is voornamelijk zeer jammer in de gevallen waarin de kandidaat wel degelijk relevante ervaring heeft, maar waarbij de rekenregels die door de hogere wetgeving worden opgelegd het de stad niet toelaten deze anciënniteit te laten meerekenen in het loon. Het gaat met name om twee bepalingen:
Ten eerste zegt het BVR RPR van 2007 dat ervaring die werd opgebouwd voor 2008 (bij uitbreiding 2002), enkel pro rata het arbeidsregime kan meegerekend worden. Als werkgever geloven wij erin dat deze ervaring relevant kan zijn voor de ontwikkeling van de persoon en deze persoon daardoor, ongeacht het regime, daarvoor verloond kan worden. Enkel dan kan de stad concurrentieel zijn in haar loon.
Daarenboven is het opvragen van de juiste regimes en het berekenen van de juiste percentages een administratieve werklast voor de stad en voor de kandidaat in kwestie . Daarom is het wenselijk hierin een vereenvoudiging te doen zodat alle deeltijdse prestaties van kandidaten die slaagden voor een selectie die wordt openverklaard na goedkeuring van dit besluit voor honderd procent meegerekend worden bij de berekening van de geldelijke anciënniteit, ongeacht of deze voor of na 1 januari 2008 plaatsvonden.

Een tweede bepaling in het BVR RPR is de verplichting om de geldelijke anciënniteit te berekenen per volle kalendermaanden. Dat houdt in dat de prestaties die niet zijn begonnen op de eerste dag van een maand of geëindigd op de laatste dag van een maand niet meegeteld mogen worden bij het bepalen van de weddetrap. In sommige beroepen heeft men vaak kortlopende opdrachten. Het verval van elke korte periode van anciënniteit in deze gevallen is niet verantwoord. We passen daarom de rechtspositieregeling aan zodoende dat de prestaties van onvolledige maanden worden samengeteld tot aan volle maanden. Ook op die manier kan anciënniteit of ervaring die werkelijk werd opgebouwd meegenomen worden in het loon hopelijk een aantal kandidaten meer overtuigen om de uitdaging bij de stad aan te gaan.

6 6.2.1 16

In het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2012 betreffende de RPR is een keuze opgenomen voor de maandelijkse uitbetaling van de toelage voor opdrachthouderschap. Er wordt voor gekozen om per oproep duidelijk te maken op welke manier de toelage zal berekend worden, afhankelijk van de aard van de opdracht.

6 6.2.2 23+27

In het nieuwe payroll-platform SAP is het niet mogelijk om verplaatsingen uit te drukken tot twee cijfers na de komma. Afstanden afgelegd in het kader van een dienstreis dienen daarom afgerond te worden tot op de kilometer.

6 6.2.3 28§4

Om de kost voor de opstart van een elektronische maaltijdchequekaart rendabel te maken, is  een minimale tewerkstelling van drie maanden nodig.

7 7.1 5

Om op een objectieve en kwalitatieve manier kabinetspersoneel aan te werven, kan kabinetspersoneel eveneens aangesteld worden na een selectie georganiseerd door de stedelijke personeelsdienst.

7 7.1 9

Een kabinetsmedewerker aangeworven overeenkomstig artikel 5.1 kan tewerkgesteld worden binnen de stadsadministratie wanneer er daar een geschikte vacature bestaat.

7 7.1 10 

Het kabinets- en fractiepersoneel is uitgesloten van de functioneringstoelage, uitgezonderd indien geen kabinetstoelage wordt toegekend.

7 7.1 11

Het bestuur wenst dynamisch om te kunnen gaan met de personeelssamenstelling van de kabinets- en fractiemedewerkers. Naast duidelijke richtlijnen met betrekking tot de invulling van vacatures op een kabinet, wordt de de kabinetstoelage uitgebreid met twee lagere toelagen en de mogelijkheid om geen kabinetstoelage toe te kennen wordt eveneens toegevoegd.
Gezien de diversiteit in verantwoordelijkheden van een kabinetsmedewerker, zijn deze wijzigingen aan de toelage verantwoord.

7 7.1 12+13

Om flexibeler te kunnen omgaan met de kabinetstoelagen, kan aan eender welke kabinetsmedewerker gelijk welke kabinetstoelage gegeven worden zolang er binnen het budget wordt gebleven. De kabinetschef kan echter niet de twee hoogste toelagen toegekend krijgen.

8   2

Het BVR RPR voorziet de mogelijkheid om door de gemeenteraad te laten bepalen dat een statutair personeelslid op proef na 3 maanden afwezigheid wegens ziekte of invaliditeit kan ontslaan worden.

13    

Nieuwe definitie voor de verduidelijking van de tewerkstellingsprogramma’s waarmee een werkervaringsklant tewerkgesteld kan worden.

13    

Er wordt een definitie van beroepservaring opgenomen zodat vrijwilligerswerk, stage en werk als jobstudent uitgesloten is als in te brengen beroepservaring voro anciënniteit.

Bijlage I 3.2 algemene
bevorderings-
voorwaarden
 

De gemeenteraad keurde op 1 maart 2010 de verruimde toegang van de interne arbeidsmarkt goed. Deze beslissing wordt verder uitgebreid naar werkervaringsklanten om hun dezelfde loopbaanrechten te geven als regulier personeel en talent sneller te laten doorstromen in de organisatie.
Toevoeging dat contractuele personeelsleden aan  bevorderingsselecties kunnen deelnemen voor een vacature in dezelfde graad. 

Bijlage II    

Statutaire medewerkers die tijdens ziekte gebruik maken van ziektekredietdagen bouwen hierbij nieuwe ziektekredietdagen op. Personeelsleden die in disponibiliteit zitten, bouwden tot op heden geen nieuwe ziektekredietdagen op. Deze ongelijkheid met zieken die niet in disponibiliteit staan, willen we wegwerken.
De medewerker wordt hiermee aangemoedigd om terug te komen werken, omdat hij ziektekredietdagen opbouwt, maar hiervoor moet hij eerst twee weken terug komen werken.
Hiermee wordt eveneens de lijn met de andere afwezigheden waarvoor je niet kiest, logisch gevolgd. Enkel structurele afwezigheden waarvoor je zelf kiest (LBO, onbetaald verlof, deeltijds) geven geen opbouw van ziektekredietdagen.

Volgende tekstuele wijzigingen worden voorgesteld en vormen een aanvullende argumentatie op bijgevoegde tekst:

Deel Titel Artikel Argumentatie wijziging
 1 1.1    Bij de verwijzing naar de geldende gedragscode dient voor de volledigheid de wijziging van 16 februari 2009 (jaarnummer 242) toegevoegd te worden.
 1 1.1    De gedragscode dient aangepast te worden aan titel 1.3 van het besluit van de gemeenteraad van 20 november 2006. Dit stelt nog dat een personeelslid toestemming moet vragen voor het uitoefenen van een nevenactiviteit terwijl dit geschrapt is uit het reglement op nevenactiviteiten dat de gemeenteraad goedkeurde in november 2006. Dit nieuwe reglement legt de verantwoordelijkheid bij de medewerker wat betreft de beoordeling van de verenigbaarheid van een bijberoep met een functie bij de stad. Het college kan immers nooit helemaal op de hoogte zijn van alle taken of connecties die bij een ‘aangevraagde’ nevenactiviteit horen.
 1 1.1    Conform het principebesluit van de stadssecretaris van 2 juli 2009 waarin principes rond dienstreizen werden vastgelegd en in functie van een efficiënte administratie, wordt de verplichting uit de gedragscode geschrapt om goedkeuring te vragen aan het college in geval van een buitenlands werkbezoek.
 3 3.3 3§2 

In het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2012 betreffende de rechtspositieregeling werd bepaald dat in geval van de uitbesteding van de selectieprocedure, dit niet langer aan een extern selectiebureau dient te gebeuren.
Deze wijziging dient door de lokale besturen gevolgd te worden.

 4 4.1 Omdat er regelmatig vragen komen over de geldende proeftijd voor statutaire en contractuele personeelsleden wordt voor deze laatste categorie de verwijzing naar de arbeidsovereenkomstenwet mee opgenomen.
4 4.1 4

De formulering 'kan een schorsing toegestaan worden' zou kunnen impliceren dat een schorsing van de eerste proeftijd aangevraagd moet worden en er een beoordeling nodig is. Dit wordt echter automatisch gedaan, waardoor de zin aangepast wordt in: 'wordt een schorsing toegestaan.'

4 4.6 1

Volgens het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2012 betreffende de rechtspositieregeling moet het bestuur de keuze maken tussen de functionele loopbaan A1-A2-A3 of  A1a-A1b-A2a. De stad houdt zich aan de huidig toegepaste functionele loopbaan A1-A2-A3.

5 5.1.6 19§2

Louter tekstuele aanpassing die de bevoegdheden verduidelijkt in het kader van het toekennen van wachtgeld aan 100%. Aangezien in dezelfde zin er twee maal wordt verwezen naar ‘de beslissing’ maar het telkens over een andere beslissing gaat.

5 5.3.11 25+26

Schrapping van de bepalingen in verband met halftijds vervroegde uittreding aangezien dit niet meer wordt toegekend.

5 5.3.11 27

Schrapping van de bepalingen in verband met vrijwillige vierdagenweek aangezien dit niet meer wordt toegekend.

6 6.1 2§1

De selectiejury is niet verplicht om advies te geven aan de aanstellende overheid over de relevante ervaring. Dit artikel wordt daarom omgezet in een facultatieve bepaling.

6 6.1 2§2

Er wordt verder verduidelijkt dat indien het kandidaat-personeelslid geen verklaring op eer ondertekent, hij tewerkstellingsattesten dient voor te leggen.

6 6.2.3 28§3

Het ronddelen van maaltijdcheques op papier houdt een grote werklast in, centraal voor de bedrijfseenheid personeelsmanagement, maar ook vooral voor de decentrale HR- cellen in de verschillende bedrijfseenheden. Ook voor medewerkers betekent het gebruik van papieren maaltijdcheques een hoger risico op verlies van de cheques of op verval van de geldigheidsdatum. Tenslotte zorgt deze werkwijze voor een groot papierverbruik en is ze dus niet ecologisch verantwoord, waardoor deze werkwijze niet kadert in de A-waarde kostenbewustzijn. Het invoeren van de elektronische maaltijdcheque is een kostenbesparende maatregel voor de stad omwille van de efficiënte en geautomatiseerde maandelijkse verdeling van de maaltijdcheques, maar ook omwille van de sterk verminderde beheerskost. Dit is tevens een volgende stap in de digitalisering en de administratieve vereenvoudiging van de interne dienstverlening.

6 6.2.3 34§3

Met het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2012 betreffende de rechtspositieregeling werd de voorwaarde van ‘66% arbeidsongeschiktheid’, aangepast in ‘voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van een parkeerkaart'.

7 7.1 

Door te verwijzen naar de functies en graden voor de rest van het stadspersoneel, is de volledige opsomming van de verschillende kabinetsfuncties niet meer vereist.

7 7.1 

Deze bepaling is overbodig, want ze zit vervat in de rechtspositieregeling.

7 7.1 14

Verduidelijking van de fractietoelage

12 12.2 1

Tekstuele wijziging voor correcte artikelverwijzing.

12 12.2 1

Er wordt bepaald om deze wijzigingen aan de rechtspositieregeling op 1 november 2013 in werking te laten treden. Met uitzondering van de wijzigingen aan titel 5.1.6 artikel 19§1 en bijlage II, omdat het omwille van de overgang naar SAP op 1/01/2014 niet efficiënt is om dit nog in het huidige systeem aan te passen.

12 12.3 5

Toevoeging van overgangsbepalingen in verband met de lopende stelsels van halftijds vervroegde uittreding en vrijwillige vierdagenweek aangezien dit uitdovende stelsels zijn.

12 12.3 12

Dit artikel wordt geschrapt omdat de desbetreffende personeelsleden ondertussen zijn overdragen naar het Zorgbedrijf.

12 12.3 14

De functies adjunct-coördinator arbeidsveiligheid, consulent arbeidsveiligheid en deskundige arbeidsveiligheid worden geschrapt uit de voorwaarden aangezien deze functies enkel voorkomen bij de gemeenschappelijke preventiedienst en hierdoor enkel door OCMW aangesteld worden.

12 12.3 7bis

Er dient een overgangsmaatregel bepaald te worden om de wijziging aan artikel 2 van titel 6.1 te kunnen toepassen.

13

 

 

Aanvulling van de definitie van BVR RPR zodat ook de latere wijzigingen aan dit besluit van toepassing zijn.

13

 

 

Verduidelijking dat het college voor het lager brandweerpersoneel de aanstellende overheid is.

Bijlage I

3.1 algemene aanwervings-
voorwaarden

 

Toevoeging dat een kandidaat via zijn identiteitsgegevens moet bewijzen dat hij minstens 18 jaar is en aan de nationaliteitsvoorwaarde voldoet.
Herformulering van de  afwijking van het minimum aantal jaren ervaring voor functie in hogere rang.

Bijlage I

 3.2 algemene
bevorderings-
voorwaarden

 

Toevoeging dat ook bij bevordering aan de taalvoorwaarden voldaan moet zijn.
Verduidelijking dat de niveauanciënniteit bij de stad gepresteerd moet zijn.
De voorwaarde ‘slagen voor vergelijkende selectie’ was enkel opgenomen als aanwervingsvoorwaarde en moet ook opgenomen worden als bevorderingsvoorwaarde.
Bewijsmiddel 'verklaring op eer' wordt toegevoegd bij de voorwaarde 'zo nodig het vereiste diploma hebben'.

Bijlage I

3.3 specifieke voorwaarden 

 

In de verduidelijking voor laatstejaarsstudenten is een formulering dubbel opgenomen die geschrapt dient te worden. Net zoals reeds bij de aanwervingsvoorwaarden is opgenomen is een verklaring op eer een geldig bewijs van bezit van diploma.
Personeelsleden die werkzaam zijn bij de gemeenschappelijke preventiedienst worden na dit besluit niet meer aangesteld door de stad maar door OCMW. De functies worden daarom geschrapt.
De functies die conform het gemeenteraadsbesluit van 29/05/2012 werden herbenoemd, dienen mee opgenomen te worden.
Schrapping van de voorwaarde dat een kopie van het rijbewijs bezorgd moet worden. Een chauffeur moet het origineel van zijn rijbewijs steeds op zak hebben.

Bijlage I

3.4 

 

Vanuit de vaststelling dat het competentieprofiel van consulent niet meer volledig overeenstemt met de verwachte competenties werd een bijkomende competentie, nl. organisatiebetrokkenheid, aan het  competentieprofiel toegevoegd. Bovendien wordt dit competentieprofiel in functie van de loopbaanpaden ook ingevoerd in de publieke functiefamilie, waar tot op heden nog geen profiel van consulent was opgenomen. De competentie organisatiebetrokkenheid wordt daarnaast ook toegevoegd aan het gelijkaardige leidinggevende profiel ‘afdelingschef’ in de functiefamilie ‘staf en administratie’ en in de technische functiefamilie. Dergelijke wijzigingen zijn noodzakelijk gezien de competentieprofielen de basis vormen van overige HR-instrumenten zoals selectie, waardering, vorming, etc.

Juridische grond

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt. De minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling werden door de Vlaamse Regering vastgesteld in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007 en latere wijzigingen.

Fasering

Dit besluit moet worden onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties en wordt op het hoog overlegcomité van 17 oktober 2013 voorgelegd, ter afsluit van een protocol. Dit besluit werd eveneens overlegd met de OCMW-administratie en er wordt advies gevraagd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt bijgevoegde wijzigingen aan de rechtspositieregeling ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad nadat hierover onderhandeld werd met de representatieve vakbonden en onder voorbehoud van gunstig advies van de raad voor maatschappelijk welzijn.

Artikel 2

Het college beslist advies te vragen aan de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de wijzigingen aan de rechtspositieregeling van 24 juni 2013 (jaarnummer 471) en betreffende de wijzigingen aan de rechtspositieregeling zoals opgenomen in bijlage.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.