Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Liesbeth Homans, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Philip Heylen, schepen;
Serge Muyters, waarnemend korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_09521 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20133766 - district Merksem - Burgemeester Jozef Masurebrug ZN - Goedkeuring
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Aanleiding en context
| Aanvrager: |
Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen |
| De aanvraag omvat: |
aanleggen van een spitsstrook op de E19 |
| Dossiernummer: |
NME/B/P//20133766 |
Argumentatie
Het college beslist op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag.
Juridische grond
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag met inbegrip van de beoordeling van de ingediende bezwaren, goed te keuren voor een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, onder volgende voorwaarden:
- verder te onderzoeken of de 2de rijstrook van rechts, vanaf het afrittencomplex Merksem tot de afsplitsing van de A12, gesignaleerd moet worden voor beide richtingen E19 Breda en A12 Bergen-Op-Zoom, in plaats van uitsluitend richting E19 Breda;
- er dienen voldoende portieken, waarop de vakbewegingen in functie van de hulpdiensten aangepast kunnen worden, boven de E19/A1 geplaatst te worden;
- er dienen vaste tijdsblokken vastgelegd te worden waarin de spitsstrook open is. Zoniet is het voor de hulpdiensten onbegonnen werk om aanrijroutes te bepalen;
- A.W.V. dient een risico-analyse te laten uitvoeren om na te gaan of de bereikbaarheid van incidenten door de hulpdiensten en/of de doorgang van de hulpdiensten in geval van ernstige files en ongelukken verzekerd blijft. Indien de bereikbaarheid en de doorgang niet gegarandeerd is, dienen bijkomende maatregelen genomen te worden;
- pechhavens moeten volgens de Nederlandse ROA-richtlijn beschikbaar zijn met tussenafstanden van maximum 1000 meter. Omdat de pechstrook als rijstrook zal worden gebruikt, moet die de afmetingen hebben van een volwaardige rijstrook en moet rechts naast de rijstrook een redresseerstrook worden voorzien. De strook moet dezelfde stabiliteit en wegverharding hebben als de reguliere rijstroken. Pechhavens moeten ook een voldoende breedte hebben. De breedte van 3 meter naast de afschermende constructie, zoals weergegeven op plandeel 3, is ontoereikend;
- de veiligheidsstrook, tussen rijstrook en boordsteen, moet een minimumbreedte hebben van 75 cm. Hiervoor is nu 50 cm voorzien en op het plandeel 4, 5, 6, 7 en 8 zelfs maar 30 cm. Op plaatsen waar afschermende constructies nodig zijn, moeten die worden voorzien van het type met voldoende kerend vermogen. Dat is inzonderheid het geval ter hoogte van brugpijlers, geluidsschermen, taluds en dergelijke. Uit de bouwaanvraag blijkt niet dat aan deze voorwaarde wordt voldaan. De constructies D02 richting Breda en D01 richting Antwerpen moeten ook worden voorzien van afschermende constructies;
- op het wegvak waarop de spitsstrook wordt voorzien, moet variabele rijstrooksignalisatie worden aangebracht. Analoog met de E313 moet een procedure worden afgesproken die moet worden doorlopen vooraleer de rijstrook toegankelijk wordt gemaakt voor het autoverkeer en in geval van incidenten. Wanneer de spitsstrook in gebruik is, moet de rijsnelheid op de andere rijstroken worden aangepast naar maximum 100 km/uur. Om het aantal ongevallen te beperken moet worden overwogen om het volledige wegvak onder trajectbewaking te plaatsen;
- er moet worden gezocht naar een eenduidige signalisatie ter hoogte van de op- en afritten. In geen geval mag gebruik worden gemaakt van rijstrookverminderingspijlen om uitritten aan te duiden. Bovendien is het onduidelijk hoe met de overgang van de spitsstrook naar de uitvoegstroken wordt omgegaan. Afhankelijk van het plandeel zijn tussen Antwerpen noord en Kleine Bareel op de dwarsdoorsnedes soms zelfs 2 spitsstroken voorzien, of is de spitsstrook op de dwarsdoorsnede BB niet aanwezig. De pechhaven aan de inrichting D01 is alleen maar bereikbaar indien de voertuigen zo goed als stilstaan of een achteruitrijmanoeuvre maken;
- de belijning van de spitsstrook moet steeds op dezelfde manier worden uitgevoerd. Door de kwaliteit van de aangeleverde documenten kon niet worden opgemaakt welke de mobiliteitseffecten zijn op het onderliggende wegennet. Het zou een meerwaarde zijn, mocht de belasting op de kruispunten Bredabaan-Kapelsesteenwegen-Groenendaallaan-op en afrit Ring mee in beeld worden gebracht. Het is immers niet ondenkbaar dat het aanbieden van extra capaciteit op de E19 geen bijkomend verkeersaanbod zal doen ontstaan;
- advies van de federale wegpolitie is derhalve gewenst;
- de bijgevoegde opmerkingen en voorwaarden van de brandweer strikt na te leven.
Artikel 2
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst |
Taak |
| SW/V/SV |
Het advies te bezorgen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar |
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.