Terug

2013_DCWI_00564 - Groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Advies signaalgebieden - Advies gevraagd door het college van burgemeester en schepenen - Bekrachtiging

districtscollege Wilrijk
ma 15/07/2013 - 18:15 Collegezaal gemeenschapscentrum Wilrijk
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robert Moens, districtsschepen; Hans Ides, districtsschepen, waarnemend voorzitter; Werner Theuns, districtsschepen; Jan Schaut, districtssecretaris

Verontschuldigd

Kristof Bossuyt, voorzitter van het districtscollege; Linda Verlinden, districtsschepen

Secretaris

Jan Schaut, districtssecretaris
2013_DCWI_00564 - Groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Advies signaalgebieden - Advies gevraagd door het college van burgemeester en schepenen - Bekrachtiging 2013_DCWI_00564 - Groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Advies signaalgebieden - Advies gevraagd door het college van burgemeester en schepenen - Bekrachtiging

Motivering

Aanleiding en context

Op 29 maart 2013 keurde de Vlaamse regering een conceptnota goed met de aanpak voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in kader van de korte termijnactie signaalgebieden van het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Met deze conceptnota wordt een systematische aanpak voorgesteld voor de nog niet ontwikkelde gebieden met een harde bestemming (zoals bijvoorbeeld wonen, industrie) die een hoge kans op overstromen hebben. Er wordt een bewarend beleid (stand still via instructies) en proactief beleid (herbestemming of voorschriften) voor deze gebieden voorgesteld. Op deze manier wordt de doorwerking van de oefening 'toetsing signaalgebieden' die de afgelopen jaren door de bekkenbesturen uitgevoerd werd, gegarandeerd.

Per signaalgebied zal de Vlaamse regering een startbeslissing nemen over de verdere aanpak met inbegrip van een voorstel met betrekking tot het in te zetten instrumentarium en eventueel de initiatiefnemer. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is belast met de voorbereiding hiervan.

Voor een eerste reeks van 68 signaalgebieden die al door de bekkenbesturen werden behandeld moet ten laatste tegen eind 2013 een voorstel van verdere aanpak ter beslissing voorgelegd worden aan de Vlaamse regering, waaronder 3 signaalgebieden op het grondgebied van de stad Antwerpen.

1. Antwerpen (Wilrijk) Kleine Struisbeek-Kleine Doornstraat
2. Antwerpen (Wilrijk) Benedenvliet-Ijsselaar
3. Antwerpen (Ekeren) Schoon Schijn-Zwarte Beek

De Vlaamse regering beslist voor elke reeks signaalgebieden over de door CIW voorgestelde aanpak en beslist over het initiatiefnemend bestuur, de timing en de eventuele opties voor nabestemming.

De voorgestelde aanpak kan zijn:

- geen actie, watertoets;
- bijkomende maatregelen in functie van het watersysteem met behoud van bestemming;
- nieuwe functionele invulling van het gebied via instrumentenmix.

Daarbij kan ook onderscheid gemaakt worden tussen:

- beperkt signaalgebied binnen gemeentegrens zonder beleidsopportuniteiten voor hogere besturen;
- gemeentegrensoverschrijdende signaalgebieden en/of gebieden met opportuniteiten voor andere besturen.

In een eerdere consultatieronde werden de districten betrokken. Op 4 april 2011 werd er door de Vlaamse Milieumaatschappij en het Bekkensecretariaat Benedenscheldebekken een toelichting gegeven in de raadscommissie van het district Ekeren over het signaalgebied Puihoek/Schoon Schijn. De districtsraad ging akkoord met de conclusies van de toelichting en adviseerde om het gebied te herbestemmen naar een open ruimte bestemming (jaarnummer 578). In oktober 2011 formuleerde het districtscollege van Wilrijk, na toelichting van de twee signaalgebieden, het standpunt dat bebouwing en industrie niet wenselijk zijn en dat er politiek draagvlak inzake bestemmingswijziging is (jaarnummer 4092).

Op 27 mei 2013 kreeg de afdeling Ruimte een brief (VIP14: 0012013031084) met de vraag om advies uit te brengen, zodat de CIW hiermee rekening kan houden bij het voorbereiden van de startbeslissing door de Vlaamse regering. Deze vraag om advies werd eveneens bezorgd aan het district Wilrijk. Het districtscollege nam op 3 juni 2013 (jaarnummer 429) kennis van de vraag om advies en besliste het advies in te winnen van Handel en Industrie Wilrijk, de betrokkens stedelijke kabinetten en de milieudienst.

Gelet op de strakke timing vooropgesteld door de Vlaamse regering moet de stad Antwerpen het advies uiterlijk tegen 24 juni 2013 uitbrengen. Gelet op deze strakke timing werd dit advies niet formeel voorgelegd aan de respectievelijke districten Ekeren en Wilrijk.

Argumentatie

Gelet op de strakke timing werd het advies, opgemaakt overeenkomstig zijn beslissing van 3 juni 2013, door de districtsadministratie op 18 juni 2013 overgemaakt aan de stedelijke administratie voor opname in het advies van het college. 

Juridische grond

1 Europese richtlijn

In uitvoering van de Europese overstromingsrichtlijn (ORL) van 23 oktober 2007 (RL 2007/60/EG) moeten de lidstaten overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten opstellen. De overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten zijn erop gericht het publiek en de (lokale) besturen inzicht te bieden in de aard en omvang van de risico’s, ook als grondslag voor de aanpak voor het beheer van het risico. In Vlaanderen werd deze richtlijn omgezet via het Decreet Integraal Waterbeleid.

De overstromingsrisicobeheerplannen zullen integraal deel uitmaken van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen (2015-2021 - vaststelling Vlaamse Regering tegen uiterlijk 22 december 2015). De kaarten dienen uiterlijk op 22 december 2013 voltooid te zijn (art 8 RL) en ten laatste 3 maanden later - 22 maart 2014 - dient over de kaarten te worden gerapporteerd aan de Europese Commissie (artikel 15 RL).

2 Besluit Vlaamse Regering

Bij de goedkeuring van het groenboek "Vlaanderen in 2050. Mensenmaat in een metropool? – Beleidsplan van Vlaanderen" (VR 2012 0405 DOC.0416/1), goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 4 mei 2012, is de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, gelast de volgende korte-termijn-actie in samenwerking met de bevoegde Vlaamse ministers op te starten:

  • bij de voorbereidingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen de nodige aandacht te besteden aan het behoud van het waterbergend vermogen. Daarbij moet niet alleen uitgegaan worden van het herstel en het behoud van beek- en riviervalleien als structurerend fysisch systeem voor verdere ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook van een maximale meekoppeling van waterberging met andere functies;
  • de gepaste instrumenten te ontwikkelen om het behoud van het waterbergend vermogen in de overstromigsgevoelige gebieden te waarborgen. Bij de ontwikkeling van die instrumenten voldoende mogelijkheden voor maatwerk te laten en voldoende nuance aan te brengen naargelang het type overstromingsgebied en de overstromigsrisico's, en rekening houdende met de financiële en maatschappelijke kosten en baten ervan.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is gelast om in de loop van 2013 de eerste reeks signaalgebieden ter beslissing aan de Vlaamse Regering voor te leggen en een tweede reeks in de eerste helft van 2014.

3 Instrumenten

Het bestaande en verder te ontwikkelen instrumentarium voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in een harde bestemming omvat:

  • watertoets (het vragen van advies door de vergunningverlener);
  • informatieplicht (potentiele kopers en huurders nog voor de contractuele fase informeren);
  • handleiding adaptief bouwen (in opmaak);
  • afbakening van overstromingsgebieden met daarbij onteigening ten algemeen nut, recht van voorkoop, aankoopplicht of vergoedingsplicht;
  • gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozingen van afvalwater en hemelwater (percelen > 250 m²);
  • gebiedsgerichte aanpak via RUP;
  • planologische ruil;
  • herverkaveling uit kracht van wet gecombineerd met planologische ruil;
  • erfdienstbaarheden tot openbaar nut en erfdienstbaarheden die verplichten tot adaptief bouwen;
  • heroriëntatie Rubiconfonds (afkomstig uit planbaten, als doel lokale infrastructuurprojecten gericht op waterbeheersing te subsidiëren).

Besluit

Het districtscollege wilrijk beslist:

Artikel 1

 

Het districtscollege bekrachtigt het volgend advies :

Benedenvliet-IJsselaar (Antwerpen(Wilrijk)/Aartselaar)
Het aandachtsgebied heeft op het grondgebied van Wilrijk als hoofdbestemming bedrijfszone met een overdruk als zone voor lijnvormige infrastructuur.
Door de overdruk van de reservatiestrook zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van het aandachtsgebied beperkt. Daarnaast zal er waarschijnlijk op korte termijn gestart worden met een gewestelijk RUP waar onder meer dit aandachtsgebied wordt opgenomen. Omwille van die reden suggereert Wilrijk om sterk rekening te houden met de watergevoeligheid van het gebied.
Reeds in 2000 werd het volgende gezegd: De dimensie van de bypass moet in verhouding staan met het te bouwen bergingsvolume stroomafwaarts de A12. Zoniet zou de overstromingsproblematiek op de Kleidaallaan vergroten. Om reden dat de beschikbare ruimte daar beperkt is, is het noodzakelijk dat het volledige aandachtsgebied intact blijft. Alleen op die manier kan het overstromingsprobleem tegelijk voor zowel de Neerlandwijk als de Kleidaallaan verminderd worden.
Dit vroegere advies lijkt ons vandaag nog actueel.

Voor het signaalgebied Kleine Struisbeek:
Eerst en vooral: de provincie Antwerpen wil dit signaalgebied ‘trekken’ en de deputatie stelt voor om hier een overstromingsgebied van te maken.
Het gewestelijk RUP is nog niet opgestart, maar toch is dit voor Wilrijk nu al een belangrijk dossier. Aangezien de provinciale dienst Integraal Waterbeleid voorziet om een retentiebekken in dit gebied aan te leggen, neemt de provincie hier mee initiatief om de waterproblematiek aan te pakken. In die zin sluit Wilrijk zich dus aan bij het provinciale initiatief en wenst te benadrukken dat ruimte voor water zeer belangrijk is voor het vrijwaren van de bewoonde stukken van het Neerland.
Wilrijk sluit zich daarom ook aan bij eerdere stellingen die aangeven dat het aandachtgebied langs de Kleine Struisbeek vrijwaren nodig is om niet nog verder bergingsvolume te verliezen en geen bijkomende versnelde afvoer te creëren naar het overstromingsgebied van de Grote Struisbeek. De inrichting van het aandachtgebied als overstromingsgebied is hierbij te overwegen en verdient nader onderzoek.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.