Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en bij collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd.
Het college besliste op 16 maart 2000 (jaarnummer 3984) zijn bevoegdheid voor lokaal jeugdbeleid over te dragen aan de bureaus van de districtsraden.
Met het collegebesluit van 17 augustus 2007 (jaarnummer 10513) draagt het college de bevoegdheden waarover het beschikt op grond van artikel 57 § 3, 5° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 over aan de districtscolleges binnen de beleidsdomeinen van de districten, zoals vastgelegd bij het collegebesluit van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984). Het districtscollege is bevoegd voor lokaal jeugdbeleid.
Er komen regelmatig ad hoc vragen van buurtbewoners om een extra speelterrein aan te leggen in de buurt. Verschillende burgers schreven het district aan met deze vraag. Omdat het niet mogelijk is om op iedere vraag in te spelen en omdat er correcte keuzes gemaakt kunnen worden, is het belangrijk om in kaart te brengen wat er reeds is en hoe deze verdeling eruit ziet.
Er is eveneens input vanuit de kinderdistrictsraad. De kinderdistrictsraad kreeg de kans om in gesprek te gaan met het nieuwe districtscollege. Tijdens dit gesprek kwam er sterk naar boven dat kinderen de omgeving aan de scholen niet erg veilig vinden. Kinderen van de laatste graad lager onderwijs willen alleen naar school komen, maar de weg ernaar toe wordt ervaren als niet veilig. Tijdens het scholenoverleg werd dit bevestigd door de directie.
Op 15 juli 2013 keurde het districtscollege het bestek en de procedure goed voor de opmaak van een sterk visueel onderzoeksrapport voor een speelruimteplan van het district Wilrijk. (2013_DCWI_00558 )
In het bestuursakkoord van district Wilrijk staan volgende acties beschreven:
In het bestuursakkoord van stad Antwerpen staan volgende acties beschreven:
In het jeugdbeleidsplan 2011-2013 (goedgekeurd op 27 mei 2010, jaarnummer 746) staat volgende doelstelling beschreven:
‘Via onderhoud en heraanleg wordt er gewerkt aan kwaliteitsvolle speelterreinen waarbij het Wilrijkse speelruimteweefsel aan kinderen en jongeren voldoende speelplekken biedt met hogere speelwaarde en veilige routes om er te geraken.‘
Om dit alles in kaart te brengen werd er bij de budgetwijziging een budget van 34.000,00 euro voorzien om een onderzoek te laten doorgaan dat een speelruimteplan opmaakt voor Wilrijk. Dit onderzoek zal via een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking worden uitbesteed. Het onderzoek naar de schoolroutes zal opgenomen worden door de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit en stadsontwikkeling/stedelijke Staten-generaal van de Verkeersveiligheid in Antwerpen.
Fases van het onderzoek:
|
Wat |
Wanneer |
|
Intake GAC (opmaak bestek) |
juni 2013 |
|
Beoordeling jury |
september 2013 |
|
Start onderzoek |
september 2013 – januari 2014 |
|
Resultaten onderzoek |
februari 2014 |
Het onderzoek zou een ideale aanzet zijn om verschillende doelstellingen te verwezenlijken die het nieuwe districtsbestuur opstelde.
Verder is het aangewezen dat de kindvriendelijkheid van de publieke ruimte onderzocht wordt en schoolroutes in beeld worden gebracht. Daaruit kunnen actiepunten en beleidsvoorstellen worden opgesteld. Met de resultaten van dit onderzoek kan het districtscollege gerichte en doordachte beslissingen nemen. Door dit onderzoek op te starten worden alle scholen betrokken en krijgen ze allen inspraak in dit onderzoek. De medewerking en input is van groot belang bij de opmaak van dit onderzoek, schooldirecties en de kinderen zelf zijn namelijk het beste op de hoogte van de pijnpunten en de eventuele gevaarzones. Deze input is van groot belang bij de opmaak van het onderzoek en de verder opvolging van de resultaten.
Er is nood aan een duidelijk weegave van het aantal speelterreinen per wijk, de spreiding van de speelterreinen en de toegankelijkheid naar de speelterreinen. Via het scholenoverleg komen er regelmatig bezorgdheden naar boven over de veiligheid rond de scholen. Scholen investeren in het lessenpakket om hier verkeerseducatie in te steken, maar enkel dit is niet voldoende. Het belang van een verkeersveilige schoolomgeving speelt hier ook mee, het district kan hierin een belangrijke rol spelen. Om dit in kaart te brengen zal deze opdracht worden uitbesteed aan een onderzoeksbureau. Het in kaart brengen van de ‘pijnpunten’ voor kinderen om (zelfstandig) veilig naar school te gaan, zodat het bestuur hierop kan inspelen, zal gebeuren door de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit en de stedelijke Staten-Generaal van de verkeersveiligheid.
Voor beide onderzoeken is het van belang om inspraak te krijgen van de kinderen die we willen bereiken via de scholen. Vandaar dat we beide onderzoeken aan elkaar willen koppelen.
Het onderzoek zal door een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking onderhandelt door de Gemeenschappelijke Aankoopcentrale uitbesteed worden. Een jury komt hiervoor samen en maakt een keuze met welk onderzoeksbureau er wordt samengewerkt. Het onderzoeksbureau zal methodieken uitwerken om toe te passen in de klassen, de uitvoering hiervan zal gebeuren door de jeugddienst en het stedelijk wijkoverleg. Er wordt gekozen om samen te werken met het vierde, vijfde en zesde leerjaar en het eerste en tweede middelbaar.
De diensten stadsontwikkeling/mobiliteit en stadsontwikkeling/stedelijke Staten-Generaal van de verkeersveiligheid in Antwerpen zal in deze vragenlijst enkele vragen opnemen die betrekking hebben tot mobiliteit rond de schoolomgeving. Zij zullen verder instaan voor de verwerking van deze gegevens, dit maakt dat er geen extra kost zal zijn. Het district Wilrijk vormt hierin een pilootproject voor de stad.
Het onderzoeksbureau en de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit zullen beiden hun analyse en ideeën in een onderzoeksrapport weergeven. Beide diensten bekijken wat hun mogelijkheden zijn. In het sterk visueel ondersteund onderzoeksrapport worden voorstellen geformuleerd voor een kindvriendelijke publieke ruimte om zo de zelfstandige mobiliteit van kinderen en jongeren te verhogen binnen het district. De voorstellen zijn aangepast aan de Antwerpse beleidscontext. Ze moeten haalbaar en concreet zijn, zowel ruimtelijk, politiek als financieel.
Het districtscollege keurt het principe naar kindvriendelijke publieke ruimten, het speelruimte weefselplan en schoolroutes goed.
Het districtscollege geeft de opdracht aan volgende volgende diensten om mee te werken aan dit onderzoek: