Terug

2013_CBS_08074 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Advies addendum bij kenningsgevingsdossier plan-MER - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/08/2013 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_08074 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Advies addendum bij kenningsgevingsdossier plan-MER - Goedkeuring 2013_CBS_08074 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek - Advies addendum bij kenningsgevingsdossier plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Onderzoek

Het addendum op het kennisgevingsdossier lag ter inzage van het publiek van 10 juni 2013 tot en met 9 augustus 2013 in het districtshuis van Berendrect-Zandvliet-Lillo en bij stadsontwikkeling/ruimtelijk beleid.

Binnen deze periode kon iedereen opmerkingen geven over de nota rond de gewenste inhoud van de milieubeoordeling, in het bijzonder over de milieueffecten die ermee samenhangen, de manier waarop deze effecten bestudeerd worden en de te bestuderen alternatieven.

Het doel van de inspraakronde is om bruikbare suggesties te verkrijgen die het onderzoek in de milieubeoordeling verbeteren en/of vervolledigen.

Regelgeving: bevoegdheid

De bevoegdheid van het college om het openbaar onderzoek te organiseren en advies te verlenen is gebaseerd op artikel 4.2.8 §4 en 4.2.11 §1 van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Aanleiding en context

Per brief van 13 november 2012 vroeg de Vlaamse overheid aan de stad om de kennisgevingsnota voor het plan-MER ‘gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ ter inzage te leggen en om er een advies over te bezorgen aan de dienst MER (milieueffectrapportage) van de Vlaamse overheid.

Op 18 januari 2013 (jaarnummer 326) formuleerde het college van burgemeester en schepenen een advies op het kennisgevingsdossier.

Per brief van 27 mei 2013 vroeg de Vlaamse overheid om het addendum bij de kennisgeving voor het plan-MER ‘GRUP Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek’ ter inzage te leggen en om er een advies over te bezorgen aan de dienst MER.

Het addendum op de kennisgevingsnota is opgesteld in opdracht van Elia Asset nv. Tijdens de bekendmaking van de kennisgeving en het richtlijnenoverleg werden verscheidene inspraakreacties overgemaakt die betrekking hadden over de te onderzoeken alternatieven.

In de daaropvolgende richtlijnen van de dienst MER werd gevraagd om in een aparte nota inzichtelijk te maken hoe de afweging van de te onderzoeken alternatieven werd uitgevoerd. Er werd gevraagd om voor de alternatieven na te gaan welke de voor- en nadelen zijn op vlak van technische haalbaarheid, ruimtelijke inpasbaarheid en milieuaspecten, om zo een gefundeerde keuze te kunnen maken welke alternatieven wel of niet verder in het MER dienen onderzocht te worden. Het addendum dient beschouwd te worden als een uitbreiding binnen hoofdstuk 2 waarin de alternatieven worden besproken.

Argumentatie

Het project Brabo omvat de aanleg door Elia Asset nv van een nieuwe hoogspanningslijn tussen Zandvliet en Liefkenshoek, waarvoor nieuwe masten en portieken nodig zijn. Het project vereist een bestemmingswijziging, een GRUP en een plan-MER. Het addendum op de kennisgevingsnota waarover in dit besluit opmerkingen worden geformuleerd, kadert in de plan-MER-procedure.

De doelstellingen van het project Brabo kunnen als volgt worden samengevat:

  • verzekeren bevoorradingszekerheid en netveiligheid in de haven;
  • aansluiten bijkomende productie-eenheden op het net (zowel hernieuwbare als klassieke bronnen);
  • versterken verbinding met Nederland voor Belgische bevoorradingszekerheid en opvangen van variabele fluxen in het net.

De nieuwe 380 kV-hoogspanningslijn zal tussen de hoogspanningsstations van Zandvliet en Lillo lopen, de Schelde kruisen en verder lopen naar Liefkenshoek. Op Linkeroever wordt aangesloten op een bestaande 150 kV-lijn die opgewaardeerd wordt naar 380 kV en loopt tot het hoogspanningsstation Mercator (Kruibeke).

De kennisgevingsnota beschreef drie mogelijke tracés:

  • basistracé: een nieuwe hoogspanningslijn vanaf het hoogspanningsstation Zandvliet naar Lillo, met een oversteek aan de Schelde ter hoogte van de Liefkenshoektunnel naar Liefkenshoek. Ter hoogte van Lillo wordt een nieuw hoogspanningsstation voorzien;
  • alternatief 1: een hoogspanningslijn over een lengte van 4,30 kilometer ten westen van de Scheldelaan van het bedrijf Solvay tot aan het hoogspanningsstation Lillo, gebundeld met de bestaande, bovengrondse 150 kV-verbinding;
  • alternatief 2: recuperatie van het bestaande 150 kV-traject tussen Solvay en Lillo over een lengte van ca. 3,20 km tot aan het hoogspanningsstation Lillo. Deze bestaande verbinding wordt ondergronds aangelegd.

Het addendum op de kennisgevingsnota bevat bijkomend volgende mogelijke tracés:

  • alternatief 3: een nieuwe hoogspanningslijn via Linkeroever. Dit alternatief wordt voorgesteld om de rechteroever te vrijwaren;
  • alternatief 4: is een variant op alternatief 2. Nagegaan wordt of het mogelijk is een bijkomende 380 kV-verbinding te realiseren door de geleiders op te hangen op bestaande masten van de 150 kV-lijn;
  • alternatief 5: volgt grotendeels het basistracé. Ter hoogte van de kruising van het sluizencomplex Berendrecht- en Zandvlietsluis wordt een ondergrondse kruising voorzien. Hierbij werd rekening gehouden met de mogelijke aanleg van een derde sluis aan de noordzijde van het huidige sluizencomplex;
  • alternatief 6: volgt grotendeels het basistracé. Ter hoogte van de kruising van het sluizencomplex Berendrecht- en Zandvlietsluis wordt een ondergrondse kruising voorzien die oostelijker gelegen is ten opzichte van het basistracé;
  • alternatief 7: een nieuwe volledige ondergrondse 380 kV-verbinding via de Scheldelaan van Zandvliet tot aan het hoogspanningsstation te Lillo;
  • alternatief 8: een bovengrondse 380 kV-verbinding tussen Zandvliet en Lillo buiten het havengebied, langs de bestaande 150 kV-leiding die grotendeels langs de A12 loopt;
  • alternatief 9: volgt het basistracé, maar voorziet een ondergrondse kruising van de Schelde voor de verbinding naar Liefkenshoek;
  • alternatief 10: volgt grotendeels het basistracé, maar voorziet in een meer westelijke kruising van het sluizencomplex Berendrecht- en Zandvlietsluis, zo dicht mogelijk tegen de Schelde aan.

Een analyse van de technische haalbaarheid en bedrijfszekerheid, ruimtelijke inpasbaarheid en mogelijke milieu-impact leidden in het addendum tot de conclusie dat volgende alternatieven verder onderzocht zullen worden in het MER. Deze alternatieven worden allen als redelijk haalbaar geacht:

  • alternatieven 1 en 2 die al in de kennisgeving waren opgenomen;
  • alternatief 6 met een oostelijke kruising van het sluizencomplex.
  • alternatief 8 dat de omtrekkende beweging langs de A12 maakt;

Volgende alternatieven worden in het addendum niet als redelijk haalbaar beschouwd:

  • alternatief 3 voldoet niet aan de doelstellingen en is technisch en ruimtelijk complexer dan het basistracé;
  • alternatief 4, het bijhangen van extra geleiders op de bestaande lijn, is technisch niet mogelijk. Oplossingen om dit technisch realiseerbaar te maken resulteren in alternatief 2;
  • alternatieven 5, 7 en 9 brengen dermate grote risico’s met zich mee op vlak van bevoorradingszekerheid, technische haalbaarheid en ruimtelijke inpasbaarheid, dat deze niet als te verantwoorden alternatieven worden beschouwd;
  • alternatief 10 is ruimtelijk niet verenigbaar met de bestaande havenactiviteiten.

Ten opzichte van de kennisgeving zullen er in het MER-onderzoek dus twee bijkomende alternatieven onderzocht worden.

Het plan-MER zal belangrijke indicaties geven over de impact van de tracés op stad en haven. Met het oog hierop dienen er zich enkele algemene opmerkingen aan. Deze worden gebundeld in een advies en bezorgd aan de dienst MER:

  1. Een aantal alternatieven vergen een gedeeltelijke of gehele ondergrondse aanleg. Voor alternatief 5 wordt een ondergrondse kruising bij het sluizencomplex Berendrecht- en Zandvlietsluis voorzien. Alternatief 7 houdt een volledige ondergrondse aanleg in. Alternatief 8 houdt de recuperatie van de bestaande 150 kV-lijn in langs de A12 en het ondergronds aanbrengen van de bestaande lijn in de wegenis. Voor elk van deze alternatieven is uitgegaan van een gestuurde boring. Een andere optie om de kabels in tunnels te voorzien wordt niet verder onderzocht;
  2. Gevraagd wordt om voor de alternatieven 5, 7 en 8 niet enkel gestuurde boringen maar ook de gedeeltelijke of gehele aanleg in een tunnel mee te nemen in de verdere plan-MER procedure. De onduidelijkheid rond de haalbaarheid van deze optie kan gedurende de verdere procedure uitgeklaard worden;
  3. Alternatief 9 vraagt een ondergrondse kruising van de Schelde ter hoogte van Lillo. Ook hier is verder onderzoek ter hoogte van de Scheldekruising nodig naar de effecten op Schelderadarketen.

Juridische grond

Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het advies voor het addendum bij het kenningsgevingsdossier van het plan-MER 'Hoogspanningslijn Zandvliet-Lillo-Liefkenshoek' goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.