Terug

2013_CBS_07722 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Prins Boudewijnlaan 321 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/266/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 02/08/2013 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_07722 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Prins Boudewijnlaan 321 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/266/JW - Kennisneming 2013_CBS_07722 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Prins Boudewijnlaan 321 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/266/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2

zwembaden

afdeling 5.32.9

Artikel 3

Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

  • zolang de maandelijkse en dagelijkse controles van het water de goede kwaliteit bevestigen, is een onmiddellijke aanpassing van de installatie niet noodzakelijk. Bij vervanging of aanpassing van (delen van) de installatie dient wel steeds minimum voldaan te worden aan de geldende sectorale voorwaarden;
  • de exploitant zal per verdieping ten minste één afvoerpunt van kuiswater moeten voorzien, zodat de vloeren met voldoende water gereinigd kunnen worden;
  • alle loszittende voegen dienen degelijk opgevoegd te worden;
  • een goed uitgeruste EHBO-kist moet steeds vrij beschikbaar zijn voor de bezoekers;
  • de inrichting dient geregulariseerd te worden om gebruikt te kunnen worden als publiek toegankelijke ruimte op die locatie.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.