Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing : decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Ferdinand Verbieststraat, district Antwerpen:
De vereiste signalisatie en wegmarkeringen werden aangebracht.
Deze proefopstelling werd gunstig geëvalueerd door de verkeerspolitie en stadsontwikkeling/ mobiliteit en wordt nu bestendigd.
Voor de Ferdinand Verbieststraat bestaat er een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer, dat echter niet langer voldoet aan de actuele verkeerssituatie. De dienst stadsontwikkeling/mobiliteit stelt voor een nieuw aanvullend verkeersreglement op te stellen aangepast aan de huidige of gewenste verkeerssituatie:
Het inrichten van de proefopstelling in de Ferdinand Verbieststraat heeft niet geleid tot een verhoging van het aantal ongevallen tijdens deze periode. Tevens is er geen melding van klachten in verband met deze proefopstelling, derhalve mag deze bestendigd worden.
De districtsraad Antwerpen keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Ferdinand Verbieststraat in het district Antwerpen, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 28 april 2008 ( jaarnummer 925):
Artikel 1: het parkeren wordt verboden langs de beide zijden van de verhoogde middenberm over de ganse lengte van de straat:
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirbanden aangebracht.
Artikel 2: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap, langs de oneven zijde, ter hoogte van het nummer 9 (een plaats).
De verkeersborden E9a met onderbord worden aangebracht.
Artikel 3: de rijbaan wordt tussen de huisnummers 3/ 7A en het Groot Hagelkruis verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden langs de oneven zijde van de verhoogde middenberm gemarkeerd vóór de verkeerslichten aan het kruispunt met het Groot Hagelkruis.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 4: de rijbaan wordt langs de even zijde van de verhoogde middenberm, vanaf tegenover het huisnummer 75 tot de Ekersesteenweg verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden gemarkeerd vóór de verkeerslichten aan het kruispunt met de Ekersesteenweg.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 5: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 6: een verkeersgeleider wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen:
Artikel 7: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte evenwijdige strepen langs de oneven zijde, tegenover de nummers 4 - 6.
Artikel 8: parkeervakken worden gemarkeerd door witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 9: een opstelvak voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen wordt gemarkeerd ter hoogte van het kruispunt met de Ekersesteenweg.
Het verkeersbord F14 wordt aangebracht.
Artikel 10: de bestaande verkeerssignalisatie blijft van kracht tot de bekendmaking van onderhavig reglement.