Het college nam sedert 2008 per kwartaal kennis van de vooruitgang van de realisatie van het Bestuursakkoord 2007-2012 via de kwartaalrapportering. De kwartaalrapportering fungeert als een knipperlichtfunctie. Het is het moment waarop de resultaten en mogelijke problemen doelstelling per doelstelling worden aangeduid. Het dient als middel om aan te geven dat sommige problemen een beslissing vereisen, het is echter niet de plaats waar de beslissing effectief genomen wordt.
Op 31 januari 2013 keurde de districtsraad het Bestuursakkoord 2013-2018 goed.
De mandaatopdracht van de bestuurscoördinator district bepaalt dat hij/zij de methodiek van de strategische coördinatie volgt voor:
Opvolgen en rapporteren zijn noodzakelijke stappen in de strategische cyclus. Voor de projectleiders en procesverantwoordelijken wordt opvolging gezien als een beheersinstrument en rapporteren als een middel om problemen te escaleren naar een hoger niveau. Vanuit het districtscollege is het de manier om de vooruitgang in kader van het bestuursakkoord op te volgen.
Naar analogie met het managementteambesluit van 17 september 2008 (jaarnummer 472) (van toepassing op de bedrijfsdirecteurs) werd aan de deskundigen gevraagd om als volgt te rapporteren:
Het Bestuursakkoord 2013-2018 werd nog niet omgezet in de strategische cyclus. Het budget 2013 en de budgetwijziging 1 werden nog opgemaakt op basis van de doelstellingen van het bestuursakkoord 2007-2012. De rapportering gebeurt op dezelfde basis.
De rapportering kan gebruikt worden voor de opmaak van het budget 2014 en de meerjarenplanning 2014-2019 volgens de beleids-en beheerscyclus.
Het districtscollege neemt kennis van de uitgaven op het budget 2013 tijdens de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013.