Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Laurence Kluft - Lodewijk Dosfellei 4 - 2640 Mortsel. De aanvraag omvat verticale boringen in functie van een warmtepompwoning.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan mevrouw Laurence Kluft, Lodewijk Dosfellei 4, 2640 Mortsel, voor de inrichting gelegen op het adres: Van Trierstraat 40, 2018 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: verticale boringen in functie van een warmtepompwoning.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
hoofdstukken 4.1,4.7,4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden - geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlage 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1,4.5.2,4.5.3, 4.5.4,4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4; |
|
gassen - koelinrichtingen / compressoren |
afdeling 5.16.3; |
|
boringen |
hoofdstuk 5.55. |
Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarde en brandvoorzorgsmaatregelen dient na te leven:
1. Bijzondere voorwaarde:
De diepte van de verticale boringen is beperkt tot een diepte van maximaal 70 meter. Indien nodig kan het aantal boringen uitgebreid worden van 8 naar 9 stuks.
2. Brandvoorzorgsmaatregelen:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 19 juli 2013 en eindigt op 19 juli 2033.
Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.