Volgens het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57, paragraaf 3, 1°, is het college bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels.
De Vlaamse regering besliste om, vanaf het in dienst stellen van de Oosterweeltunnel, het vrachtverkeer in de Kennedytunnel te verbieden.
De werkgroep voor uitzonderlijk vervoer van 29 april 2008, georganiseerd door BAM, stelde voor om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter, onder bevoegde begeleiding, toe te laten door de Kennedytunnel (als uitzondering op het geplande vrachtverbod), om het onderliggende wegennetwerk van de stad te ontlasten. Het stadsbestuur (3 oktober 2008, jaarnummer 12395) onderschrijft de conclusie van de werkgroep.
Op 12 december 2008 laat Vlaams minister van Openbare Werken, per brief aan de stad Antwerpen weten zich aan te sluiten bij de conclusie om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter, onder bevoegde begeleiding, toe te laten door de Kennedytunnel. In dezelfde brief kondigt de minister aan dit formeel te zullen bekrachtigen.
De verschillende mogelijkheden voor de route voor uitzonderlijk vervoer werden in het voorjaar van 2013 besproken binnen een werkgroep uitzonderlijk vervoer. De werkgroep werd opgericht binnen het kader van de Stuurgroep Water (collegebesluit 25 januari 2013, jaarnummer 136) en was samengesteld uit de respectieve kabinetsadviseurs voor mobiliteit, ruimtelijke ordening en Haven; de FOD Mobiliteit en Vervoer, Agentschap Wegen en Verkeer, Alfaport, het gemeentelijk havenbedrijf, dienst mobiliteit stad Antwerpen en AG Stadsplanning Antwerpen.
Het college besliste op 5 juli 2013 (jaarnummer 06981) om het voorstel van deze werkgroep goed te keuren, met name om de route via de Scheldekaaien tussen de Generaal Armstrongweg (D’Herbouvillekaai) tot aan de Royerssluis in te richten voor uitzonderlijk vervoer tot 240 ton. Onder meer volgende randvoorwaarden werden gekoppeld aan deze beslissing:
De beslissing van de Vlaamse regering rond het verbod voor vrachtverkeer in de Kennedytunnel vanaf het in dienst stellen van de Oosterweeltunnel, legt een hypotheek op de wegen door de binnenstad die gebruikt worden als route voor uitzonderlijk vervoer. Als gevolg van deze beslissing zou in de toekomst bijna alle uitzonderlijk vervoer via het onderliggend wegennetwerk - Scheldekaaien en Singel - moeten plaatsvinden.
Enkel wanneer de Kennedytunnel open blijft voor het uitzonderlijk vrachtverkeer zal het onderliggend wegennet in grote mate ontlast worden van uitzonderlijk vervoer. Concreet betekent dit dat alle uitzonderlijke transporten lager dan 4,80 meter via de Kennedytunnel worden afgewikkeld.
Als alle uitzonderlijk transport lager dan 4,80 meter de verplichting opgelegd krijgt om de route via de Kennedytunnel en de Oosterweeltunnel te volgen, kan het uitzonderlijk vervoer langs het onderliggende wegennet tot een minimum herleid worden.
Het is wenselijk om deze maatregel te koppelen aan de vergunning, en daarom aan de vergunningverlenende overheid, de FOD Mobiliteit en Vervoer, te vragen om haar vergunningenbeleid voor uitzonderlijk vervoer op te stellen aan de hand van onderstaande hiërarchie:
Het college beslist om de collegiale brief aan Vlaams minster voor Mobiliteit en Openbare Werken met betrekking tot Uitzonderlijk Vervoer goed te keuren.
Het college beslist om de collegiale brief aan de Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit met betrekking tot Uitzonderlijk Vervoer goed te keuren.