Terug

2013_CBS_07365 - Uitzonderlijk Vervoer - Collegiale Brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen

Afwezig

Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_07365 - Uitzonderlijk Vervoer - Collegiale Brief - Goedkeuring 2013_CBS_07365 - Uitzonderlijk Vervoer - Collegiale Brief - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57, paragraaf 3, 1°, is het college bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels.

Aanleiding en context

De Vlaamse regering besliste om, vanaf het in dienst stellen van de Oosterweeltunnel, het vrachtverkeer in de Kennedytunnel te verbieden.

De werkgroep voor uitzonderlijk vervoer van 29 april 2008, georganiseerd door BAM, stelde voor om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter, onder bevoegde begeleiding, toe te laten door de Kennedytunnel (als uitzondering op het geplande vrachtverbod), om het onderliggende wegennetwerk van de stad te ontlasten. Het stadsbestuur (3 oktober 2008, jaarnummer 12395) onderschrijft de conclusie van de werkgroep.

Op 12 december 2008 laat Vlaams minister van Openbare Werken, per brief aan de stad Antwerpen weten zich aan te sluiten bij de conclusie om uitzonderlijk vervoer met maximale hoogte van 4,90 meter, onder bevoegde begeleiding, toe te laten door de Kennedytunnel. In dezelfde brief kondigt de minister aan dit formeel te zullen bekrachtigen.

De verschillende mogelijkheden voor de route voor uitzonderlijk vervoer werden in het voorjaar van 2013 besproken binnen een werkgroep uitzonderlijk vervoer. De werkgroep werd opgericht binnen het kader van de Stuurgroep Water (collegebesluit 25 januari 2013, jaarnummer 136) en was samengesteld uit de respectieve kabinetsadviseurs voor mobiliteit, ruimtelijke ordening en Haven; de FOD Mobiliteit en Vervoer, Agentschap Wegen en Verkeer, Alfaport, het gemeentelijk havenbedrijf, dienst mobiliteit stad Antwerpen en AG Stadsplanning Antwerpen.

Het college besliste op 5 juli 2013 (jaarnummer 06981) om het voorstel van deze werkgroep goed te keuren, met name om de route via de Scheldekaaien tussen de Generaal Armstrongweg (D’Herbouvillekaai) tot aan de Royerssluis in te richten voor uitzonderlijk vervoer tot 240 ton. Onder meer volgende randvoorwaarden werden gekoppeld aan deze beslissing:

  • de beslissing is onder voorbehoud van het bereiken van een akkoord tussen de stad Antwerpen en het gemeentelijk havenbedrijf over de kosten voor deze inrichting;
  • elk transport van uitzonderlijk vervoer dat een goed alternatief heeft, wordt naar die alternatieven afgeleid (tot 4,50 meter over de Singel, tot 4,80 meter door Kennedytunnel) en op voorstel van de FOD Mobiliteit en Vervoer en Agentschap Wegen en Verkeer wordt de maximale doorrijhoogte door de Kennedytunnel beperkt tot 4,80 meter;
  • het tracé over Brouwersvliet, Oude Leeuwenrui, Ankerrui, Italiëlei en Noorderlaan tot aan het kruispunt met de Ijzerlaan wordt geschrapt. Op het te schrappen tracé wordt géén enkele verdere investering of aanpassing van de plannen in functie van uitzonderlijk vervoer meer gedaan.

Argumentatie

De beslissing van de Vlaamse regering rond het verbod voor vrachtverkeer in de Kennedytunnel vanaf het in dienst stellen van de Oosterweeltunnel, legt een hypotheek op de wegen door de binnenstad die gebruikt worden als route voor uitzonderlijk vervoer. Als gevolg van deze beslissing zou in de toekomst bijna alle uitzonderlijk vervoer via het onderliggend wegennetwerk - Scheldekaaien en Singel - moeten plaatsvinden.

Enkel wanneer de Kennedytunnel open blijft voor het uitzonderlijk vrachtverkeer zal het onderliggend wegennet in grote mate ontlast worden van uitzonderlijk vervoer. Concreet betekent dit dat alle uitzonderlijke transporten lager dan 4,80 meter via de Kennedytunnel worden afgewikkeld.

Als alle uitzonderlijk transport lager dan 4,80 meter de verplichting opgelegd krijgt om de route via de Kennedytunnel en de Oosterweeltunnel te volgen, kan het uitzonderlijk vervoer langs het onderliggende wegennet tot een minimum herleid worden.

Het is wenselijk om deze maatregel te koppelen aan de vergunning, en daarom aan de vergunningverlenende overheid, de FOD Mobiliteit en Vervoer, te vragen om haar vergunningenbeleid voor uitzonderlijk vervoer op te stellen aan de hand van onderstaande hiërarchie:

  • transporten tot 4.50 via Singel of Kennedytunnel;
  • transporten tussen 4.50 en 4.80 via Kennedytunnel;
  • transporten hoger dan 4.80 via Scheldekaaien.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om de collegiale brief aan Vlaams minster voor Mobiliteit en Openbare Werken met betrekking tot Uitzonderlijk Vervoer goed te keuren.

Artikel 2

Het college beslist om de collegiale brief aan de Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit met betrekking tot Uitzonderlijk Vervoer goed te keuren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.