De goedkeuringsprocedure van aanvullende verkeersreglementen gebeurde tot voor kort door de gemeenteraad, na een langdurige procedure van minimum zes maanden, waarin ook het advies van de betrokken districtscolleges en districtsraden werd gevraagd. Om deze procedure te vereenvoudigen en te verkorten, besliste de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2013 (jaarnummer 50) om de bevoegdheid voor het goedkeuren van aanvullende verkeersreglementen te delegeren aan het college. Daarmee werd de procedure met minimum één maand, maximum drie maanden verkort.
In de specifieke reglementering op het wegverkeer en de aanvullende verkeersreglementen is een mogelijke delegatie van gemeenteraad naar college uitdrukkelijk voorzien.
Naar analogie met de beslissing van de gemeenteraad, keurde het district Wilrijk (7 maart 2013) en het district Ekeren (18 maart 2013) de delegatie goed van de adviesbevoegdheid van de districtsraad over ontwerpen van aanvullende verkeersreglementen aan hun districtscollege.
Beide delegatiebesluiten werden door de gouverneur op 7 mei 2013 (Ekeren) en 17 juni 2013 (Wilrijk) geschorst wegens het ontbreken van een wettelijke basis hiervoor. De mogelijkheid tot delegeren staat met name niet expliciet in het gemeentedecreet, noch in het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende verkeersreglementen.
Om de delegatie van de adviesbevoegdheid van districtsraden inzake goedkeuring van aanvullende verkeersreglementen aan districtscolleges mogelijk te maken is een decreetswijziging vereist. In navolging van de suggestie van de gouverneur inzake een mogelijke decreetswijziging in deze, is het aangewezen dat ook het college aan Vlaams minister van Bestuurszaken, de heer Geert Bourgeois, de vraag tot decreetswijziging stelt. Hierdoor kan de goedkeuringsprocedure aanzienlijk vereenvoudigd en verkort worden.
Hiernaast wordt de algemene vraag gesteld om ook voor andere beleidsdomeinen te onderzoeken of de keuze van adviserend districtsbestuursorgaan aan de autonomie van elk districtsbestuur kan overgelaten worden.
Artikel 282 van het Gemeentedecreet waarin bepaald wordt in welke gevallen de gemeenteraad bevoegdheden kan overdragen aan de districtsraden en in welke gevallen het college van burgemeester en schepenen bevoegdheden kan overdragen aan de districtscolleges.
Artikel 9 van het besluit van de gemeenteraad van Antwerpen van 21 oktober 2002 waarbij de expliciete adviesbevoegdheid inzake lokaal verkeersbeleid aan de districten wordt verleend.
Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens waarin bepaald wordt dat in afwijking van artikel 43, §2, 2° van het Gemeentedecreet de gemeenteraad de bevoegdheid inzake aanvullende reglementen op de gemeentewegen en op de gewest- en provinciewegen die zich op haar grondgebied bevinden, kan toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
Het college keurt de collegiale brief aan minister van Bestuurszaken, de heer Geert Bourgeois, goed waarin gevraagd wordt om een decreetswijziging te onderzoeken opdat de adviesbevoegdheid van districtsraden inzake goedkeuring van aanvullende verkeersreglementen kan gedelegeerd worden aan districtscolleges. Hiernaast wordt de algemene vraag gesteld om voor alle beleidsdomeinen de keuze van adviserend disitrictsbestuursorgaan aan de autonomie van elk districtsbestuur over te laten.