Terug

2013_CBS_07218 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Berchem vzw, Jan Moorkensstraat 95, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/258/JV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/07/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen

Afwezig

Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_07218 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Berchem vzw, Jan Moorkensstraat 95, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/258/JV - Goedkeuring 2013_CBS_07218 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Katholiek Onderwijs Regio Berchem vzw, Jan Moorkensstraat 95, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/258/JV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Katholiek Onderwijs Regio Berchem vzw - Noorderlaan 108 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat een instelling voor basis- en secundair onderwijs.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Katholiek Onderwijs Regio Berchem vzw, Noorderlaan 108, 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen aan de Jan Moorkensstraat 95, 2600 Berchem-Antwerpen, een instelling voor basis- en secundair onderwijs te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4, bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6 en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.

2. Sectorale milieuvoorwaarden:

opslag van gevaarlijke stoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

polyvalente zalen

afdeling 5.32.3;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen – algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen – stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

S23

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

H3

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 19 juli 2013 en eindigt op 19 juli 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.