Terug

2013_CBS_08164 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Nuyts Revisiebedrijf bvba, Putsebaan 192, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/281/JV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
wo 14/08/2013 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_08164 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Nuyts Revisiebedrijf bvba, Putsebaan 192, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/281/JV - Goedkeuring 2013_CBS_08164 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Nuyts Revisiebedrijf bvba, Putsebaan 192, 2040 Zandvliet-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/281/JV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Nuyts Revisiebedrijf bvba - Putsebaan 192 - 2040 Zandvliet-Antwerpen. De aanvraag omvat een inrichting voor de revisie van benzine- en dieselmotoren.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Nuyts Revisiebedrijf bvba, Putsebaan 192, 2040 Zandvliet-Antwerpen, om op de percelen gelegen op hetzelfde adres, een inrichting voor de revisie van benzine- en dieselmotoren te exploiteren.

Artikel 2

 

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4.

2. Sectorale milieuvoorwaarden:

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;

gassen – vulinstallaties lpg

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.4.3;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders – algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

metalen

hoofdstuk 5.29;

motoren met inwendige verbranding

hoofdstuk 5.31.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

S23

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 14 augustus 2013 en eindigt op 14 augustus 2033.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.