Terug

2013_CBS_08174 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Randstad Belgium nv - Frank Craeybeckxlaan 10 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/465/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
wo 14/08/2013 - 09:00 digitaal
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_08174 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Randstad Belgium nv - Frank Craeybeckxlaan 10 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/465/JW - Kennisneming 2013_CBS_08174 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Randstad Belgium nv - Frank Craeybeckxlaan 10 - 2100 Deurne-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/465/JW - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden, conform de wetgeving, aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3 –inrichting zoals vermeld in het verslag dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen in bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

gassen – koelinrichtingen/compressoren

hoofdstuk 5.16.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • het toestel mag niet gebruikt worden voor verwarming, tenzij er voldoende/geschikte geluidsisolatie voorzien wordt;
  • de specifieke geluidssterkte van het klimaatbeheersingstoestel mag niet meer dan 43 dB(A) bedragen aan de perceelgrens. De specifieke geluidssterkte is de geluidssterkte ten gevolge van het toestel op de meetplaats, zonder andere achtergrondgeluiden;
  • mogelijk condenswater van het klimaatbeheersingssysteem moet naar de afvoerleidingen van hemelwater van het eigen gebouw afgeleid worden;
  • de installatie is slechts bestaanbaar mits de eigenaar van de installatie de nodige burgerrechtelijke akkoorden afsluit met de eigenaar van het perceel waarop de installatie zich bevindt.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.