1 september 2009 trad het Decreet Grond- en Pandenbeleid in voege. Dit decreet verplicht gemeenten om een sociaal woonaanbod te realiseren tegen 2020. Dit sociaal woonaanbod wordt het bindend sociaal objectief (BSO) genoemd en is samengesteld uit een objectief voor sociale huurwoningen, voor sociale koopwoningen en voor sociale kavels. Het decreet bepaalt de wijze waarop het bindend sociaal objectief per gemeente wordt vastgesteld.
De stad Antwerpen kreeg in 2009 enkel een bindend sociaal objectief opgelegd voor sociale koopwoningen en kavels, gezien het percentage sociale huurwoningen in Antwerpen hoger lag dan 9%. Volgens de nulmeting dat in kader van het decreet grond en panden toen werd voltrokken, had de stad een sociaal huuraanbod van 10,13%.
Als gevolg hiervan moet de stad Antwerpen een sociale woonbeleidsconvenant afsluiten indien zij nog bijkomende sociale huurwoningen wil blijven realiseren.
Op 31 januari 2013 vroeg de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) de stad Antwerpen om haar intenties rond het afsluiten van een woonbeleidsconvenant kenbaar te maken en, bij bevestiging, een actuele lijst van de geplande sociale huurprojecten door te sturen.
In het bestuursakkoord van de stad Antwerpen wordt aangegeven dat de stad haar aandeel sociale huurwoningen constant wenst te houden, om zo boven het aandeel te blijven dat de Vlaamse overheid oplegt.
Om dit percentage op peil te kunnen houden, moet er ingezet worden op de realisatie van bijkomende sociale huurwoningen. Dit enerzijds omdat de verwachte stijging van het aantal inwoners en bijgevolg huishoudens in de toekomst het aandeel sociale woningen in de stad zal doen dalen. Anderzijds wil de stad ook volop inzetten op de renovatie van het sociaal woonpatrimonium. Bij renovatieprojecten wordt er echter vaak geopteerd om het aantal sociale wooneenheden te reduceren, waarbij wooneenheden ondermeer worden samengevoegd met oog op meer comfort voor de huurders. De voorziene renovatie en de daarmee samenhangende reductie van het aantal wooneenheden, zal eveneens een daling van het huidige percentage sociale huisvesting teweegbrengen.
Om alsnog sociale huurwoningen te kunnen blijven realiseren met gewestmiddelen, dient de stad een woonbeleidsconvenant af te sluiten met de Vlaamse overheid. In deze convenant verbindt de stad zich tot de verwezenlijking van een bepaald aantal sociale huurwoningen en doet de Vlaamse Regering toezeggingen over de bekostiging van dat sociaal woonaanbod. Deze convenant wordt afgesloten voor de periode 2014-2016.
De VMSW vraagt de stad haar intentie rond het afsluiten van een woonbeleidsconvenant kenbaar te maken en bij bevestiging, een overzicht van de geplande sociale huurprojecten door te sturen. Deze moeten ten laatste 31 april 2013 worden overgemaakt aan de VMSW. De intentieverklaring van de stad Antwerpen, een termijnvisie rond bijkomende sociale woningen en een lijst van geplande sociale huurprojecten zijn toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
Artikel 4.1.4, §3 van het grond- en pandendecreet bepaalt dat voor gemeenten die reeds een sociaal huuraanbod hebben van ten minste negen procent, geen verplichte toenameregeling geldt. De verwezenlijking van sociale huurwoningen wordt verwezenlijkt door middel van sociale woonbeleidsconvenanten, afgesloten tussen de Vlaamse regering en één of meer gemeenten.
De stad keurt het afsluiten van een sociale woonbeleidsconvenant met de Vlaamse overheid principieel goed en ondertekent daartoe de brief voor kennisgeving van deze intentie.