Terug

2013_CBS_03926 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2013924 - district Antwerpen - Melkmarkt 37-39 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 26/04/2013 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2013_CBS_03926 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2013924 - district Antwerpen - Melkmarkt 37-39 - Goedkeuring 2013_CBS_03926 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2013924 - district Antwerpen - Melkmarkt 37-39 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvrager: Dembele bvba
De aanvraag omvat: verbouwen van handelspanden tot een hotel
Dossiernummer: AN1/B/2013924

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. de voorwaarden vermeld in het advies van de brandweer strikt na te leven;
  2. opengaand buitenschrijnwerk te voorzien om de verblijfsruimtes te kunnen verluchten conform artikel 29 van de bouwcode;
  3. een septische put te plaatsen;
  4. voor de restauratie van de waardevolle delen een restauratiearchitect aan te stellen;
  5. de stedelijke diensten monumentenzorg en archeologie nauw te betrekken bij de werfopvolging en de nog te nemen restauratie-opties (zie beschrijvende nota);
  6. zich bij het uitgraven van sleuven op de kelder- en gelijkvloerse verdieping stadsarcheologisch te laten begeleiden om de bouwchronologie exact te kunnen dateren;
  7. de prézestiende-, midden- en laatzestiende- of vroegzeventiende-eeuwse fase te zullen vrijwaren en restaureren (funderingen, gewelven, oud muurwerk met deur- en raamopeningen en omlijstingen, oude bepleistering en picturale afwerking, balklagen met sleutels en consoles, hengsel en duimen, schrijnwerk en beslag);
  8. de houten structuur van de zeldzaam gaaf bewaarde traptoren te vrijwaren en restaureren;
  9. deskundige zorg te besteden aan de goed bewaarde en hoogst zeldzame wandschildering in het galerijgebouw. Men zal tevens de polychrome afwerking van het merkwaardige beeldhouwwerk (druiventros) aan de binnenzijde van de achtergevel van het voorhuis nakijken en behandelen;
  10. de visie betreffende het schrijnwerk in de buitengevels nog nader te bespreken met de stedelijke dienst monumentenzorg alsook de behandeling van de geveldelen;
  11. een gepaste en deskundige behandeling van gevels en natuurstenen onderdelen van de galerijvleugel en het aanpalende gebouwtje aan de zuidwestzijde en poortomlijsting aan de straatgevel uit te voeren, alsook de gepaste en deskundige behandeling van het niet-aangepakte centrale staande venster;
  12. de gewelven van de kelderverdieping correct te restaureren. De traditioneel gekaleide en witgekalkte gewelven en muren zijn momenteel geschilderd met een niet-ademende latexverf;
  13. archeologisch onderzoek te laten uitvoeren daar waar ingrepen gepland zijn in de bodem, in het bijzonder de verdieping van de kelder;
  14. contact op te nemen met de stedelijke archeologische dienst om de nodige archeologische onderzoeken te laten inpassen in de planning van de aannemer;
  15. voor werken aan de als monument beschermde inkompoort een bijkomende machtiging te verkrijgen van het agentschap Onroerend Erfgoed;
  16. het logies te laten vergunnen of aan te melden volgens het Vlaamse logiesdecreet.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen