Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Cargo bvba - Lange Schipperskapelstraat 11 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de hernieuwing van de vergunning van de discotheek "Red and Blue".
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Cargo bvba, Lange Schipperskapelstraat 11-13, 2000 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp: de hernieuwing van de vergunning van de discotheek "Red and Blue".
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid |
hoofdstuk 4.5; |
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2; |
|
algemene milieuvoorwaarden, licht |
hoofdstuk 4.6. |
Sectorale voorwaarden:
|
gassen, algemeen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1; |
|
gassen, compressoren en koelinrichtingen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3; |
|
ontspanningsinrichtingen, muziekactiviteiten |
hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.2. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
De nodige bewijsstukken in dit verband moeten daartoe later kunnen voorgelegd worden.
Na installatie zal door een bevoegd persoon of instelling een attest afgeleverd worden waaruit blijkt dat aan de gangbare normen of voorschriften is voldaan.
Brandweervoorwaarden:
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden.
De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen.
De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
De nodige bewijsstukken in dit verband moeten daartoe later kunnen voorgelegd worden.
Na installatie zal door een bevoegd persoon of instelling een attest afgeleverd worden waaruit blijkt dat aan de gangbare normen of voorschriften is voldaan.
Het college beslist dat de milieuvergunning wordt verleend voor een periode van 60 maanden, met als startdatum de dag na de einddatum van de lopende vergunning.